Vrouw mag niet heersen over de man

Het besluit van het Hoofdbestuur van de SGP om vrouwen niet als lid te accepteren heeft veel beroering gewekt. Drs. P.C. den Uil, lid van de gemeenteraad van Hendrik Ido Ambacht voor de SGP, legt uit wat de motieven en de argumenten van de partij zijn.

Een analyse van het vrouwenvraagstuk. Onder dat motto, ontleend aan de eerste emancipatienota uit de jaren '80, zou ik de actualiteit die "SGP' heet, willen verklaren. Wat beweegt de SGP? En doet de omgeving haar recht?

Vastgesteld zij dat het wemelt van de misverstanden. Het eerste is wel dat de SGP zaterdag 25 september in Putten de klok zou hebben teruggezet. In Putten is immers slechts bestendigd wat al 75 jaar tot de ongeschreven waarden van de SGP behoort. De vrouwenkwestie is echter (publiekelijk) in discussie gekomen nadat in de jaren tachtig enkele vrouwen lid werden van een plaatselijke kiesvereniging, zonder dat daaraan een partij-brede discussie was voorafgegaan. Men moge de genomen beslissing als volstrekt achterhaald beschouwen, afwijzing van het vrouwenlidmaatschap is volstrekt niet in Putten 1993 geschied.

Wie de SGP echt met belangstelling wil gadeslaan, zal op zijn minst enige interesse moeten willen tonen voor de bijbel. In zijn brieven aan Timotheus en aan de christenen te Korinthe en Efeze, geeft de apostel Paulus voorschriften over de man-vrouwverhouding in het huwelijk en in de samenkomst van de christelijke gemeente. De vrouw mag over de man niet heersen. Waarom niet? Wel, zegt Paulus, eerst is de man geschapen en uit hem is de vrouw, hem tot een "tegenover', voortgebracht. Daaruit is de wil van God, onze Schepper, af te lezen: dat de man leiding geeft. De man bekleedt het "regeerambt'. In de zondeval is het omgekeerde gebeurd: eerst is de vrouw in zonde gevallen via haar de man.

Behalve deze Nieuwtestamentische gegevens is daar de plaats van de vrouw in het Oude Testament: de man regeert, de man spreekt recht, slechts bij zeer hoge uitzondering treedt een vrouw in die positie op. Welnu, op grond van voornoemde bijbelse overwegingen heeft het Hoofdbestuur van de SGP aan de besluitvormende vergadering enige voorstellen voorgelegd. Voor alle duidelijkheid: natuurlijk staat nergens in de bijbel dat een vrouw de politiek niet in mag. Onze politiek was er in die tijd nog niet. Evenmin is concreet in de Heilige Schrift te lezen dat de kernbom uit den boze is, dat een comateuze patiënt sondevoeding moet krijgen of dat het kinderen van 12 jaar verboden is een pedofiele relatie aan te gaan. Wie dus schampert dat over de vrouwenkwestie niets in de bijbel staat, doet wat mij betreft niet meer aan de discussie mee. Ik ben een normale burger met een bewezen potentie van academische scholing en wens als zodanig even serieus genomen te worden als degenen die toevallig het politieke tij wél mee hebben.

Terug naar de bijbelse noties. Op grond daarvan stelt het bestuur van onze partij voor, het regeerambt voor vrouwen af te wijzen. Geen vrouwen dus in de politieke forums als raden, staten en parlement. (Tussen haakjes: de SGP ziet de positie van Hare Majesteit in het historisch perspectief van God, Oranje en het in geloofsvrijheid herstelde Nederland, en mitsdien als een uitzondering). Goed. Maar waarom zou een vrouw geen lid van de kiesvereniging kunnen worden? Het bestuur wijst die mogelijkheid af op grond van een afgeleide, op het "instituut' kiesvereniging gerichte redenering. Omdat de kiesvereniging naar haar aard een besturend orgaan is - men wordt daar als afgevaardigde naar de besluitvormende partijdag aangewezen, men stelt er kieslijsten op, men kan aangewezen worden als kandidaat voor genoemde fora - inpliceert de visie op het regeerambt dat vrouwen geen lid kunnen worden van de kiesvereniging. Welnu, omdat veruit de meeste SGP-ers moeite hebben met het regeerambt voor vrouwen, is vanuit de partij in de vorm van een amendement een oplossing voorgesteld welke én recht doet aan deze begrenzing én recht doet aan het evenzeer bijbelse gegeven dat man en vrouw sámen volgens Genesis 2 "de aarde bouwen en bewaren'. Die oplossing is het beperkt lidmaatschap: de vrouw denkt mee, spreekt mee, brengt haar deskundigheid in, maar neemt geen zitting in de politieke fora. Een lidmaatschap dus met uitsluiting van de mogelijkheid het passief kiesrecht te realiseren.

