Professor E. Zürcher over China en de toevloed van "westerse rotzooi'; Het is geen Open Deur meer, het is Open Huis

Prof. dr. E. Zürcher doceerde ruim dertig jaar in de geschiedenis van Oost-Azië aan de Rijksuniversiteit Leiden. Deze week gaat de internationaal vermaarde sinoloog met emeritaat. Een interview over de gevolgen van de economische "boom' in de Volksrepubliek, de "seksloze' confucianistische eeuwen en het communistische kusverbod, Mao's Nieuwe Mens, het politiestaat-gevoel en Jean Paul Sartre: "Wat een vreugde, zijn domheid! Ik heb zelden zo gelachen als tijdens de Culturele Revolutie.'

"Ongecontroleerd stromende waterlanders, overslaande stem, bevende handen... u zult ze hier niet optekenen. Ik zet een punt achter een baan - niet achter het leven.''

De pose van de professorale distantie past hem perfect. Maar achter de afstandelijke wetenschapper gaat bij nadere beschouwing een gepassioneerd sarcast schuil. Erik Zürcher (65) kruipt regelmatig in de huid van Monty Python, pleegt zijn omgeving te confronteren met de scherpe wijsheden van Vergilius, en citeert even makkelijk vileine gedichten van Potgieter. ""Ik maak me graag vrolijk'', zegt hij in zijn woning in Warmond. Over ""linkse lieden die dweepten met dictators'' bijvoorbeeld. Over verslaggevers die zijns inziens ""de opstand op het Plein van de Hemelse Vrede en de onderdrukking van het studentenprotest tot groteske proporties opbliezen''. Over prominente collega's die ""lichtelijk overspannen'' een Chinees-Japanse oorlog voorspellen. En over zichzelf: ""Mijn oratie van '62 had de titel Dialoog der misverstanden. Die dialoog tussen China en het Westen zet zich voort - de reeks misverstanden óók. Ik heb daar in mijn jonge jaren aan bijgedragen door de knapperd uit te hangen die de Chinezen wel even uitlegde hoe hun cultuur in elkaar stak. Fout. Onvergeeflijk. Bescheidenheid, weet ik nu, is het hoogste gebod. Het enige wat dit mini-breintje moet willen is leren, leren, leren.''

Hoogleraar in de geschiedenis van Oost-Azië, oprichter van het Documentatiecentrum voor het Huidige China, éminence grise van de Nederlandse sinologie, internationaal gereputeerd onderzoeker van buitenlandse invloeden in het pre-moderne Chinese cultuurgebied, grondlegger van een visueel archief op dat terrein: voor een man met een mini-breintje heeft Erik Zürcher het ver geschopt. Vakgenoten dichten hem een ""fenomenaal brede kennis'' toe, een ""ongeevenaard objectiveringsvermogen'', een ""zeldzaam talent om uit het eng-Westerse perspectief te stappen'. Niet dat hij kritiekloos wordt bejegend: op de Rijksuniversiteit Leiden heet het dat één standaardwerk - The Buddhist Conquest of China, daterend uit 1959 - voor een iemand van zijn kaliber ""absoluut te weinig'' is.

Zürcher blijkt de archetypische verstrooide professor. Weg van zijn schrijftafel manoeuvreert hij niet zelden nerveus en onhandig: na een diner ten paleize verliet hij in het voetspoor van koningin Beatrix de eetzaal - om zichzelf terug te vinden in een salon waar slechts vrouwen werden geacht te converseren terwijl de heren elders met sigaren en port natafelden. Een rijbewijs haalde de hoogleraar nimmer. ""Wat vierwielers betreft kwam hij gelukkig niet verder dan het besturen van de tractor-maaimachine in zijn tuin'', vertelt een persoonlijke vriend. ""De praktijk des levens is de zaak van zijn vrouw. Ze kan hem best vragen een pond peren te halen, maar de kans is groot dat Erik komt aandragen met een kilo aardappelen.''

De meeste sinologen die ik ken hebben iets zonderlings, iets maniakaals. "China', zegt uw Amerikaanse evenknie Jonathan D. Spence, "is een raadsel dat je mentaal koloniseert.'

