Piet Bukman, minister van landbouw; We zijn te lang doorgegaan met produkten waarmee we groot zijn geworden

In de Nederlandse landbouw heeft de nadruk altijd gelegen op bulk in plaats van op variatie. Leidde dit voorheen tot een sterke positie op de wereldmarkt, nu ligt deze traditie ten grondslag aan een ernstige crisis. Aldus minister Bukman, van wie wordt gezegd dat hij kil en zakelijk is, maar die in feite wakker ligt van de problemen in de agrarische sector. "Een varken gaat hier voor drie gulden per kilo weg en komt uit Italië voor acht gulden per ons terug.'

Het gelaat van minister van landbouw Piet Bukman verraadt geen enkele emotie als hij zegt dat veel boeren op het ogenblik een drama meemaken. ""Ja, ik lig er wakker van'', vertelt hij. ""Ik vind het tragisch wat er allemaal gebeurt.'' Hij lijkt zich te realiseren dat dit met zijn onveranderlijk twinkelende ogen minder tragisch overkomt dan de verhalen van boeren die wegens de crisis in de landbouw een beroep doen op financiële en geestelijke bijstand. Ongevraagd voegt hij eraan toe: ""Dit staat haaks op commentaren dat ik er kil, koud, afstandelijk, zakelijk en weet ik hoe allemaal mee om ga. Ik vind dat als je aan de oplossing van een vraagstuk moet meewerken, je het probleem nuchter moet analyseren. Dat betekent niet dat je er niet emotioneel bij betrokken bent. Maar zo'n betrokkenheid is op zichzelf geen basis voor beleid. Je moet het nuchter, zakelijk, rationeel bekijken. Verder zit ik net als ieder ander in elkaar zoals ik in elkaar zit.''

In veel agrarische bedrijven heerst een crisissfeer. De aardappelprijzen zijn laag als gevolg van overproduktie. De Nederlandse tomaten, onberispelijk eenvormig, hebben op de belangrijke Duitse markt vanwege een synthetisch imago zwaar te lijden onder concurrentie uit Middellandse-Zeelanden en Oost-Europa. Met de vlekkeloze paprika's uit het Westland is het niet anders. Op de grote Nederlandse bloemenveilingen is men tevreden dat de bloemen uit Israël en Kenia hier worden geveild, maar de Nederlandse tuinders zagen liever hun eigen snijbloemen de markt beheersen. De prijzen voor varkensvlees zijn laag en de kosten om het mestprobleem in de hand te krijgen hoog. Bovendien kampen de varkensfokkers met de gevolgen van blaasjesziekte en de pluimveehouders met de pseudo-vogelpest. Bij de zuivel, tot voor kort de sector die bij de crisis buiten schot leek te blijven, zijn ook de eerste pessimistische geluiden te horen. Toenemende buitenlandse concurrentie bij kaasproduktie dreigt te leiden tot lagere kaasprijzen en daarmee tot een lagere melkopbrengst voor de boeren.

In de jaren tachtig maakten de boeren de borst breed van trots: Nederland was na de Verenigde Staten de belangrijkste exporteur van agrarische produkten in de wereld. Sinds 1990 neemt Frankrijk die positie in en komt Nederland op de derde plaats. Van die verandering op de ranglijst is niet veel ophef gemaakt. Ook de jaarlijkse vergroting van de Franse voorsprong heeft niet tot veel commotie geleid. In 1991 voerde Nederland agrarische produkten uit ter waarde van 61,5 miljard gulden, en was de waarde van de Franse export 65,7 miljard. In 1992 was de Nederlandse agrarische export gestegen tot 62,9 miljard gulden, maar de Franse uitvoer was sterker toegenomen en had een waarde van 68,2 miljard gulden bereikt.

