WIG

In NRC Handelsblad van 28 september schrijft prof. L.G.M. Stevens dat een verhoging van het arbeidskostenforfait via een verkleining van de "wig' (het verschil tussen bruto en netto loon) de arbeidsparticipatie verhoogt.

Hoewel de wig inderdaad via deze omweg verkleind wordt, is de eraan gekoppelde conclusie voor de arbeidsparticipatie bij deze vorm van wig-verlaging niet juist. Deze nadruk op "deze vorm' van wig-verlaging is nodig omdat de forfaitverhoging alleen het netto-inkomen verhoogt, doch niet de brutolasten voor de ondernemer verlaagt. In de discussie over onze hoge WIG staat steeds het doel voorop om de direct aan de lonen gekoppelde bruto-lastendruk te verlagen door beleid gericht op terugdringing van deze kosten dan wel door verschuiving van deze lasten naar een andere noemer, in concreto de kapitaalsfactor. In zijn artikel verlaagt Stevens deze laatste echter, in absolute termen met circa vier miljard.

Deze afschaffing van drie typen kapitaalsbelasting is zeer wel voorstelbaar, doch een dekking wordt niet aangegeven. Deze mag derhalve niet in de loonsfeer gezocht worden. Ook niet in een verhoging van de BTW. zoals Van Zweeden onlangs suggereerde, omdat de grondslag van de BTW reeds een loonquote kent van circa 25 procent? Wat overblijft is een verlaging van de subsidies of een verhoging van andere belasting op kapitaal. Zoals de VPB wat internationaal gezien op bezwaren zal stuiten, of een invoering van de vermogenswinstbelasting naar het Angelsaksische model

Stevens toont zich hier gelukkig geen tegenstander van. Het lijkt de moeite waard om te onderzoeken of de kosten verbonden aan de door de heer Stebvens genoemde invoeringstechnische problemen voldoende wegvallen tegen de niet geringe opbrengst uit deze belastingvorm.

    • Drs. M.J.M. Fox