Palestijnse staat krijgt 2,4 miljard dollar aan steun voor zelfbestuur

WASHINGTON, 2 OKT. Vertegenwoordigers van 46 landen en organisaties hebben gisteren op een conferentie in Washington een bedrag van 2,4 miljard dollar aan hulp toegezegd voor de Palestijnen ter ondersteuning van hun zelfbestuur in de Strook van Gaza en in Jericho. De Amerikaanse minister van financiën, Lloyd Bentsen, zei na afloop dat voor het eerste jaar 600 miljoen beschikbaar is en in de jaren daarna nog eens bijna 2 miljard dollar.

De EG zal 600 miljoen dollar geven in de vorm van directe schenkingen en leningen voor de lange termijn. Japan heeft voor de komende twee jaar 200 miljoen dollar toegezegd. De toezeggingen zijn hoger dan een paar dagen geleden werd verwacht. Het totale bedrag is precies dat wat de Wereldbank had berekend als noodzakelijk om de Palestijnse autonomie een kans van slagen te geven.

De Nederlandse regering kon nog geen toezeggingen doen en wenst meer tijd om te overleggen over de aard van de hulp. Ook voor veel andere landen was het nog te vroeg om ruim twee weken na het tekenen van het vredesakkoord tussen Israel en de PLO al een vast bedrag te beloven. Vandaar dat het eindbedrag na vijf jaar meer dan drie miljard zou kunnen zijn.

Saoedi-Arabië, dat nog bittere gevoelens heeft over het feit dat de PLO ten tijde van de Golfoorlog partij koos voor Irak, is met 100 miljoen dollar over de brug gekomen. De Verenigde Arabische Emiraten geven 25 miljoen.

Israel geeft 25 miljoen dollar maar veel belangrijker voor de Palestijnen wordt de overdracht van de bevoegdheid aan de Palestijnse autoriteiten om zelf belastingen te heffen in de bezette gebieden. Een woordvoerder van de PLO schatte de belastingopbrengst op honderden miljoenen dollars per jaar. Tot er een speciale Palestijnse belastingautoriteit tot stand is gekomen, zou volgens de Palestijnse woordvoerder de Israelische regering de belastingopbrengst met de Palestijnen moeten delen.

De Amerikaanse regering is uiteindelijk niet belast met de coördinatie van de hulpstroom naar de Palestijnen, zoals ze aanvankelijk had gewenst. Daar werd bezwaar tegen gemaakt door de EG, die - met de individuele bijdragen van de lidstaten erbij - aanzienlijk meer hulp geeft dan de VS. Bovendien hebben de EG en haar lidstaten meer ervaring met hulp aan de bezette gebieden dan de VS, die dit jaar voor de eerste keer geld sturen. Bij de EG bestond de vrees dat door Amerikaanse coördinatie de controle over de eigen hulp verloren zou gaan. Er werken ook al drie gespecialiseerde bureaus van de Verenigde Naties in de bezette gebieden.

De VS wilden aanvankelijk dat de hulp zou worden gecoördineerd door het comité dat de twee jaar geleden in Madrid begonnen onderhandelingen tussen Israel en zijn Arabische buurlandene overziet. Maar de EG wilde de coördinatie onderbrengen bij de door de EG voorgezeten Regional Economic Development Working Group. Uiteindelijk is een nieuw ad hoc comité opgericht dat volgens de Belgische minister van buitenlandse zaken, Willy Claes, als een soort meldpunt moet functioneren.

De verschillende donorlanden moeten aan elkaar melden wat ze doen, zodat hun activiteiten in de woorden van de EG-commissaris van buitenlandse zaken, Hans van den Broek, “in elkaar gezwaluwstaart kunnen worden”.

Intussen zat president Clinton gistermiddag in het Witte Huis een bijeenkomst voor tussen de Jordaanse kroonprins Hassan en de Israelische minister van Buitenlandse Zaken, Shimon Peres, ter oprichting van een gezamenlijk economische commissie. Clinton zei erop te vertrouwen dat “binnen enige tijd de boycot van de Arabische landen tegen Israel zal worden opgeheven”.

    • Maarten Huygen