Het was in 1990 niet Bukmans voorkeur om minister van landbouw te worden. Hij was echter gedwongen van zijn verlangen naar Verkeer en Waterstaat af te zien. De sociaal-geograaf Bukman is weliswaar zoon van een tuinder, bovendien oud-secretaris en oud-voorzitter van de Nederlandse Christelijke Boeren- en Tuindersbond en voormalig voorzitter van het Landbouwschap, maar de boeren waren in de loop der jaren wat uit zijn gezichtsveld verdwenen. Hij was voorzitter van het CDA geweest, bekleedde hoge functies bij onder andere de Rabobank en verzekeraar Aegon, was Eerste Kamerlid, minister van ontwikkelingssamenwerking en staatssecretaris van economische zaken. ""Mijn ervaring is dat je op departement X komt en vervolgens zo in de problematiek plonst die je daar aantreft, dat de gedachte vervaagt of je iets anders liever had gewild'', zegt hij. ""Ik zit nu drie jaar op Landbouw en zou dit graag nog een kabinetsperiode voortzetten. Want wat met de sector gebeurt is buitengewoon boeiend.''

Is dit een dramatisch moment, een keerpunt, voor de Nederlandse boeren?

""Er is geen sprake van één massale landbouwcrisis zoals bijvoorbeeld eind vorige eeuw. Als je het analyseert zie je dat per sector andere zaken een rol spelen. De varkensprijzen zijn op een dieptepunt en dan komt zo'n toestand van blaasjesziekte er overheen. Het is een incidentele factor die een conjuncturele factor erg versterkt. Dat is iets heel anders dan bijvoorbeeld de situatie die is ontstaan als gevolg van wijziging van het graanbeleid.''

Zoals hij van jongsaf aan gewend is maakt Bukman eerder een marktanalyse dan dat hij over steun voor noodlijdende boeren praat.

""Op de tuinderij vroeger thuis werden verschillende groenten geproduceerd. Die gingen allemaal naar de veiling. Na verloop van een seizoen, als duidelijk was hoe de prijsvorming van de produkten was verlopen, werd bekeken wat er het volgende jaar geteeld moest worden. Er was een directe relatie met de markt. Daarbij werd ook overwogen dat als alle buren dezelfde conclusies trokken, dit voor sommige produkten tot overproduktie en dus tot lage prijzen zou leiden. In zo'n geval was het beter gewoon door te gaan met wat we al deden.''

Als het boeren slecht gaat, presenteren ze dat als zeer tragisch.

""U kijkt alsof u denkt dat ze de boel allemaal bedotten.''

Vragen ze niet wat snel om overheidssteun?

""Dat valt mee hoor. Als ik de reacties op de huidige situatie bekijk, blijkt dat de landbouwers zich realiseren dat ze de belangrijkste problemen zelf moeten oplossen.''

Is een boer in moeilijkheden treuriger dan een kruidenier of een aannemer?

""Sinds jaar en dag wordt jaarlijks twee procent van de boerenbedrijven beëindigd. Dat wordt niet als tragisch beschouwd. Vlak na de oorlog waren er 400.000 boeren, nu hebben we er nog 120.000. Er is een enorme uitdunning geweest. Niemand zegt dat dat proces gestopt moet worden. Maar het kan op verschillende gebieden tegelijk zo tegen zitten, dat de kans bestaat dat een aantal bedrijven het loodje legt als ze het risico niet kunnen spreiden in de tijd. Ik begrijp volkomen dat men daarover zorgen uit.

""In bedrijven waar het risico rust op de schouders van het hele gezin van boer of tuinder, heerst altijd spanning. Er is voortdurend de vraag of de lasten nog gedragen kunnen worden of dat de zaken zo tegen zitten dat je het risico loopt het niet meer te redden. Als het aan alle kanten slecht gaat, zoals op dit ogenblik, krijg je een opeenstapeling van persoonlijke narigheden. Ik vind het logisch dat boerenorganisaties dan aan de overheid vragen: wat kunnen jullie doen om ons door het dal heen te helpen. Ze vragen niet om aanvulling van de inkomens van de boeren. Inkomens aanvullen is geen overheidstaak. Maar het is wel reëel om het borgstellingsfonds voor de landbouw zo te versterken, dat bedrijven door het dal getrokken kunnen worden.''

Is bij de huidige crisis niet meer aan de hand dan dat toevallig veel tegenzit? Boeren kijken niet naar wat de markt vraagt, maar produceren en willen dan dat het verkocht wordt. Zo wordt er teveel graan verbouwd en worden er tomaten geteeld die niet de voorkeur van de consument hebben.