""Ik ervaar China niet als een obsessie. Als ik de fanatici op een congres al aan het ontbijt hoor discussiëren over de geldontwaarding onder Chiang Kai-shek of een obscure werkwoordsvorm van het Tibetaans, denk ik weleens: Heer, dank u dat ik niet ben gelijk een derzulken.

""Ik heb een nuchtere band met mijn studie-object. Wetenschap bedrijven is vragen leren stellen, liefst vragen waar anderen niet op komen. Welnu, China voedt continu mijn nieuwsgierigheid - misschien wel in te sterke mate. Mensen roepen vaak vriendelijk: "Zürcher weet van alles wat!' Je kunt net zo goed beweren dat ik me voor teveel dingen interesseer, dat ik me versnipper en aan de oppervlakte blijf.''

Zürcher is een "China scholar', Spence een "China lover', constateren kenners. "Ik ben een van de vele sinologen', geeft Spence toe, "bij wie zelfs liefdes samenvallen met China.'

""Amoureuze gevoelens als sublimering van een wetenschappelijke fascinatie, als ultieme poging om door te dringen tot die andere cultuur... het heeft iets twijfelachtigs. Ik kan me niet herinneren ooit echt verliefd te zijn geworden op een Chinese vrouw. De neiging om op wat voor manier dan ook te versmelten met dat land is me vreemd. Je verliest het zicht op je onderwerp. Ik heb collega's die weinig meer presteerden vanaf het moment dat ze op de ik ben een halve Chinees-toer gingen.

""Ik wil mezelf niet als een heilige afschilderen, hoor. Veertig jaar onderdompeling in de Chinese denkwereld zal mij beslist hebben gedeformeerd. Je drijft weg van je oorsprong. Je raakt ontheemd. Als ik naar de EO kijk, reageer ik verbijsterd. Hoe kunnen verstandige mensen in godsnaam zo denken, zo geloven?''

Was u zelf aanvankelijk niet in de ban van het Zen-boeddhisme?

""Een adolescent die schwärmerische boeken over oriëntaalse wijsheden leest, krijgt natuurlijk een klapje van de molen. Maar een door Oosterse mystiek verdwaasde freak ben ik nooit geweest. Het is trouwens onmogelijk Zen aan te hangen. Die leer ontkent juist het aanhangen van n'importe wat, cultiveert het twijfelen en relativeren. Zen had een uitvinding van Multatuli kunnen zijn: "Niets is waar en zelfs dat niet.' Boeiend, ontzettend boeiend, maar ik heb nimmer de aanvechting gevoeld mij in een afgelegen klooster terug te trekken en jarenlang te mediteren. Daar ben ik te kouwelijk voor.''

Hij begon ""zo ongeveer in de prehistorie'' sinologie te studeren. ""Pakweg 1947, de nadagen van de Guomindang, twee jaar vóór de zogenaamde bevrijding. Het gekke was dat actuele kwesties nagenoeg onbesproken bleven. Je bestudeerde de grote traditie: confucianisme, taoïsme, enzovoorts. De moderne tijd, och, dat was journalistenstuff. Je hoorde het een en ander over Mao Zedong en een communistische machtsovername, maar dat was ver van je bed. Wie reisde eind jaren veertig naar China? Dat lag op Pluto! Figuren die het aandurfden, werden door ons beschouwd als astronauten. Pas toen we naar de verslagen van die ruimtevaarders luisterden, beseften we dat China werkelijk bestond.

""De Westerse sinologie bleef lang blind voor het belang van contemporary China studies. Ik verdiepte me als een van de eersten in hedendaagse kwesties, geïnspireerd door mijn eerste bezoek aan de Volksrepubliek: in '64, een windstille periode tussen het mislukken van de Grote Sprong Voorwaarts en het begin van de Culturele Revolutie. De hardliners-kliek hield zich even rustig. Niettemin was het klimaat drukkend. Je werd per definitie gewantrouwd, je kon geen stap zetten of je had een mannetje in je kielzog. Vrije gesprekken waren out of the question - alles werd genoteerd. De enige krant die ik mocht lezen was het Volksdagblad. Toen ik op de markt een souvenir kocht dat werd verpakt in een lokaal dagblad, droeg mijn gids de koopman op het papier te verwijderen. Taboe, meneertje! Ik had van meet af aan zo'n politiestaat-gevoel.

