Symposium over wat kinderen moeten leren op school; Les in veilig vrijen of rekenen

LELYSTAD, 2 OKT. “Ouders vrijen onveilig, daarom willen ze dat hun kinderen veilig vrijen wordt geleerd. Ouders verpesten het milieu en hun kinderen moeten leren er zorgvuldig mee om te gaan. In de eisen die ze aan het onderwijs stellen, proberen ouders hun eigen falen goed te maken.” Aldus J. Wallage, tot voor kort staatssecretaris van onderwijs en nu van sociale zaken, in antwoord op de vraag "Wat moeten kinderen leren op school?'

In plaats van onderwijs als compensatie voor het ouderlijk falen, moet de school volgens Wallage leerlingen in de eerste plaats vaardigheden bijbrengen - vaardigheid om te leren en vaardigheid om problemen op te lossen. “Bijvoorbeeld, hoe maak je een milieuvriendelijke muizenval.” De voormalig onderwijsbewindsman sprak gisteren op een symposium, georganiseerd door een jubilerende school in Lelystad, waar ook VNO-voorzitter A. Rinnooy Kan en D66-leider H. Van Mierlo antwoord gaven op de vraag wat een school moet leren.

Non scholae, sed vitae discimus luidde het antwoord van zowel Rinnooy Kan als Van Mierlo (wij leren niet voor de school, maar voor het leven.) “Waar het gezin steeds minder krachtig wordt als opvoedende factor”, aldus Van Mierlo, “moet op school meer tijd worden besteed aan de vorming van kinderen. Bijvoorbeeld dat je lid bent van een samenleving, waar die samenleving vandaan komt, hoe de democratie functioneert, wat wetten zijn.” Ook normen en waarden moeten volgens de D66-leider op school worden geleerd. “In de opvoeding is de moraal zoek. Vroeger, in mijn katholieke zuil, zei iedereen dezelfde dingen - je ouder, de leraar, de pastoor, de radio. Maar nu de kerk is geërodeerd en het gezin wegvalt, staat de school er alleen voor. Zij moet nu leerlingen geschikt maken voor het leven.”

Behalve leren leven, moet de school volgens Rinnooy Kan vooral ook veel aan techniek doen. “Geen land in Europa reageert zo gretig op technologishe vernieuwing als Nederland. Iederen wil een microwave, een walkman en een cd. Tegelijkertijd is er geen land ter wereld waar zoveel achterdocht is over techniek.” Volgens de VNO-voorzitter een “enorm probleem” in een land met een korte industriële traditie. Een vak als handvaardigheid is volgens Rinnooy Kan onmisbaar op het kern-curriculum van iedere school. “Ik hoop dat mijn toekomstige chirurg ook figuurzagen heeft geleerd.”

Vertwijfeld vraagt een rector in de zaal of het niet wat veel gevraagd is van de school: kinderen leren rekenen, lezen en schrijven en ze ook nog eens geschikt maken voor het leven. De drie symposium-leden beamen dat er inderaad steeds meer gevraagd wordt van de school en dat daar best een financiële vergoeding tegenover mag staan. Volgens Wallage moet de volgende kabinetsperiode 1 miljard gulden extra worden uitgetrokken voor onderwijs. Rinnooy Kan zei dat wat het VNO betreft op alle budgetten bezuinigd moet worden, behalve op onderwijs. “Daar is volgens ons jaarlijks een miljard extra voor nodig.” Van Mierlo sprak over “meer middelen en meer energie steken in het onderwijs”. Hoeveel, dat wil hij niet verklappen tot het verkiezingsprogramma van D66 bekend wordt gemaakt.

De eensgezindheid van de drie sprekers gold niet alle terreinen van het onderwijs. Rinnooy Kan, die zelf in het bestuur zit van een basisschool, noemde de grotere zelfstandigheid die scholen krijgen van het ministerie een “quasi autonomie”. Ze mogen volgens hem in naam dan meer bevoegdheden hebben, in de praktijk is hun vrijheid dichtgetimmerd door afspraken met de vakbonden. “Als je als schoolbestuur ook maar een fruitmandje wilt geven om een goede leraar extra te belonen, moet je al verantwoording afleggen bij een nationale vakbond.”

Volgens van Mierlo trekken vooral de onderwijskoepels meer macht naar zich toe. Maar Wallage, als staatssecretaris mede verantwoordelijk voor de grotere autonomie van scholen, meent dat het gewoon nog even duurt voor de scholen daadwerkelijk “baas in eigen huis” worden. “Het duurt nog een jaar of tien à vijftien voordat de scholen voldoende body hebben.” Mocht in de tussentijd blijken dat er inderdaad in plaats van zelfstandige scholen allerlei “kleine Zoetermeertjes” ontstaan, dan moet de overheid volgens hem ingegrijpen. Maar ja, zo gaf hij toe, die beslissing kan hij niet nemen. “Ik ben nu sous-chef van een bij-kantoor.”