""De agrarische sector voldoet in veel opzichten niet aan de normale economische wetten. Het is waar dat de sfeer is ontstaan van: wij produceren en vervolgens moet voor ons produkt een afzet worden gevonden. Ik ken geen andere bedrijfstak die het zo doet. Er zijn wel verklaringen voor. Na de oorlog wilde Europa de voedselvoorziening veilig stellen. Dat heeft geleid tot een landbouwbeleid met veel financiële garanties voor de boeren. Zulke garanties verhinderen dat de boer signalen van de markt goed opvangt. Als de markt niet voldoende afneemt, lossen de garanties de problemen wel op.

""Een ander punt is dat men, vooral in Zuid-Europa, wil dat de boeren op het land blijven om verloedering te voorkomen. Daarom wilde de Franse regering inkomensgaranties voor boeren. Maar inkomenstoeslagen in combinatie met te lage prijzen voor de produkten verminderen de omvang van de produktie niet.

""Bij sectoren die niet onder een zwaar Europees marktordeningsregime vallen, is de relatie met de markt sterker. Men reageert op de markt. Maar het gaat niet zoals in andere sectoren van de economie waar eerst marktonderzoek wordt gedaan en vervolgens beslist wordt wat er geproduceerd wordt. Je ziet dat bij de tuinbouw. Omdat er teveel groenten kwamen, zijn tuinders overgestapt op bloemen.''

Dankzij de samenwerking in coöperaties hebben de Nederlandse land- en tuinbouwers een grote produktie van hoge kwaliteit bereikt. Maar het zijn vaak bulkprodukten die niet de hoogste prijs opbrengen, of ze hebben als de tomaten in ieder geval het imago van bulkprodukten.

""Je kunt wel zeggen dat de consument ongelijk heeft, maar zo'n imago van de tomaat heeft z'n uitwerking wel. Wat betreft de opbrengst: we fokken varkens die we naar Italië brengen waar ze er dure Parmaham van maken.''

Is dit het negatieve effect van de coöperaties?

""Een coöperatie die erop gericht is om voor de boerenleden een zo hoog mogelijke opbrengst van de grondstof - bijvoorbeeld melk - te krijgen, kan op de markt minder beweeglijk zijn dan iemand die zegt: omdat ik iets op de markt wil brengen tegen een zo hoog mogelijke prijs, heb ik grondstoffen nodig. Ik heb hierover een verhaal gehouden bij de Nationale Coöperatieve Raad, waar men reageerde: "Bemoei je met je eigen zaken.' Natuurlijk heeft de coöperatieve structuur een serieuze partij gemaakt van boeren die ieder op zich te klein waren. Maar de verwerkende industrie op coöperatieve basis, zoals de zuivelindustrie, heeft een sterke neiging om meer aan de opbrengst van de grondstof te denken dan aan wat de markt vraagt.

""Daarbij komt dat de markt internationaler wordt en dat de consumenten niet meer één tomaat willen, maar bijvoorbeeld zes verschillende met duidelijk herkenbare merknamen. Daarvoor moet aandacht zijn als Nederland zijn agrarische positie wil behouden. Ik heb voorgesteld om een aantal automatismen van de coöperaties te doorbreken. Waarom geen kapitaal van derden in de verwerkende industrie, zodat ook anderen dan de boerenleden zeggenschap krijgen? Zaken als leveringsplicht en leveringsrecht van boeren en afnameplicht van de coöperaties kunnen plaats maken voor afspraken over een hoeveelheid te leveren grondstof van een bepaalde kwaliteit tegen een vastgestelde prijs.''

Op de lagere school leerden we als onze nationale trots de hoge opbrengst per hectare.

""Onze verhoogde produktiviteit is niet ten koste gegaan van de kwaliteit. Maar ik denk wel dat de Nederlandse landbouw meer dan tot nu toe nadruk moet leggen op kwaliteit en variatie. Als kind kon je bij de slager schouderham en achterham krijgen. Nu zie je bij de slager allerlei soorten ham, overal en nergens vandaan, en daartussen nog steeds die Nederlandse schouder- en achterham.

