Wisselkoersen waren laatste duwtje voor De Klerk

Met Nelson Mandela's oproep tot beëindiging van de sancties tegen Zuid-Afrika is een eind gekomen aan het meest omstreden onderdeel van de jarenlange internationale campagne tegen het apartheidsbeleid. Hebben de sancties effect gehad? Hebben de sancties Pretoria zijn verstand teruggegeven en president F.W. de Klerk ertoe gebracht de apartheid af te schaffen? Daarover is men het nog even oneens als toen de sancties van 1977 af geleidelijk werden ingevoerd en verscherpt.

De algemeen gehuldigde opvatting onder blanke Zuidafrikanen is dat de sancties hoegenaamd niets hebben uitgehaald. Met dit oordeel rechtvaardigen ze hun eigen heftige verzet tegen de sancties en hun voorspellingen dat die niet alleen zouden falen maar zelfs averechts zouden werken.

Leden van de Beweging Vrij Zuid-Afrika echter, die vanaf 1984 de campagne voor sancties tegen Zuid-Afrika in de Verenigde Staten heeft geleid, zijn er wél van overtuigd dat de sancties de doorslaggevende factor zijn geweest.

Het ANC erkent dat de sancties een rol hebben gespeeld, maar houdt staande dat het zijn eigen gewapende strijd is geweest die De Klerk op de knieën heeft gedwongen. Volgens Chester Crocker, onderminister van buitenlandse zaken voor Afrika in de regeringen van Reagan en Bush, was het de effectief aangewende invloed van supermacht Verenigde staten onder zijn beleid van constructive management.

De Thatcheristen menen dat het de bijzondere invloed is geweest die mevrouw Margaret Thatcher in Pretoria had verkregen door haar besluit om juist géén sancties in te stellen. De Klerk zelf zegt dat het het wegvallen van de communistische dreiging is geweest die hem in de gelegenheid stelde een goedbedoeld beleid dat onwerkbaar bleek te veranderen.

Het probleem is dat Zuid-Afrika altijd al heftige emoties heeft opgeroepen, en dat het land in de jaren tachtig, tijdens de vloedgolf van onlusten in de zwarte woonoorden, toen de strijd tegen de apartheid in al zijn gruwelijkheid op 's werelds tv-schermen werd geprojecteerd, een dualistisch luilekkerland voor westerse activisten van links en rechts is geworden.

Iemands standpunt over de sancties werden dé toetssteen voor zijn morele gehalte: wie kritiek had op de sancties was een heimelijke racist. En voor anderen was iedere voorstander van sancties een moralistische stuurman-aan-wal die bereid was een levensvatbare economie te ruïneren en massaal menselijk leed aan te richten om zijn moreel gelijk te halen.

Ook thans nog wordt het oordeel over de sancties gekleurd door die emotionele lading. De waarheid ligt tussen de polemische uitersten in. De sancties hebben zonder twijfel een rol gespeeld, maar zijn niet de énige factor geweest.

Er valt niet één factor aan te wijzen waardoor De Klerk tot onderhandelen is gebracht. Het was een samenloop van tal van factoren, variërend van Michail Gorbatsjov en zijn "nieuwe denken' tot de veranderende gelaagdheid van de Afrikaner-gemeenschap - en natuurlijk de gestage neergang van Zuid-Afrika's belaagde economie.

Ook is De Klerk niet op de knieën gedwongen, door sancties of door wat ook. Zijn regering bevond zich in een moeilijke maar niet hopeloze situatie toen de nieuwe president op 2 februari 1990 zijn historische rede hield, waarin hij Mandela's vrijlating aankondigde, het verbod op het African National Congress ophief en onderhandelingen in het vooruitzicht stelde. Dat getuigde niet van poltitiek echec maar van strategisch beleid.

Het Zuidafrikaanse conflict was beland in wat commentatoren noemen een "gewelddadig evenwicht', waarin de revolutionaire krachten de regering wel konden schaden maar haar niet ten val konden brengen, terwijl de regering de herhaalde zwarte opstanden wel kon onderdrukken, maar niet hun herhaling kon voorkomen.

