SCHNAPPS

De trein richting Nieuw-Vennep, op weg naar het kantoor van Bols. Ik ga erheen op aanraden van de fotografe Karin Kloostra. Zij heeft in verband met de herdenking van de Bijlmerramp, voor een Ghanese stichting een fotoserie gemaakt over het leven van Ghanezen in Nederland ("Ghanese trots aan de Amstel', heet de tentoonstelling, die vanaf 7 oktober te zien is in de Artoteek van de Bijlmer). Het viel haar op dat de Ghanezen voor hun plengoffers aan de voorouders steeds dezelfde drank gebruiken: Henkes' Schnapps, in een donkergroene, vierhoekige fles. Van de Ghanezen kon ze er geen verklaring voor krijgen, behalve dat ze het al eeuwen zo doen. Henkes is onderdeel van Bols, dus ga ik naar Nieuw-Vennep. Iemand moet toch weten waarom de Ghanese geesten uitsluitend oude Hollandse jenever lusten?

Degene die ik eigenlijk moet spreken, de regionale manager van Afrika en directeur van Henkes' Schnapps, is Pieter van Dijk. Maar hij is op dit moment in Ghana, helaas. Ik ontmoet een collega, Edgar Koster, in een als museum ingerichte ontvangstruimte. We zijn omringd door stenen kruiken en handgeblazen flessen, die de stille getuigen zijn van een tragisch koloniaal verleden: de Oost- en West-Indische compagnie namen een flinke voorraad drank mee op hun expedities, voor de eigen manschappen, maar ook voor het contact met de plaatselijke machthebbers in de tropen. De jenever werd in West-Afrika bijvoorbeeld gebruikt als ruilmiddel tegen goud, ivoor en later slaven. De eeuwenoude flessen die hier staan uitgestald zijn de laatste tastbare tekens van Nederland als wereldmacht. De Engelsen en Portugezen zullen hun eigen dranken hebben meegenomen, en ik realiseer me ineens dat al die drukte over de dreigende gelijkschakeling van de culturen in de wereld dankzij CocaCola, jeans en popmuziek, gebaseerd is op een historische misvatting: niet de "cocacolisering', maar de "alcoholisering' bewerkstelligde de vroegste banden tussen het Westen en de rest van de wereld. De Westerse expansie heeft niet alleen plaatsgevonden met bruut geweld, maar ook met alcoholische beneveling. Degenen die moesten worden onderworpen werden misschien wel vaker dronken gevoerd dan neergeschoten, en het ontstaan van een meer homogene wereldcultuur kan dus niet alleen worden toegeschreven aan zendelingen en admiraals, maar ook aan jeneverstokers!

Bij Bols weten ze niet waarom juist Henkes' Schnapps de favoriet werd bij de vooroudervereringsrituelen van de Ghanezen. Dat is langzaam zo gegroeid, sinds de zeventiende eeuw, en ongeveer honderd jaar geleden werd de Ghanese markt voor Henkes' Schnapps zo interessant, dat het bedrijf zich er uitdrukkelijk op is gaan richten. Bols heeft tegenwoordig lokale fabrieken in Kumasi die gin en likeur produceren, maar "Schnapps' komt uit Nederland, sterker: "Schnapps' moet uit Nederland komen. Het is niet zomaar een drank, maar een fetisj, en als die lokaal zou worden gestookt zou een groot deel van zijn magie verloren gaan. Daarom staat op het etiket in felrode letters: "The Produce of Holland'. Aan de zijkant van de fles is in kapitale letters gegrift: "Henkes Holland'. En als het je toch is ontgaan staat er nog eens op de dop: "J.H. Henkes, Holland'. Volgens het etiket wordt de drank massaal genuttigd, "throughout the civilized world', maar de waarheid is dat deze drank buiten West-Afrika niet wordt verkocht, niet eens in Nederland: als Ghanezen in Nederland hun doden willen eren, moeten ze de flessen uit Ghana laten komen. Zo is een merkwaardige, en bijna intieme relatie ontstaan tussen de twee landen, die de geschiedenis van slavernij en roof heeft overleefd.