""Onze vleessector heeft niet voldoende ingespeeld op de grote vraag van de consument naar variatie. We zijn te lang blijven doorgaan met artikelen waarvan we dachten: daarmee zijn we groot geworden, daar blijven we groot mee. Of het nu om kaas gaat, om groenten of fruit, overal neemt de variatie toe. De supermarkten die aanvankelijk bulk en weinig spreiding van aanbod zochten, wedijveren nu met delicatessenwinkels. Ik ben bang dat wij met ons succes uit het verleden daar nu niet voldoende flexibel op inspelen.''

Hoe doen andere landen dat?

""Frankrijk doet het beter. Duitsland doet het op het gebied van vlees en vleeswaren. Die hebben een worst-traditie die vergelijkbaar is met de bier-traditie: ieder dorp een eigen variëteit. Wij hadden met onze kwalitatief goede massale produktie een voorsprong op Frankrijk en Duitsland. Maar ik heb de indruk dat die landen nu gemakkelijker aansluiten op een nieuwe vraag.''

Hoe verander je dat?

""Ik verander dat niet. Dat moet de landbouw zelf doen. Misschien moeten we af van de collectieve reclame voor Nederlandse produkten in het buitenland en moeten we de nadruk leggen op specifieke produkten. De vraag wordt gevoeliger voor variatie en minder gevoelig voor prijs. Als je kijkt wat mensen bereid zijn voor Parmaham te betalen: een varken gaat hier voor drie gulden per kilo weg en komt uit Italië voor acht gulden per ons terug. De tijd dat je een bulkprodukt moest hebben omdat de Westeuropese consument ieder dubbeltje voor zijn eten moest omkeren is voorbij.''

De landbouw reageert wel traag op veranderingen.

""Vindt u dat Philips en Hoogovens wel adequaat op de markt hebben gereageerd? Je hebt bij de landbouw te maken met 120.000 kleinere ondernemers, waardoor niet onder alle omstandigheden snel en juist wordt gehandeld. Maar als er verschil zou zijn tussen grote en kleine ondernemingen, zou Philips het beter kunnen. Heeft u dat gemerkt?''

Hoe meer boeren zich op de markt richten, hoe minder politici hun te bieden hebben.

""De politiek gaat bij de landbouw een minder geprononceerde rol vervullen. De economie draait zoals hij draait, daar kunnen politici een sector niet blijvend van uitzonderen. Als je permanent teveel produceert begeeft de markt het of het beleid.''

Uw eigen partij speelt een grote rol binnen de vele organisaties in de landbouw, waartoe zelfs een kring behoort die de gereformeerde visie op agrarische vraagstukken wil uitdragen.

""U suggereert dat de landbouworganisaties een soort politieke mantelorganisaties zijn. Daar is geen sprake van. De christen-democraten hebben altijd veel aanhang gehad onder boeren en tuinders, daar zaten nooit organisaties tussen. Er is geen cluster van christen-democraten, coöperaties en christelijke boerenorganisaties die de zaken wel even regelen. De keuze van boeren voor de christen-democratie en voor een christelijke organisatie is wel op hetzelfde type denken gebaseerd.

""Ik denk dat bij meer marktoriëntatie de landbouworganisaties zich minder op de politiek gaan richten. Ze moeten in het belang van hun leden meer een verbinding gaan vormen tussen de producent van primaire grondstoffen en de markt.''

Is dat het einde van het Groene Front met eigen vertegenwoordigers in de politiek?

""Daar geloof ik niets van, even los van de vraag of "Groen Front' een gelukkige aanduiding is. Het is een negatieve aanduiding voor een sector die zich verdomd goed georganiseerd heeft. Je moet de boeren prijzen dat ze dat gedaan hebben. De sector moet zelf weten hoe ze zich in een veranderende situatie organiseert.''

Landbouw is de enige economische sector met een eigen ministerie. Kan dat niet worden opgeheven?

""Ik ben ook verantwoordelijk voor natuurbeheer en plattelandsbeleid. Maar wat betreft de landbouw, die kan niet zonder eigen ministerie. Op agrarisch gebied gebeurt zeer veel in Brussel. Dat overleg vereist dat uit ieder EG-land mensen meedoen die op hoog politiek niveau besluiten kunnen nemen.''

    • Ben van der Velden