Simons en Kombrink terug in de gemeentepolitiek van Rotterdam; PvdA haalt verloren zonen binnen

ROTTERDAM, 2 OKT. Rotterdam-Zuid werkt door als de Partij van de Arbeid in een zaaltje aan het Afrikaanderplein haar twee verloren zonen binnenhaalt. Geen enthousiaste burgers met PvdA-pamfletten, geen schouderklopjes, geen bloemen. Binnen ontvouwen ze ontspannen, joviaal bijna, de plannen.

Hans Simons en Hans Kombrink zijn terug in de gemeentepolitiek. “Simons is in staat de kiezer straks weer naar de stembus te krijgen”, zegt een gewestelijk partijbestuurder. En hij kan ze ook nog op de PvdA laten stemmen, voegt hij eraan toe.

“Ik ben, dat durf ik wel te zeggen, een trotse Rotterdammer”, zegt Simons. “Ik weet dat heel veel Rotterdammers trots zijn op hun stad. Laten we die prachtige stad de komende jaren vernieuwen.” Hij heeft er lang over moeten nadenken, toen hem na zijn vakantie de vraag werd gesteld of hij de PvdA-lijst in Rotterdam wilde aanvoeren.

Na zijn vertrek naar Den Haag, in 1990, raakte Simons zijn interesse in de plaatselijke politiek niet kwijt en de Rotterdamse politiek niet in hem. Toen hij begin 1992 in Den Haag zwaar onder vuur lag om zijn plannen met de gezondheidszorg verscheen hij op een doordeweekse avond, onverwachts, op een roerige vergadering van het PvdA-gewest in Rotterdam. Het bestuur boog zich over de schrijnende interne verdeeldheid over de plannen met de luchthaven Zestienhoven. Simons zei niets, luisterde achter in de zaal alleen mee. “Er is vanavond een partijgenoot onder ons die grotere zorgen heeft dan wij”, zei een van de PvdA-leden toen hij Simons ontwaarde. “Wij wensen je veel sterkte, Hans.”

Zijn “Haagse perspectieven”, als staatssecretaris van volksgezondheid, hebben bij zijn beslissing naar het oude nest terug te keren geen enkele rol gespeeld, verzekert Simons. “Zo zit ik niet in elkaar. Het is geen afweging van kansen geweest. Als ik hier niet was gevraagd was ik absoluut in Den Haag gebleven.”

Het werken met “mensen in de stad” was voor Hans Kombrink vier jaar geleden al een “fantastisch perspectief, en dat is niet veranderd”. Toen werd hij echter gepasseerd door een aantal Rotterdamse onderafdelingen en liep hij de door hem begeerde post van Havenwethouder mis. “Ik heb me afgevraagd of ik me niet in een mogelijk wespennest ga steken. Maar de steun van het afdelingsbestuur was unaniem. Dat was essentieel.”

Kritiek uit de huidige PvdA-raadsfractie kwam wel. Fractievoorzitter P. Aubert noemt de komst van Simons en Kombrink een “slechte ingreep van buitenaf”, doelend op de rol die PvdA-voorzitter Rottenberg heeft gespeeld bij het verzoek aan Simons. De fractie dacht met de huidige onderwijswethouder E. Hallensleben en fractievoorzitter Aubert sterk genoeg te staan voor de verkiezingen van maart volgend jaar.

Simons en Kombrink staan voor de taak de teruggang van de partij in Rotterdam te stuiten. Bij de laatste opiniepeiling onder Rotterdamse burgers, een jaar geleden, zakte de PvdA-fractie in de gemeenteraad van 18 naar 7 zetels. In de periode voordat Simons zijn Rotterdamse wethouderschap verruilde voor Den Haag had de PvdA met 24 zetels nog een meerderheid in de raad.

Een PvdA-fractie in de oppositie is “ondenkbaar” in Rotterdam, zegt Kombrink. Ook de andere partijen in de raad zouden volgens hem de stad niet zonder de PvdA willen besturen. “"What if' is het verkeerde type discussie”, zei Kombrink gisteren. “Wij staan op de lijst en zullen de gevolgen daarvan aanvaarden.”

Het blijft nog even de vraag welke posten de twee toekomstige PvdA-raadsleden eventueel in het Rotterdamse college gaan bezetten. Dat onderwerp komt na de verkiezingen in maart volgend jaar wel aan de orde, zei Simons. “Maar de portefeuilleverdeling moet wel in overeenstemming zijn met de hoofdpunten uit het ons programma: veiligheid, werkgelegenheid en sociale zekerheid.”

Na de bekendmaking van de politieke transfers kwamen er alsnog twee bossen bloemen boven tafel. Uit Amsterdam. “Dit is een bijzondere dag voor Rotterdam”, stond op het begeleidend kaartje van het PvdA-bestuur. “Veel succes en hulde voor jullie moed. Felix Rottenberg en Ruud Vreeman.”

    • Rob Schoof