""Op een dag zag ik hoe arbeiders de oude stadsmuren naar beneden haalden, hoe ze de schitterende poorten met hijskranen optilden en aan brokken lieten vallen. Moest er een ringweg komen voor verkeer dat nog nergens viel te bekennen. Het bewind was vandalistisch. Het ging over lijken. Erg happy leken de mensen me niet.''

Talloze linkse intellectuelen omarmden de Grote Roerganger. Joris Ivens en Anja Meulenbelt bejubelden Mao's Nieuwe Mens. Jean Paul Sartre rapporteerde na een bezoek aan de Volksrepubliek over "spontane' ontmoetingen met Chinese boeren die zijn essays van A tot Z hadden gelezen.

""Ja ja, schitterend! Wat een vreugde, die domheid! Ik heb zelden zo gelachen als tijdens de Culturele Revolutie, hoe tragisch het ook was - er kwamen twintig miljoen mensen om. Denk je eens in: Europese denkers en kunstenaars prezen een regime dat China's rijke toneeltraditie terugbracht tot zegge en schrijve drie model-opera's: Het waterfront, De rode lantaarn, Het meisje met het witte haar.

""Nee, ik stak geen energie in een publicitair tegenoffensief. Ik ben niet polemisch aangelegd. Op Renate Rubinstein na liep de pers in die dagen weg met verdwaasde idealisten als professor Wertheim. Wat kon ik doen? En wat viel er toe te voegen aan Chinese Schaduwen, het boek van Simon Leys dat alle naïeve illusies met één mokerslag verpulverde?''

Spence kenschetst Mao Zedong in zijn magnum opus "The Search for Modern China' als een "sophisticated' volksheld.

""Onbegrijpelijk. Mao voelde zich in academisch gezelschap altijd de underdog. Hij kon alleen maar bogen op een leraarsdiploma - gehaald op een armetierige kweekschool in Changsha - en wat ervaring als hulpje van een bibliothecaris op de Universiteit van Peking. De intelligentsia, die "stinkende negende categorie', vervulde hem met haat. Hij onderstreepte voortdurend zijn antiintellectualisme: "Hoe meer boeken je leest, hoe dommer je wordt'.''

Komt hem in geschiedenisboeken een plaats naast Stalin toe?

""Quatsch. Hij was ruthless als Caesar en Napoleon, maar analoog aan dat duo stonden er enorme verdiensten tegenover zijn terroristische wijze van besturen. Die ijzeren hand was óók verantwoordelijk voor een infrastructuur waarvan China nu de vruchten plukt. Stalin werd op den duur gek, nam de persoonlijkheidsverering serieus, en groeide uit tot een vernietiger. Mao bleef bij de pinken en gebruikte de megalomanie als middel om een nieuw China te creëren.''

Vroeger, schrijft Jung Chang in "Wilde Zwanen', waren Chinezen zo idolaat van 's lands Roodste Zon (""Vader is dierbaar, moeder is dierbaar, maar niemand is zo dierbaar als Voorzitter Mao'') dat ze zijn badges op hun blote borst prikten. Anno 1993 duikt zijn beeltenis weer overal op: aan taxi-spiegeltjes, op kalenders, achter winkelruiten.

""Mao verandert in een beschermheilige. Zijn hoofd wordt een good luck-amulet. Tegen de achtergrond van het Chinese volksgeloof is dat niet zo verwonderlijk. De Grote Roerganger is een machtige geest, en wát je ook op hem tegen hebt: met Mao aan je zijde kan je niets overkomen. Zelfs mensen die persoonlijk door hem zijn gepakt denken vaak zo. Sterker: hoe méér mensen hij over de kling heeft gejaagd, hoe beter. Dat tekent zijn kracht.''

Zürcher mag dan gelden als een erudiet en hyperintelligent geleerde, hij heeft zich - bekent hij - ""decennialang laten verblinden door Mao's fictie-praatjes over de Chinese eenheidscultuur''.