Maar er is meer, de relatie gaat nog veel dieper. Vorig jaar is Henkes' Schnapps directeur Pieter van Dijk tot "Chief' benoemd van een regionaal dorp in Ghana. ""Jongen van Bols wordt stamhoofd'', schreven de kranten in Nederland, met een grote foto van Pieter van Dijk, in zijn nieuwe hoedanigheid van Nana Kwodwo Boakyir II, zoals zijn Ghanese naam luidt. Hij draagt een Kente-doek met de rechterschouder ontbloot, een zwarte kroon met gouden figuren en schitterende sieraden.

Als ik er lacherig op reageer word ik onmiddellijk berispt door Edgar Koster: Pieter van Dijk neemt zijn rol uiterst serieus, en hij zet zich daadwerkelijk in voor de ontwikkeling van zijn dorp, Efutu. Een paar maanden terug is Koster met Van Dijk meegereisd naar Ghana, en wat hij meemaakte was zondermeer indrukwekkend. Met zichtbare trots vertelt Koster hoe zijn collega, die hij daar alleen met Nana mocht aanspreken, in traditionele klederdracht in het dorp verscheen. Het begroetingsritueel begon in de open lucht, waarbij de Queen Mother en de dorpsoudsten enkele druppels Schnapps op de grond sprenkelden, onder het uiten van ceremoniele spreuken. Na ook iets van de Schnapps te hebben gedronken gingen ze naar binnen, waar iedereen volgens een vast patroon plaats nam. De Queen Mother in het centrum, omringd door dorpsoudsten, en voor haar, op de grond, de linguist, via wie het gesprek werd gevoerd. Na enige verbale begroetingen en verwelkomingen werd er plechtig vergaderd over de stand van zaken in het dorp: hoe het stond met de bouw van het ziekenhuis, de school, de aanleg van elektriciteit en waterleiding. Vervolgens deelde Nana Kwodwo Noakyir II mee wat hij tijdens zijn afwezigheid had ondernomen voor de ontwikkeling van zijn dorp: waar hij geld had ingezameld, welke plannen hij had bedacht en wie hij daarover had gesproken. De vergadering werd afgesloten met de overhandiging van cadeau's waaronder, natuurlijk, Henkes' Schnapps.

Hierna werd een wandeling gemaakt door het tienduizend inwoners tellende dorp, waarbij de dorpelingen uit hun huizen kwamen om de gasten te begroeten en eer te bewijzen. De vriendelijkheid, de onvervalste hartelijkheid had Edgar Koster diep geraakt. De beleefdheid was niet geveinsd, zoals hij elders wel had meegemaakt, maar warm en welgemeend.

Dat dit niet alleen te maken had met het feit dat Pieter van Dijk hier Chief was bleek toen ze een keer naar een heel ander dorp gingen, omdat ze hadden gehoord dat daar eeuwenoude graven waren van Hollanders. Ook in dit dorp werden ze even hartelijk begroet en vloeide de Schnapps rijkelijk over de grond. Ze bezochten de Nederlandse forten, van waaruit de slavenhandel werd georganiseerd, en wat Koster verbaasde was dat men op zo'n zakelijke toon vertelde wat zich hier allemaal had afgespeeld. Geen spoor van verwijt. Geschiedenis is geschiedenis.

Als ik Nieuw-Vennep verlaat probeer ik mij een beeld te vormen van Kosters ontroerende ervaring in Ghana. Zijn ontroering grenst aan onbehagen, begrijp ik uit zijn woorden, omdat Nederlanders in het verleden verschrikkingen hebben begaan, en omdat ze de Ghanezen ook nu nog niet fatsoenlijk behandelen. In Amsterdam worden ze door de vreemdelingenpolitie opgejaagd en door de drugspolitie gecriminaliseerd. En toch die volstrekte afwezigheid van rancune, die openlijk beleden liefde voor Hollanders.

Maar minstens zo indrukwekkend vind ik de genegenheid van deze "jongens van Bols' voor de Ghanezen. Zo serieus als ze de traditie nemen, vol respect en ontzag. Het is goed koopmanschap, natuurlijk, om je klanten met eerbied te behandelen, maar hier is meer in het geding dan een ordinaire handelsgeest. Uit de manier waarop Koster zijn verhaal vertelt blijkt niets van een blanke hooghartigheid tegenover de simpele zwarten, integendeel. Hij spreekt zonder een zweem van spot, zoals ook de Ghanezen spreken zonder een zweem van rancune. Dat alcohol ooit zo'n verbroedering tot stand zou brengen, "throughout the civilized world'.