Orde was alleen nog te handhaven door herhaald gebruik van geweld. En omdat de stammen in Zuid-Afrika ondanks alle jaren van gedwongen scheiding op een unieke manier onderling afhankelijk zijn, betekende onderdrukking van de zwarte bevolking ook repressie jegens de werkende bevolking, waardoor de economie ontwricht raakte. Deze economische terugslag werd versterkt door de sancties.

De Klerk beoogde met zijn maatregel deze patstelling te doorbreken en met één koene sprong een positie te bereiken van waaruit hij de zwarte revolutie kon neutraliseren door haar te legitimeren, en vervolgens de onderhandelingen naar zijn hand kon zetten om zijn einddoel te bereiken: deling van de macht, waarbij de zwarte meerderheid wel zou mogen meeregeren, maar het niet voor het zeggen zou krijgen. De blanke minderheid zou een vetorecht behouden waarmee elke omvangrijke herstructurering van Zuid-Afrika's flagrant onbillijke samenleving kon worden tegengehouden.

Een knap bedacht plan, maar zoals Gorbatsjov weldra ontdekte: wie een autoritair systeem begint te democratiseren, ontketent nieuwe krachten die zich niet laten beteugelen en de zaak veel verder doordrijven dan oorspronkelijk de bedoeling was. De strategie van De Klerk had tot doel een meerderheidsbewind te voorkomen, maar door de zwarte meerderheid in staat te stellen zich politiek te mobiliseren, heeft hij dat juist onvermijdelijk gemaakt.

In één ding hebben de tegenstanders van sancties gelijk gekregen: sancties die niet te omzeilen zijn, bestaan niet. Er zijn altijd kopers en verkopers die zaken willen doen, en altijd tussenpersonen die de partijen tot elkaar willen brengen - zij het niet voor niets.

Het slachtoffer van sancties onderhandelt uit een ongunstige positie, en ook de tussenpersonen moeten hun commissie hebben. Het slachtoffer verkoopt dus voor weinig geld en koopt duur in. Het verschil is de prijs van datgene waarom hij met sancties wordt belaagd - in het geval van Zuid-Afrika dus de apartheid. Die prijs is door de jaren heen wel opgelopen, maar nooit van doorslaggevend belang geweest voor de besluitvorming in Pretoria, al werd er wel rekening mee gehouden.

Eén keer slechts, in augustus 1985, maakte een onopzettelijke, onverwachte gebeurtenis dat deze factor kritiek leek te worden. De campagne tegen de apartheid had het Zuid-Afrika moeilijk om buitenlandse leningen te sluiten. Het land was gedwongen om tegen hoge rente kortlopende leningen af te sluiten, en de banken vervolgens jaar na jaar te vragen die te vernieuwen. In 1985 bestond Zuid-Afrika's buitenlandse schuld van $16,5 miljard voor een onevenredig groot deel, 67 procent, uit dit soort leningen, die elk moment konden worden opgezegd. Voor een land in politieke beroering lag hier een crisis op uitbarsting te wachten.

Dat gebeurde toen de Chase Manhattan Bank, die al onder druk werd gezet om zich uit Zuid-Afrika terug te trekken, besloot zijn leningen aan het land op te zeggen. Binnen enkele dagen volgden andere Amerikaanse banken dit voorbeeld, toen ook Britse Duitse en Zwitserse banken. Zuid-Afrika stond opeens voor de taak om binnen vier maanden $13 miljard af te betalen.

Door de schok die dit teweegbracht, kelderde de rand in 13 dagen 35 procent. Zuid-Afrika bevroor de schuldbetalingen en legde strenge beperkingen op aan wisseltransacties. Ten slotte verzocht de regering een Zwitserse bankier om een spartaanse betalingsregeling te treffen. Zuid-Afrika werd een belegerde economie, verstoken van deviezen en investeringskapitaal. De levensstandaard van de blanke bevolking begon te dalen.

Dat alles droeg in belangrijke mate bij aan de omstandigheden waaruit De Klerk vier jaar trachtte te ontsnappen. Zoals een vooraanstaand journalist economie het op de radio verwoordde: “de valutacrisis was de laatste nagel aan de doodkist”.

    • Allister Sparks