Vetes drijven Italiaanse Gucci in Arabische handen

ROME, 2 OKT. Toen president Clinton broederlijk, bijna zegenend zijn armen uitspreidde terwijl Yassar Arafat en Yitzhak Rabin elkaar een hand gaven, had hij een Italiaanse das aan, van Gucci.

Zo was ook Italië een beetje aanwezig op deze historische foto. Maar sinds maandag is de trots hierop verdwenen. De "das van de vrede' is niet meer Italiaans, maar Arabisch. De familietwisten zijn het beroemde bedrijf, dat als eerste een verband wist te leggen tussen een fraai ontwerp, kwaliteit en Made in Italy, te veel geworden. Gucci is nu eigendom van een investeringsbank uit Bahrein, Investcorp.

Het is het einde van een familiedrama dat alle ingrediënten heeft van een soap opera. Dallas aan de Arno, zo is het verhaal van de Florentijnse familie Gucci gedoopt. Het is een saga met haat, list en bedrog, onstilbare machtshonger en persoonlijke rancune, duistere financiële transacties, vervalste handtekeningen.

Het verhaal begint met Guccio Gucci, een Florentijn die in het begin van de eeuw als bordenwasser en later als bediende in het Londense hotel Savoy kennismaakt met de glanzende wereld der rijken. Hij gaat terug naar Florence en begint daar volgens de beste Florentijnse traditie een klein leerbewerkingsbedrijf.

Zijn tassen en schoenen verkopen goed, maar Guccio Gucci is voorzichtig. Als zijn zoon Aldo, de man achter de expansie van het bedrijf, in 1939 een filiaal opent in de sjieke via Condotti in Rome, wordt zijn vader woedend. En in 1953 is de reactie op het bericht dat Aldo met zijn broers Vasco en Rodolfo een zaak heeft geopend aan Fifth Avenue in New York, een woedende telex met de boodschap: "Kom onmiddellijk naar huis.'

Maar de enthousiaste Aldo weet zijn familie mee te slepen. Zijn dromerige broer Vasco blijft uiteindelijk liever jagen. Maar Rodolfo raakt gaandeweg geboeid en ruilt zijn weinig succesvolle carriere als acteur in voor de functie van directeur Italië. Aldo concentreert zich op het buitenland, vooral de Verenigde Staten. Zo wordt de kiem gelegd onder een tweedeling die ook bij het definitieve eind van het familiebedrijf een rol zal spelen.

Binnen het bedrijf is het nooit rustig geweest, ondanks het commerciële succes, maar met de kleinkinderen beginnen de problemen pas goed. Aldo's zonen Giorgio, Paolo en Roberto en Rodolfo's zoon Maurizio hebben vaak slaande ruzie met elkaar. In 1982 moet Paolo Gucci bloedend aan zijn hoofd naar het ziekenhuis worden gebracht als het familieberaad wat al te fel is geworden. De ruzies gaan over financiële transacties, geheime machtsgrepen, pogingen van Paolo om voor zichzelf te beginnen en te breken met zijn autoritaire vader. Het dramatische hoogtepunt van de Gucci-guerrilla komt in 1986: een huilende Aldo Gucci, 81 jaar oud, door zijn neef Maurizio buitenspel gezet binnen het bedrijf en door zijn zoon Paolo aangegeven bij de belastingdienst, wordt tot een jaar en een dag celstraf veroordeeld omdat hij de Amerikaanse fiscus voor elf miljoen dollar heeft opgelicht.

In 1988 lijkt het familiedrama aangekomen bij de laatste aflevering. De drie broers Giorgio, Rodolfo en Paolo Gucci verkopen hun belang van samen vijftig procent aan Investcorp. Maurizio's rol lijkt uitgespeeld, want justitie zit achter hem aan en hij durft zich niet meer in Italië te vertonen. Met Giorgio en Rodolfo wordt hij verdacht van belastingfraude, er loopt een zaak tegen hem wegens illegale kapitaalexport en justitie vermoedt dat hij de handtekening van zijn vader heeft vervalst: na diens overlijden in 1983 komt Maurizio met een document waaruit moet blijken dat zijn vader vlak voordat hij doodging zijn belang van vijftig procent aan zijn zoon heeft gegeven. Voordeel voor Maurizio: hij hoeft geen successierechten te betalen.

Na ruim twee jaar is Maurizio terug. De illegale kapitaalexport van de jaren zeventig wordt hem vergeven met als argument dat het nu wel legaal is en de zaak van de vervalste handtekening eindigt in een lichte veroordeling. Na betaling van de successierechten kan Maurizio de leiding van het bedrijf weer op zich nemen.

De verhouding met de Arabische eigenaars van Investcorp is nooit goed geweest. Gucci draait met grote verliezen en Maurizio gaat bezuinigen en afslanken. Eind jaren tachtig zijn er nog 20.000 artikelen met de GG van Gucci, het beroemde beeldmerk. In 1991 is het aantal artikelen geslonken naar vijfduizend. Het bedrijf concentreert zich op de traditionele activiteiten: tassen en schoenen, sjaals en dassen. Ook in het winkelnet wordt gesneden. Wereldwijd daalt het aantal filialen van Gucci van ongeveer duizend naar minder dan tweehonderd.

Deze koerscorrectie haalt het bedrijf niet uit de rode cijfers. De verliezen slinken met een derde, maar Gucci sluit 1992 toch nog af met een verlies van 25 miljard lire, nu ruim dertig miljoen gulden. Ook de omzet is teruggelopen, van 299 miljard lire in 1991 naar 225 miljard lire vorig jaar.

Investcorp verwijt Maurizio Gucci zijn werk als manager niet goed te doen en het conflict loopt op een gegeven moment zo hoog op dat Investcorp beslag laat leggen op de aandelen van zijn Italiaanse partner. Gucci zou de verkeerde mensen om zich heen verzamelen en onverantwoord veel geld uitgeven voor zijn grote hobby, het zeezeilen.

Het is de Arabische bank ook in het verkeerde keelgat geschoten dat hij een miljoenenlening was aangegaan met aandelen Gucci als onderpand die hij aanvankelijk niet kon terugbetalen. Zijn ex-vrouw Patrizia Reggiani heeft verteld dat zij hierna heeft meegewerkt aan het organiseren van een lening van 30 miljoen Zwitserse frank om de aandelen weer terug te krijgen. Maar Maurizio moest dat geld aan zijn vrienden terugbetalen, met daarbovenop een bedankje, en kon de eindjes niet meer aan elkaar knopen.

De genadeslag komt als de Amerikaanse dochter Gucci of America besluit om een lening van 104 miljard lire, rond de 130 miljoen gulden, niet terug te betalen. Hiermee breekt Gucci of America met Maurizio en kiest het openlijk de kant van Investcorp. Maurizio rest weinig anders dan te verkopen. Volgens schattingen in de Italiaanse pers heeft hij 170 miljoen dollar gekregen, plus een erebaantje als senior adviseur van het nieuwe Gucci-management dat Investcorp zal aanwijzen. De "das van de vrede' is nu definitief in Arabische handen.