Volleybalsters spelen te verkrampt

BRNO, 2 OKT. Achteraf blijkt dat het Nederlands vrouwen volleybalteam voor de uitschakeling in de groepswedstrijden van het Europese kampioenschap de afgelopen week heeft gewonnen van de uiteindelijke finalist Tsjechië/Slowakije. Dat is de schrale troost die rest na een mislukt toernooi. Vanochtend om tien uur is het team van Peter Murphy tegen Witrusland de strijd aangegaan met als inzet de zevende en achtste plaats in de eindrangschikking. Dat was de consequentie van het verlies gisteren tegen Duitsland (12-15, 15-13, 4-15, 17-15 en 11-15).

De ploeg van het organiserende land zat op dat moment aan het ontbijt, nagenietend van de winst in de enerverende halve finale tegen Oekraïne, met een 22-20 uitslag in de beslissende vijfde set. Met de finale voor de boeg tegen Rusland dat zich aanzienlijk eenvoudiger plaatste ten koste van Italië.

Onevenwichtigheid was het kenmerk van de strijd tussen Nederland en Duitsland. Dat beeld leverden de prestaties van de Nederlandse ploeg gedurende het hele toernooi op. De verwachtingen die werden gewekt in de reeks voorbereidingswedstrijden tegen de wereldtoppers Rusland en Japan werden op geen stukken na ingelost. “Dat we hier niet ons beste volleybal speelden, vind ik overigens niet zo'n probleem”, aldus coach Murphy. “Maar de rust ontbrak om de technieken die we beheersen goed uit te voeren. Vaak werd er verkrampt gespeeld en als het eens goed ging trok de ploeg zich daaraan maar zelden op.”

Natuurlijk waren er argumenten voor de tegenvallende prestaties. Spelverdeelster Vera Koenen stond vanaf het begin van het toernooi in het veld met een beenblessure. Haar tegenvoeter in de opstelling, libero Henriëtte Weersing, werd pas laat ingepast in het team. Maar Weersing groeide gaande het toernooi uit tot de pijler die de nationale ploeg nog min of meer op de been hield en Koenen stond ondanks alles na de groepswedstrijden derde in de rangschikking van de spelverdeelsters. Tegen Duitsland speelde zij nauwelijks, de teambegeleiding vond het beter haar niet nog zwaarder te belasten in wedstrijden met als inzet de vijfde tot en met achtste plaats. Opmerkelijk was dat Saskia van Hintum - die in de voorbereiding slechts zelden in het veld kwam - haar redelijk verving. Alleen Marjolein de Jong verstond zich maar moeizaam met de plaatsvervangster van Koenen. Maar zij kampt gedurende dit hele kampioenschap al met een vormcrisis die zich vooral manifesteert in de aanval. Zij maakt een oververmoeide indruk wat zich uitte in een gebrek aan kracht, snelheid en concentratievermogen.

Dat De Jong tegen Duitsland de eerste drie sets permanent in het veld stond, tekent het behoudend karakter van de aanpak rond de Nederlandse ploeg. Toen Kirsten Gleis in de vierde set op haar plaats startte, bleek dat een duidelijke verbetering. Dat was maar goed ook want de teamprestatie van Nederland in de derde set was om te huilen. Er mag dan ook van een wonderbaarlijke wederopstanding worden gesproken in de vierde set. Jerine Fleurke mocht opnieuw beginnen na aan het eind van de tweede set te zijn vervangen door Irena Machovcak en aanvalster Gleis begon op de serveerplaats. Dat laatste was niet minder dan revolutionair, tot dat moment in het toernooi was bij Nederland de spelverdeelster voortdurend gestart als eerste serveerster. Een methode die op geen enkele manier werd gerechtvaardigd door het rendement. Andere ploegen hanteren dit element veel bewuster. Bulgarije had er tegen Italië zelfs zijn sensationele overwinning aan te danken.

De methode bleek ook voor Nederland perfect te werken. Zeven punten droeg de opstelling met Gleis op de serveerplaats in die vierde set bij aan de winst. Het was voor de coaches Murphy en Goedkoop geen reden om ook in de vijfde set deze truc toe te passen. “Met Saskia (Van Hintum) aan het net pakten de Duitsers erg makkelijk de serve terug, dat durfde ik in de tiebreak niet aan”, motiveerde Murphy achteraf. Maar met Van Hintum aan het net scoorde Nederland in de eerste vier sets van deze wedstrijd 23 punten en 25 als zij in het achterveld stond. Niet echt een verschil om een succesvolle aanpassing weer teniet te doen.

Verkramping en behoudzucht waren de elementen die Nederland in de weg zaten gedurende dit toernooi. “Er is geen wedstrijd geweest die we hebben gecontroleerd”, kijkt Murphy terug. “Zoals in de andere groep Oekraïne en Rusland de zaken onder controle hadden. In onze groep was er geen enkel team dat souverein speelde, daarvoor waren de krachtsverschillen te klein. Mijn team had nog het meeste greep op de wedstrijd tegen Kroatië. Ons hoogste niveau haalden we in het begin van de wedstrijd tegen Tsjechië. Dat was ook de enige wedstrijd waar het team onspannen aan begon. Het was jammer dat we op 13-10 in de tweede set last hadden van een partijdige lijnrechter. Tot dat moment hadden we uitzichten op een plaats bij de beste vier. Als het dan 14-10 wordt, houd je het niveau nog wel een tijdje vast.”

    • Hidde van der Ploeg