OVER STALIN NIETS NIEUWS

The Stalin Phenomenon door Alec Nove, redactie 216 blz., Weidenfeld & Nicolson, 1993, f 77,25 ISBN 0 297 82108 3

De titel van deze bundel essays roept iets noodlottigs voor de geest dat vervolgens zo nuchter mogelijk behandeld wordt. ""Are these things necessities? Then let us meet them like necessities' (Henry IV,2,III,1, 93-94, Shakespeare).

Dat is geen toeval want de opzet van de samensteller is het stalinistisch Inferno tot zijn juiste proporties terug te brengen, en de duivelse figuur van zijn heerser, Josef Stalin, die tot nu toe alle verslagen overschaduwt, tot een menselijke maat te reduceren. Al eerder, bij andere verschijnselen van historische verschrikking zoals het Derde Rijk en de Koude Oorlog heeft zich een no-nonsense revisionisme gepresenteerd dat de geschiedschrijving van subjectivisme en partijdigheid wilde bevrijden.

De aandacht van de schrijvers richt zich sterk op de sociaal-economische voorwaarden die aan het stalinistisch regime ten grondslag lagen en die naar het inzicht van de revisionisten de voedingsbodem voor de terreur vormden: de industriële achterstand, de achterdocht van de boeren ten opzichte van "outsiders', het isolement ten opzichte van het Westen en de barre ervaringen van achtereenvolgens oorlog, revolutie en burgeroorlog. De invloed van de marxistisch-leninistische doctrine en de persoonlijkheid van Stalin op de bloedige gebeurtenissen in de jaren dertig worden a priori betwist en betwijfeld.

Zo'n gedachtenexperiment - een stalinisme zonder Stalin - kan nuttig en verhelderend zijn als het eerlijk en grondig wordt uitgevoerd. Maar dat laat zich eigenlijk alleen zeggen van één der contribuanten, toevalligerwijs de zoon van Stalins minister van handel, Mikojan. Deze was een van de zeldzame oude kameraden van de dictator die het heeft kunnen navertellen, en van de weeromstuit is zijn zoon maar historicus geworden. Deze Sergo Mikojan werkt op verdienstelijke wijze een aantal scenario's door waarin bijvoorbeeld Lenin niet zo vroeg stierf, of Trotski en niet Stalin de macht erfde, en komt dan tot de conclusie dat het terreurregime zonder zijn naamgever ondenkbaar zou zijn.

De andere vier, Angelsaksische, schrijvers moeten zich in nogal wat bochten wringen om niet óók tot die conclusie te komen, en dat is voor de lezer een tamelijk lachwekkend of zelfs ergerniswekkend gezicht. Tijdens hun speurtocht naar de diepere gronden van de miljoenenvoudige vervolging in de jaren dertig stuiten zij keer op keer op ondubbelzinnig moordzuchtige oekazes van Stalin en zijn hofhouding, of het nu om de onteigening van de "koelakken' (geslaagde boeren) gaat, om de gewelddadige collectivisatie van de landbouw, de krankzinnige graanrequisities in de Oekraïne, of de zuivering van de partij- en legertop. Telkenmale ontlokt de vaststelling van Stalins initiatief aan de schrijvers de droeve verzuchting dat ""Stalin had much, very much, to answer for'.

CONQUEST

Wat de onvermijdelijkheid van de loop der gebeurtenissen betreft, nergens weten de auteurs de kritische lezer ervan te overtuigen dat de onbehouwen aard van de boeren, de klassentegenstellingen op het platteland, of de geforceerde industrialisatie een bloedvergieten op zo'n schaal nodig maakte (We spreken over ruwweg zo'n 15 miljoen doden). Het ligt dan ook voor de hand dat zij hun best doen om de ontstellende aantallen slachtoffers te kleineren. Maar hun best is onvoldoende, en op geen enkel moment gaan zij serieus in de slag met Robert Conquest die in zijn The Harvest of Sorrow uit 1986 de absurde verspilling van mensen en goederen dank zij Stalins collectivisatie en industrialisatie-programma minutieus uit de doeken heeft gedaan.

Net zo min als in het geval van de Endlösung door Hitler, blijkt het mogelijk een sociaal-economische ratio te ontdekken in de stalinistische massamoorden. Het mag trouwens een gebrek aan consequentie, zo niet aan moed, heten dat in een werk dat zich zo sterk maakt voor de ondermijning van de totalitaire voorstelling van het stalinisme geen enkele moeite wordt gedaan de in het oog springende overeenkomsten met de nazi's te ontzenuwen: in beide gevallen manifesteerde zich een agressieve Herrschafts-leer in combinatie met een niets-ontziende leider.

Dit achterhoedegevecht van een zogenaamde historiografische avantgarde, bedoeld om de S(talin), en als het even kan ook de B(olsjewisme) uit de vergelijking van de stalinistische terreur te schrappen, leidt tot krom- en goedpraterij. Zo is er sprake van een ""eenzijdige dialoog tussen Politburo en industrie', wordt het stalinisme op de ene bladzijde vrijgepleit van "tirannie' en op de volgende "despotisch' genoemd, en staat het de aanhangers van de idee dat de vervolging aan het totalitaire karakter van het marxisme is ontsproten niet vrij het bewijs daarvan uit de literatuur en memoires te putten, maar de revisionisten wèl. Het lachen verkeert in ergernis wanneer de meest geprononceerde revisionist onder de schrijvers, J. Arch Getty, probeert de schuld van Stalins aanval op de boeren in de schoenen van de laatsten te schuiven. Zij zouden de steden hebben proberen uit te hongeren - een stalinistische beschuldiging die al lang door Conquest met kracht van bewijs is tegengesproken.

Getty's opstel is ook verder vervuld van de anti-boeren-geest die het marxisme vanaf zijn aanvang al begeleidt, en die zijn pseudo-wetenschappelijke gedaante aanneemt in de door Preobazhensky geformuleerde "wet van de socialistische accumulatie': ""Naarmate een bepaald land minder ontwikkeld is, kleinburgerlijker en agrarischer van aard is, zal een socialistische accumulatie noodgedwongen meer berusten op ontvreemding van het surplus-produkt aan de pre-socialistische produktievormen (..).' Tien jaar na het neerschrijven van deze "wet', in 1933, lagen er vijf miljoen verhongerde Oekraïense boeren in hun vruchtbare aarde, slachtoffers van de graanrequisities, of van wat in het marxistische boeventaaltje "ontvreemding van het surplus-produkt' heet.

De auteurs van de opstellen hebben gebruik kunnen maken van de nieuwe bronnen over de stalinistische terreur en de vijfjarenplannen, over de bevolkingsopbouw en de politieke besluitvorming die sinds het aantreden van Gorbatsjov toegankelijk zijn. Niettemin wettigt het resultaat geheel Walter Laqueurs conclusie in zijn in 1990 verschenen Stalin, The Glasnost Revelations, dat aan het oude debat over oorsprong en wezen van het stalinisme door het vrijkomende materiaal niet zoveel wordt toegevoegd, en dat er voorlopig in die discussie nog geen overeenstemming zal worden bereikt. De revisionistische school zou in dat debat een interessant tegenwicht kunnen bieden tegen een al te diabolische interpretatie van het verschijnsel Stalin, als zij zich zou onthouden van de rol van advocaat van de duivel.

    • Samuel de Lange