""Mijn beeld van het land was te monolitisch. Het verleden, dacht ik, is dood. Weg. Uitgewist door een Rote Armee Fraktion in het groot: Rode Gardisten die het erfgoed aan gruzelementen sloegen of verbrandden. Ik zag het te absoluut. Mijn misconceptie dat de cultuurvernietiging en gelijkschakeling totaal was, spoorde met een ander waan-idee: de veronderstelling dat China tenslotte in eerdere tijden óók een geestelijk geünificeerde aanblik bood - maar dan in confucianistische zin. Pas medio jaren zeventig ben ik gaan inzien dat er vele Chinese culturen zijn, die elkaar op allerlei manieren tegenspreken. Ze blijken overigens niet uitgestorven, ze ontdoen zich springlevend van het maoïstische stof. Kunt u zich voorstellen wat een genot het is voor een sinoloog dat er steeds meer China's bijkomen?''

Met andere woorden: de communistische heilsleer was niet meer dan een importprodukt dat als een dun laagje over de Volksrepubliek lag?

""Ja, de Partij had die saus weliswaar op Chinese smaak gebracht, maar de massa's raakten er niet van doordrenkt. Zoals het confucianisme het domein was van de schriftgeleerden, bleef het bijna even gecompliceerde marxisme-leninisme-maoïsme voornamelijk het pakkie-an van ideologen en kaders. Voor de rest van de bevolking was het abracadabra. Boeren en arbeiders slaakten revolutionaire kreten, maar aangezien de overheid in China deep down werd beschouwd als de natuurlijke vijand van het volk, was dat louter lippendienst.

""Iets dergelijks manifesteerde zich ook in '89. Kort nadat het Volksbevrijdingsleger de studentenopstand had neergeslagen, draaiden mensen die op het Tiananmen-plein hadden meegedemonstreerd als een blad aan een boom om: "Goed dat ze die betogers hebben aangepakt, het werd te gek'. Letterlijk! Zo'n opportunistische houding vinden Chinezen niet eerloos. Het is de tekenen des tijds verstaan. "Als je getrouwd bent met een kip, gehoorzaam dan de kip. Ben je getrouwd met een hond, gehoorzaam dan de hond.'

""Ik zal de invloed van het confucianisme niet verabsoluteren, maar dat denken blijft een onderstroom. Sommige sinologen concentreren zich hun hele leven op China maar begrijpen er nog geen eh... bal van. Dat wil zeggen: ze missen een essentiële dimensie, omdat ze voortdurend door een moderne bril turen. Voor menige Amerikaanse wetenschapper begint de Chinese geschiedenis in 1949. Alsof je de drieduizend jaar daarvóór kunt negeren en je de communisten dus voor alles kunt blameren! Neem de bureaucratie. Die is geen schepping van de Partij, welnee, die vormt een verlengstuk van het mandarijnendom. De preutsheid: hetzelfde verhaal. Er loopt een rechte lijn van de "seksloze' eeuwen waarin zelfs getrouwde mannen en vrouwen elkaar niet publiekelijk mochten aanraken naar het kusverbod dat twee jaar terug werd afgekondigd op de Beida-universiteit.

""De communisten hebben onophoudelijk ingespeeld op traditionele beginselen als respect voor autoriteiten, spaarzaamheid en strakke ordening. Het arbeidsethos, het plichtsbesef: sommige zaken nodigden als het ware uit tot misbruik. Zo had Mao's rigide sociale controle-systeem met zijn blok- en wijkhoofden verdacht veel weg van de wijze waarop het keizerlijke China, een ware ambtenarenstaat, aan de basis was georganiseerd: groepen van tien families met bovenaan één rapporterende figuur. Het Rode Boekje leek een variant op het imperiale, in de veertiende eeuw verpreide Heilig Edict, waarin principes en vermaningen stonden die iedere burger uit het hoofd moest leren. Ja, en dan de "communistische verklikkersmentaliteit', het aangeven bij de politie van familieleden en onwonenden: dat zou weleens verband kunnen houden met het fiscale systeem van de keizers, die zo slim waren buren verantwoordelijk te maken voor elkaars belastingaangifte, elkaars gedrag, elkaars hele handel en wandel."

