Voor de lieve vrede met de kiezers; Britse Labour Partij toont een nieuw, "modern' gezicht

LONDEN, 2 OKT. De Britse Labour Partij heeft met een verdere stap naar interne democratisering, deze week een culturele gedaantewisseling onderstreept. Door op een belangrijk punt afscheid te nemen van de block vote van de vakbonden, nam zij in zekere zin afscheid van het concept van de onderdrukte, werkende klasse als collectief.

Nu begint een periode waarin aan individuele kiezers, links van het politieke midden, het hof gemaakt gaat worden. De modernisering van de partij, die door de grote arbeidersvakbonden van vervoers- en fabriekspersoneel zo verafschuwd wordt, moet Labour aantrekkelijk maken voor de massa van kiezers - ook in de middenklasse, ook in het dichtbevolkte zuiden - die na veertien jaar alle illusies over de stuurmanskunst van de Conservatieve Partij hebben verloren.

De geboorte van een Labour Partij-nieuwe-stijl is sinds het midden van de jaren tachtig voorbereid door Neil Kinnock. Die beschouwt zichzelf als een politieke mislukkeling, omdat hij de interne reiniging van de partij, schoongewassen van militant links, in 1992 niet kon afronden met het binnenhalen van een verkiezingsoverwinning. Bijna iedereen geloofde tot de laatste dag vóór de verkiezingen, dat die prijs dit keer binnen Labours bereik lag.

Maar Labour werd opnieuw het slachtoffer van haar eigen reputatie: die van een partij, die voor iedereen met een gemiddeld inkomen de belasting opdrijft, ten einde bodemloze beloftes aan haar natuurlijke achterban, de bonden, te kunnen inlossen. De Tories presideerden weliswaar over een diepe economische recessie, maar uiteindelijk vertrouwden de kiezers toch hen het meeste met de inhoud van hun portemonnee.

De nieuwe Labourleider, John Smith, ontleende deze week sterkte aan de omstandigheid dat de Conservatieven dat vertrouwen bij brede lagen van de bevolking verkwanseld hebben. De Tories hebben niet hun belofte kunnen inlossen dat economisch herstel “om de hoek” zou liggen, als er maar een vierde Conservatieve regering aan de macht zou komen. En ze hebben hun belofte gebroken dat zij, anders dan Labour, geen belastingen zouden verhogen.

De minister van financiën, Kenneth Clarke, kwam Smith de afgelopen week zelfs indirect tegemoet, door in een rede voor het IMF in Washington te laten doorschemeren dat hij mogelijk BTW op méér dan alleen huisbrandstof gaat invoeren: boeken, kranten, kinderkleren en voedsel worden dan in december a.s. allemaal duurder.

Smith zocht deze week wat in het Engels zo mooi heet “the moral high ground” en met succes. De vernietigende kritiek over veertien jaar “casino-economie” moet wel een snaar geraakt hebben in bijvoorbeeld het hart van de tienduizenden kleine zakenmensen, die hun aanvankelijke succes dankzij het zwaard van het Thatcherisme, zagen verkeren in tegenspoed. Het aanhoudende thema van fairness in de verdeling van lusten en lasten, kan niet anders dan een wijder gehoor bereikt hebben, nu ex-ministers zichzelf salarisverhogingen tot 77 procent toekennen op hun directieposten in door henzelf geprivatiseerde nutsbedrijven.

Smith's verwijzing naar de “viezigheid en verlopenheid” van Groot-Brittannië moet gehoor hebben gevonden bij een groot publiek, dat zich geconfronteerd ziet met een groeiende onderklasse, met stijgende misdaad- en openbare orde-problemen, maar ook met moreel verval aan de top: of het nu van Kensington Palace komt of van de premier en zijn bastards zelf.

In dat verval ziet Labour zijn grote kans om aan de macht te geraken. Maar John Smith en de twee prominentste "modernen' in het schaduwkabinet, Gordon Brown (financiën) en Tony Blair (justitie en binnenlandse zaken), zeggen dat die negatieve impuls zeker niet hun enige bouwsteen is. Een coalitie met de Liberale Democraten, die dit jaar zo succesvol de teleurgestelde Conservatieve kiezers gemobiliseerd hebben in twee tussentijdse verkiezingen voor een parlementszetel, sluiten zij uit.

Tony Blair geeft toe dat er, behalve de Liberaal Democratische voorkeur voor een kiesstelsel met proportionele representatie, op veel punten geen zichtbaar verschil is tussen het Liberale en het Labour-programma. Maar Labour wil de verkiezingen op eigen kracht winnen en begint daarom, in de woorden van Tony Blair, the battle of ideas. De prijs van de overwinning, zegt hij, zal gaan naar de partij die de meeste inventiviteit aan de dag legt bij het creëren van antwoorden op de problemen waarmee de Britse samenleving nu kampt.

Gisteren gaf Blair een concreet voorbeeld van wat hij bedoelt, door zijn toespraak op het congres te wijden aan law and order, bij uitstek het terrein van de Tories, die ook op dit punt het initiatief verloren lijken te hebben.

Op het gebied van investering in de gezondheidszorg en het onderwijs, over het creëren van een nieuwe "witgloeiende' industriële revolutie lopen de standpunten van Labour en de Liberale Democraten parallel. Maar in de ogen van Labour draaien de Liberale Democraten met alle winden mee en geeft Paddy Ashdown elk gehoor het antwoord dat het het liefst wil horen. Labour gelooft dat het op eigen kracht moet winnen, wil het verdiend winnen. De partij wijst op haar successen in de plaatselijke verkiezingen van mei in cruciale kiesdistricten in het zuiden, waar een toekomstige parlementszetel nu binnen bereik ligt.

Voor een gedeelte is de verandering die de Labour Partij deze week heeft ondergaan cosmetisch. De vakbondsafgevaardigden zullen op het partijcongres nooit meer op kunnen staan met in hun hand een miljoen stemmen elk, maar hun invloed en hun financiële bijdragen blijven bestaan. John Smith heeft hen gepacificeerd door het ideaal van volledige werkgelegenheid en welzijn voor iedereen opnieuw te omarmen, zonder erbij te zeggen wanneer dat bereikt zal worden.

Maar daarboven heeft de Labourleider deze week prioriteit gegeven aan de lieve vrede met toekomstige kiezers in het land: door aan een relatief ondergeschikt punt van interne partijdemocratisering een confrontatie met de bonden aan te gaan en te winnen. Nu is hij de held in eigen partij en in achting gestegen daarbuiten.

    • Hieke Jippes