Artiesten hoeven haren niet te kammen maar moeten wel hun nek wassen; Nette jazz verovert kleine provincieplaats

AMSTERDAM, 4 OKT. De "Oktober Jazzmaand', die vrijdag begon, wordt niet omgeven met veel tamtam. Veel meer dan een opsommend affiche besteedt de Stichting Jazz in Nederland (SJIN) er niet aan. Verrassend is deze soberheid niet, het past in de tendens van de laatste jaren. De vraag is echter wat men er uit af moet leiden. Raakt de jazz in Nederland weer in de versukkeling? Of floreert deze muzieksoort juist dermate dat collectieve propaganda minder nodig is?

Er zijn tekenen die op het laatste wijzen: de talloze festivals, het grote succes van de jazzopleidingen, de gegroeide belangstelling van de tv en het bestaan van de radiozender Euro Jazz. Er is ontegenzeglijk veel ten goede veranderd sinds Hans Dulfer in 1973 deze Jazzmaand "uitvond'.

Spectaculair gegroeid is ook de platenproduktie. Alleen al in de eerste weken van september verschenen minstens tien cd's met Nederjazz. Maar wat is er zo jazzy aan de maand oktober? Natuurlijk, er zijn evenementen zoals de Jazzmarathon Groningen (het afgelopen weekeinde in de Oosterpoort) en de Jazzdagen Dordrecht (1 t/m 10 oktober op dertig lokaties). Maar er gebeurt elke maand wel iets bijzonders. Ook de lange tournee van het Willem Breuker Kollektief die woensdag in Leiden begon is geen echte verrassing, want het programma Deze kant op Dames, met Loes Luca, liep vorig jaar al.

Het bijzondere van het nieuwe jazzseizoen steekt niet zozeer in het WAT maar in het WAAR. Want dat er jazz klinkt in Helvoirt, Houten en Hoofddorp, dat is niet gewoon, evenmin als het dat is in Weesp, Culemborg en Tiel. Nog opmerkelijker dan deze plaatsen - jazz was toch grotestadsmuziek? - zijn de lokaties voor deze concerten: geen rokerige jazzclubs of ruige café's, maar podia die deel uitmaken van het VSCD-circuit, opgezet door de Verening van Schouwburg- en Concertgebouwdirecties. Keurige schouwburgen en concertzalen waar men ook tijdens jazzevenementen zo nodig van de grond kan eten, waar niemand luid pratend het zicht belemmert en je zitplaats niet wordt ingepikt als je even gaat plassen. Met vaste begintijden en koffiepauzes, en na afloop alle tijd om de bus nog te halen.

Voor de ouderwetse jazzfreak zal het misschien even wennen zijn in Cultureel Centrum De Vest in Alkmaar bij zangeres Denise Jannah, bij haar collega Soesja Citroen in de Muzeval in Emmen of het trio Dig D'Diz (geen drummer!) in het Weerter Centrum De Munt. Op soortgelijke podia staan in oktober zo'n twintig jazzconcerten gepland. En daarna gaat het door, van Drachten tot Kerkrade, van Marken tot Mijnsherenland. Een serie van in totaal honderddertig concerten die eind mei 1994 wordt afgesloten in Zoetermeer.

Volgend jaar worden het er nog veel meer, tenminste als het ligt aan Paul Gompes van de SNJI, de Stichting Nederlands Jazz Initiatief. Deze organisatie, opgericht uit onvrede met het beleid van de SJIN en de voor jazzmuziek bestaande infrastructuur, begon als kindje van de Nederlandse Toonkunstenaars Bond (NTB) maar kroop in januari onder de vleugels van het Nederlands Impresariaat aan de Amsterdamse Paulus Potterstraat waar ook de Vereniging van Schouwburg- en Concertgebouwdirecties kantoor houdt.

Sindsdien verraste Gompes zowel vijand als vriend, niet in de laatste plaats Impresariaats-chef Jan van Waveren, bevlogen promoter van kamermuziek, die sinds 1968 kunst en kassa met flair weet te koppelen. “Bijna vier ton omzet aan jazzmuziek, waarvan driekwart opgebracht door de markt, dat is toch niet slecht voor een eerste jaar”, zo vat hij de verdiensten van Gompes samen.

Ook Gompes zelf, 34 jaar oud en als componist/arrangeur opgeleid aan het Rotterdams Conservatorium, lijkt heel tevreden. Maar hij heeft er keihard voor moeten werken. De meeste podia willen wel iets anders, zo is zijn ervaring, maar de jazzmuziek is hen vaak geheel vreemd. Ze weten wat dixieland is en wie Willem Breuker, maar daarmee houdt het meestal op.

Dat laatste valt ook te verwijten aan de SIN, die dit circuit vrijwel links heeft laten liggen. Het aanbod van de SJIN was te smal en ging teveel uit van een droomscenario. “Uit het niets 25 podia voor progressieve jazz creëren, hoe wil je dat in godsnaam doen?” luidt Gompes' retorisch bedoelde vraag. “Twintig procent voor het experiment, dat is reëel,” vult collega Nanette Ris aan, maar bij de SJIN was het eerder tachtig. “De "Gaudeamus-functie' voor de jazz vervulden ze daardoor heel goed, maar de rest hing er maar wat bij.” Ze werkt al langer op het Impresariaat en was vroeger betrokken bij de Jazzmarathon in de Groningse Oosterpoort. Daar leerde ze hoe je GEEN nieuw publiek opbouwt: met een paar dagen jazz en vervolgens een heel jaar niets. “Continuïteit daar gaat het om.” Bijvoorbeeld via de jazz-series die dit jaar aan de VSCD-leden aangeboden zijn: Jazz & Film, Piano, Instrumentaal en Vocaal.

Wat meteen opvalt is dat deze laatste serie bij het schouwburgcircuit verreweg de meeste aftrek gevonden heeft. Verrassend is het niet, maar zijn die zingende meisjes ook zoveel beter dan de jongens met de toeters? “De podia hebben waarschijnlijk het idee dat ze zich daar het minst een buil aan kunnen vallen”, vermoedt Paul Gomes. Betekent dat niet dat de keus voor keurige podia tevens een keus is voor veilige jazz? “Het is een begin,” zegt Gompes. “Het publiek moet eerst wennen,” vult Nanette Ris aan. “Als je op safe speelt, dan bevries je je publiek,” besluit Van Waveren.

Zo staan er voor het volgend jaar ook experimenten op het programma zoals een project van Maarten van Norden en Jan Kuiper. Een serie "grensverleggende' dubbelconcerten met zowel een "klassiek' ensemble als een groep uit de jazzhoek. De Houdini's treden samen op met Nieuw AmsterdamsSinfonietta. En daarmee wordt het publiek gemasseerd voor het onbekende, zonder "ranzige commercialiteit' of "luie knievallen'. Hoewel het natuurlijk geen kwaad zou kunnen als sommige jazzmusici iets aan hun presentatie zouden doen. “Ze hoeven hun haar niet eens te kammen, als ze hun nek maar gewassen hebben”, zegt Van Waveren ruimhartig.

Met die jazz in de schouwburg zal het dus wel lukken, zeker nu de SJIN heeft toegezegd de inspanningen van de SNJI met geld te steunen. En als de fan zijn koudwatervrees overwint en afleert zijn peuken te doven in de vloerbedekking, wordt het vast nog gezellig, zij het misschien minder romantisch dan heel, heel vroeger toen het woord "jazz' nog behoorde tot de schuttingtaal.

    • Frans van Leeuwen