Een cruciale parallel tussen confucianisme en communisme, signaleert Zürcher, is ""het neerkijken op kooplui, de profijtbeluste klasse''. ""Tegelijkertijd is dat mercantiele gedrag in China zo oud als het Rijk van het Midden. In de steden ontstond al vroeg een brede middenstandslaag en staken puissant-rijke lieden de kop op. Making money is altijd hét ideaal gebleven. De Westerse verbazing over de handelsgeest die nu in de Volksrepubliek wordt gedemonstreerd bevreemdt me: die kenden we toch van onze restaurant-Chinezen?''

Tot ergernis van "China watchers' openbaart zich sinds het begin van de economische liberalisering ""een deprimerende geldgeilheid, die gepaard gaat met hardvochtige competitiedrift, nepotisme en een uitdijende zwarte markt''. In dit ""nagenoeg wetteloze cowboy-kapitalisme'' is graaien de norm.

""Je kunt het moeilijk een verheffend schouwspel noemen, hè. De economische boom leidt tot een barbarisering die soortgelijke taferelen in Europa en de VS reduceert tot kinderspel. Maar het zou unfair zijn vanuit onze comfortable fauteuils over die gang van zaken te mopperen. Is het niet logisch dat mensen die straatarm zijn geweest momenteel doorslaan? Begin jaren zestig stierven enkele tientallen miljoenen Chinezen de hongerdood. In verschillende streken kwam kannibalisme voor. Mensen ruilden hun kinderen en aten ze op - je eigen baby verorberen ging net te ver. Onze winter van '44-'45 was er niets bij. Nou, als je zoiets hebt meegemaakt en je krijgt de kans je vol te vreten, fortuin te maken...''

"Laat sommigen eerst rijk worden; bevorder daarna de rijkdom voor allen', heeft Deng Xiaoping gedecreteerd. Wordt zijn "Socialisme met Chinese Karakteristieken' niet te positief beoordeeld? Het is de motor van 's werelds snelste industriële revolutie, maar splijt de samenleving: het arme platteland versus de rijke steden en kustgebieden, ongeschoolde ouderen versus de beter opgeleide jeugd, privé-ondernemers versus werkloze academici en arbeiders in vermolmde staatsbedrijven.

""Ach, moderniseringskrampen. Het komt op een gegeven moment wel weer terecht. Er zijn problemen, maar ik zie geen aanzetten tot rebellie. Daarvoor is een algemene Verelendung nodig. Je ziet juist het tegendeel: zelfs doodarme boertjes gaan er op vooruit. Dat geklets over een Chinese volksopstand klinkt mij wishful thinking-achtig in de oren. Waarom zou men ageren tegen een situatie die iedere man in the street kansjes biedt? De Amerikaanse droom leeft in China veel sterker dan sentimenten à la "makkers verenigt u tegen de onrechtvaardige spreiding van welvaart'.''

Curieus: u bent optimistischer dan de Pekingse Academie van Sociale Wetenschappen. Die publiceerde begin dit jaar een rapport waarin het gevaar van sociale onrust werd onderkend. De trefwoorden kennen we van 1989: inflatie, oververhitting van de economie, corruptie.

""Ik hecht geen geloof aan ontploffingstheorieën. Uit de hand lopende criminaliteit - ja. Vagebonderij - ja. Revolutie - nee. Het voorjaar van '89 gaf trouwens evenmin een echte revolutie te zien. Ik heb de "Chinese Lente' geen moment serieus genomen. Het was een doodgeboren kind: de studentenbeweging had geen duidelijk leiderschap, geen duidelijke ideologie en geen duidelijke doelen. Bovendien deed de bevolking niet massaal mee. Als de achthonderd miljoen Chinezen op het platteland niet in beweging komen, kun je het vergeten.

""Mijn relativerende houding stond haaks op die van de meeste sinologen. Wereldwijd waren ze swept off their feet. Ze lieten zich meeslepen, net als de media. Ik vond het wel grappig: de pers leek werkelijk te denken dat de Volksrepubliek schudde op haar grondvesten. Eigenlijk was het net zo'n opgeblazen ballon als Parijs, mei '68.