In Putten besloot de SGP het regeerambt af te wijzen, evenals het lidmaatschap, zelfs in beperkte vorm. Ziedaar een tweede misverstand: binnen en buiten de partij heeft men de mond vol van "het' lidmaatschap van de vrouw, terwijl de verdeeldheid van de partij vooral het bepérkt lidmaatschap betreft. De overgrote meerderheid verwerpt namelijk eensgezind het passief kiesrecht, maar binnen die overgrote meerderheid liggen de meningen verdeeld over het beperkt lidmaatschap. Ds Hovius heeft zijn voorzittersfunctie neergelegd omdat hij geen bijbelse gronden aanwezig acht voor de afwijzing van zelfs dat beperkte lidmaatschap.

In zijn afwijzing van het regeerambt is ds Hovius, de helaas afgetreden voorzitter, duidelijk. De notie van de onderscheiden positie tussen man en vrouw is overigens ook gemeengoed bij GPV en RPF, maar, zo stellen deze partijen, Paulus beperkt zich tot huwelijk en kerkgemeenschap. De SGP brengt daar tegen in dat Paulus zich beroept op de schepping en dat mitsdien ook het staatkundige leven in vizier is.

Het hete hangijzer is dus de aard van de relatie tussen regeerambt en kiesvereniging. Persoonlijk volg ik een andere benadering dan die van het Hoofdbestuur en ook dan die van de gewezen voorzitter. Ik verdedig namelijk de visie dat op historische gronden - men leze de geschiedenis van de ARP - en op sociologische gronden aannemelijk is te maken dat een beperkt lidmaatschap een beperkte levensduur beschoren zal zijn. Aangezien meerdere (bekende) SGP-ers, met name onder de vlag van de “Werkgroep Bouwen”, er geen misverstand over lieten bestaan dat zij met het regeerambt voor vrouwen géén moeite hebben, hebben zij publiekelijk voeding gegeven aan de verontrusting bij de behoudende vleugel van de partij dat het bij een beperkt lidmaatschap niet blijven zal, ondanks schone beloften en welgemeende compromissen.

Een derde misverstand komt tot uiting in de mijns inziens zeer laakbare beschuldiging van discriminatie zoals deze door enkele Tweede Kamerleden en in meerdere hoofdredactionele commentaren is geuit. Om te beginnen ben ik diep gegriefd door de impliciete bewering dat ik er op uit zou zijn groepen medeburgers doelbewust te vernederen of tot die vernedering aanzetten te geven. In de tweede plaats kan ik van een hoofdredacteur nog accepteren, maar van een Kamerlid geenszins, dat men kennelijk niet weet wat discriminatie is. Als ik voor de uitvoering van Haydns “Die Schöpfung” een sopraan als soliste zoek, mag ik echt een vrouw selecteren: het onderscheid dat ik doelbewust maak wordt namelijk gerechtvaardigd. Niet het onderscheid, maar de rechtvaardigingsgrond van het onderscheid is dus bepalend voor het discriminerende karakter van een handeling. Ik houd van duidelijkheid: laat mevrouw Van der Burg (PvdA) aan de Tweede Kamer voorleggen dat het niet geoorloofd is een aan de bijbel ontleende opvatting over man-vrouw-verhoudingen (wellicht geldt de tolerantie van die partij meer de koran? te vertalen in een maatschappijbeschouwing. Dan weten we wat we aan vrijheid van de VVD en aan geloof van het CDA kunnen verwachten. En, evenals dat van de SGP verwacht werd, liefst vóór de verkiezingen! Ik moet eerlijk zijn. Er wordt onderscheid gemaakt tussen politieke partij (dan is de onderhavige visie op de vrouw ongeoorloofd) en kerk (dan mag men zo bekrompen zijn zich thuis te voelen bij 20 eeuwen terug). Maar zijn dit geen schijnvertoningen? Als mijn visie op de vrouw in de politiek kwetsend is voor de vrouw, is het dan niet kwetsend voor de vrouw dat zij de preekstoel niet mag bestijgen?

Een laatste hardnekkig misverstand - of is het ordinaire vooringenomenheid? - verraadt zich in uitspraken als "SGP bevoogdend voor vrouwen' of "SGP-vrouwen blijven tot het aanrecht veroordeeld''. Binnen de SGP zijn meerdere deelverzamelingen te ontdekken. Ik wees die hierboven aan. Maar in elk daarvan komen mannen én vrouwen voor. Mogen vrouwen van zichzelf vinden dat zij een bijbelse plaats innemen door niet de politiek in te gaan? En wat het aanrecht betreft: vele mannen buiten de SGP hebben minder uren aan Koning Voetbal besteed dan ik aan kinderen in bad doen, afwassen, was ophangen, eten klaarmaken, stofzuigen. Achterstand in participatie in de persoonlijke levenssfeer heb ik niet, dames van emancipatie-zaken.