""Nadat de Chinese leiders het leger hadden ingezet, maakten veel journalisten zich schuldig aan overreporting. Ook dat had ik al snel in de gaten. "Er klopt iets niet', zei ik tegen mijn vrouw. "Volgens de berichten zijn in Peking duizenden en duizenden doden gevallen, waaronder honderden op het Plein van de Hemelse Vrede, maar de televisiebeelden staven die beweringen niet. Ik zie voornamelijk lege straten. Hier en daar een lijk, geen stapels.' Ik zeg niet dat de militairen de schoonheidsprijs verdienden, geen sprake van, maar tot op de dag van vandaag heeft niemand het bewijs geleverd dat grote groepen mensen met mitrailleurs zijn neergemaaid en tanks over slapende studenten zijn gereden. Analyses van mensenrechtenorganisaties als Asia Watch en wetenschappelijke instituten in Hongkong komen uit op slachtoffersaantallen die onbehaaglijk dicht in de buurt liggen van de cijfers die de Chinese overheid heeft verstrekt: een paar honderd doden.''

Feit blijft dat het dissidente geluid in bloed werd gesmoord. Politieke gevangenen, heropvoedingskampen, dwangarbeid: het Chinese regime hekelt de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens en springt naar eigen goeddunken om met andersdenkenden.

""Vanuit het Westerse denkraam beschouwd kan ik het natuurlijk moeilijk met de Chinezen eens zijn. Ik verafschuw die benadering, maar is het mijn taak Peking de les te lezen? Ik zit hier om te verklaren, uit te leggen. China is niet Das Land des Lächelns, China is sinds jaar en dag een Kung Fu-maatschappij, een samenleving waarin een mensenleven nooit veel waard bleek. Bekijk de fresco's, versierselen en motieven in tempels maar eens. Vechtscènes, bloederige toestanden, types die er op los meppen. Een zekere verheerlijking van geweld. De oude romanliteratuur stond bol van macho's, houwdegens en woestelingen. Mensen de ogen uitsteken, villen, langzaam doodmartelen... het hart van tegenstanders eruit snijden en opeten... massa-executies - het zijn niet alleen ingrediënten van de volksverbeelding, het zijn ook dingen die zich allemaal hebben afgespeeld in China. Sommige van die dingen spelen zich nóg af. Het is een keiharde cultuur, een cultuur van boeren.''

Maar valt de voortdurende repressie te rechtvaardigen? Het Chinese communisme is politiek failliet - het existeert bij de gratie van onderdrukking.

""Als apparaat, als systeem leeft het communisme nog. Ik weet niet of dat nou zo slecht is. Moeten we de Volksrepubliek het lot van de Sovjet-Unie toewensen? In Peking zijn de winkels vol, in Moskou leeg. Een totale breakdown van de machine die China overeind houdt... alsjeblieft niet. Je hebt een netwerk nodig om de boel bij elkaar te binden, ook al zitten daar negatieve kanten aan.''

U lijkt te denken als een Chinese filosoof die volgens de overlevering zei dat invoering van democratie net zoiets zou zijn als "een meisje met afgebonden voeten naaldhakken geven en haar opdragen de tango te dansen'.

""Buiten de steden heeft die wisecrack zijn geldigheid nog niet verloren. Zeg tegen dorpelingen dat ze mogen stemmen, en ze zullen je blanco aankijken. Het politiek bewustzijn van die jongens is nihil, ze hebben geen flauw idee wat een parlementaire democratie inhoudt. De Volksrepubliek heeft geen andere mogelijkheid dan stapje voor stapje in die richting schuifelen.

""Behalve regelaar van het leven was de Chinese overheid door de eeuwen heen ook een dominee, een totalitaire moralist. Mao Zedong heette niet voor niets de Grote Leraar. Sun Yat-sen en Chiang kai-Shek hadden ook dat aureool van prediker. Confucianisme, extreem nationalisme, communisme: ze zijn alledrie fundamenteel ondemocratisch. De geschiedenis geeft geen aanleiding om te zeggen dat China zomaar zal toegroeien naar een meerpartijenstelsel. In eerste instantie is een verlichte dictatuur al heel wat: een politiek gezichtsloze eenpartijstaat die mondjesmaat pluriformiteit en inspraak introduceert.''

Wat verwacht u in economisch opzicht?

""Je leest steeds vaker dat China zal veranderen in één groot Singapore. Dat dunkt mij het kwadraat van onzin. Het is volstrekt absurd een gigantisch land te spiegelen aan een stadstaatje. Zeker, hier en daar zal China gaan lijken op Singapore. Maar elders blijft het land nog lange tijd het equivalent van Bangladesh. Die interne tegenstellingen kunnen breuklijnen veroorzaken - ik voorzie verdergaande regionalisering. Het zuiden trekt zich minder en minder van Peking aan: "De bergen zijn hoog en de keizer is ver weg.' Misschien komt het ooit tot een split-up. Het zou me niet verbazen als de provincie Guangdong met Hongkong en Taiwan samengaat. Zo'n driehoek is in potentie een Superjapan.'

Kristofer Schipper, uw opvolger in Leiden, heeft een ander visioen. Hij denkt dat het gevecht om hegemonie in Zuidoost-Azië op den duur zal ontaarden in de zoveelste Japans-Chinese oorlog.

""Poepoe... een rare, lichtelijk overspannen voorspelling. Ik zie die twee eerder op pragmatische wijze de zakelijke buit verdelen en gezamenlijk een poging ondernemen de wereldeconomie te overheersen volgens het Europees-Amerikaanse recept van de afgelopen halve eeuw. Dat heeft niet tot een oorlog across the Atlantic geleid, wel? Schippers visie komt me voor als een wilde gok. Ik geef toe dat de Japanners menen het enige beschaafde volk op aarde te zijn, maar ik zie ze nog geen aanstalten maken in dat kader opnieuw Mandsjoerije binnen te vallen.

""Vooralsnog zijn het buitenlandse investeerders die borg staan voor de belangrijkste invloed van over de grenzen in China. Werd het verwerven van Westerse technologie tijdens de Culturele Revolutie nog aangeduid als "het opsnuiven van vreemde scheten', de laatste jaren doet de Partij weinig anders dan de loper uitrollen.

""Met de kennis en de miljarden doet de vulgarisering haar intrede. China laat zich overspoelen door een oceaan van rotzooi. Het is geen Open Deur meer, het is Open Huis. Er zijn nog wel persisting attitudes - naijlende houdingen en gedragspatronen -, maar de veramerikanisering tast de Chinese cultuur tot in de wortels aan.''

Kuifje en Donald Duck in plaats van klassieke literatuur, rock 'n roll in plaats van de Chinese opera, porno in plaats van kalligrafie - is dit niet de échte culturele revolutie?

""Men gaat de overzeese Chinezen achterna: materialisme, oppervlakkigheid, wansmaak, protserigheid. Zij hebben dezelfde platvloerse poenmentaliteit van de disco-exploitanten hier, kerels die zes ton per jaar verdienen, een kasteel kopen en dat volplempen met kitsch.

""Jammer voor de sinologen, maar of de gemiddelde Chinees de teloorgang van het authentieke zo erg vindt... Meneer Wang is niet geïnteresseerd in de Vereniging tot Behoud van Oud Peking, hoor. En dus zal de volkscultuur in China folklore worden. Wie zijn wij om er wat van te zeggen. In de renaissance hebben wij toch ook de middeleeuwse cultuur weggedonderd? In de negentiende eeuw hebben wij toch ook al onze prachtige stadswallen afgebroken? Ik geloof niet dat er nog veel Nederlanders op zomeravonden in wijde broek en klompen gaan volksdansen, en het winterblazen is iets voor Amsterdamse intellectuelen die in Twente een huisje hebben.

""Ik hoor indologen jammeren en tieren dat de wajangcultuur verdwijnt. "Oh gottogot, het poppenspel interesseert de Javaan niet meer, de Javaan zit voor de buis.' Hoho, denk ik dan, televisie s wajang! Een tweedimensionaal bewegend beeld - alleen véél mooier, veel levendiger. De Chinese opera leeft momenteel vooral op de TV. Elke dag, úrenlang. Door dat vermaledijde kastje is een deel van de rijke erfenis behouden. Sinologen ontpoppen zich vaak als puriteinen, mensen die onmiddellijk beginnen te huilen wanneer "het oorspronkelijke' achter de horizon verdwijnt. Als ik iets nét heb willen zijn, is het een wetenschapper die zijn blik laat vertroebelen door emoties en ferme oordelen. Ik wil niet met de vinger zwaaien; ik wil hem ergens opleggen.''

    • Frénk van der Linden