Onderzoeken en vooruitzien

NADER ONDERZOEK IS in het openbare bestuur van Nederland vaak een eufemisme voor het niet durven maken van een keuze. De primaire reactie bij de suggestie van PvdA-fractievoorzitter Wöltgens voor een parlementair onderzoek naar de gezondheidszorg, gedaan tijdens de algemene beschouwingen, is dan ook al snel een wantrouwende. Wordt hier een 'moeilijk probleem' niet weggemoffeld onder het mom van nadere studie. Een onafhankelijke club van wijze mannnen heeft zich in het verleden reeds over de gezondheidszorg gebogen, dus de enige mogelijkheid die nog rest, is die van het parlementaire onderzoek.

Zeker, enig politiek opportunisme zal niet vreemd zijn aan het voorstel van Wöltgens. Het Plan-Simons, nog niet zo lang geleden door de PvdA beschouwd als eigen stempel op het kabinetsbeleid, is op sterven na dood. Ook in de PvdA zelf, getuige de vage passage die over de financiering van de gezondheidszorg is opgenomen in het ontwerp-verkiezingsprogramma van de partij. Een onderzoekscommissie lijkt dan al snel een gemakkelijke vluchtweg die de minste politieke schade oplevert.

De heftige discussies rond het Plan-Simons hebben echter laten zien dat er meer aan de hand is dan een louter politieke keuze voor of tegen. De maatschappelijke krachten die van belang zijn voor het al dan niet welslagen van veranderingen in de gezondheidszorg hebben zich de afgelopen jaren volop gemanifesteerd. Het kernprobleem is al die tijd ongewijzigd gebleven. In de gezondheidssector is sprake van een ongelijke belangenstrijd: de patiënt wil het beste, de aanbieders van de zorg willen het beste leveren, de verzekeraars willen stuk voor stuk de beste bemiddelaar zijn, alleen de overheid als hoeder van het algemeen belang heeft nog oog voor het kostenaspect.

In een systeem waarbij de eigen verantwoordelijkheid geminimaliseerd is, voert het afwentelen de boventoon. Wat dat betreft zijn de parallellen met de sociale zekerheid legio. Er is één groot verschil: de herstructurering in de gezondheidszorg verkeert nog in een beginstadium. Op dit moment is sprake van een bezinnigsfase. Het Plan-Simons in zijn oorspronkelijke vorm bestaat niet meer (zelfs letterlijk nu de naamgever binnenkort terugkeert naar de lokale politiek) terwijl nieuwe stappen op weg naar een ander systeem ongetwijfeld deel zullen uitmaken van de kabinetsformatie van volgend jaar. Als de politiek de tussenliggende tijd besteedt aan een diepgaand onderzoek naar de mogelijkheden en onmogelijkheden van veranderingen in de gezondheidszorg kan dat nieuwe plannen alleen maar ten goede komen. Zo onzinnig of opportunistisch hoeft de suggestie van Wöltgens dan ook eigenlijk helemaal niet te zijn.

Een dergelijk besluit zou tevens betekenen dat het parlementaire onderzoeksinstrument - al dan niet in de vorm van een enquête - effectiever wordt gebruikt. Regeren is vooruitzien. Regeren is ook niet te veel achterom kijken. In de praktijk leidt dat tot opeenstapeling van beleid. Secretaris-generaal Geelhoed van economische zaken sprak enkele jaren geleden over het “tropisch etagebos”. Toegankelijk is het bos nauwelijks, inzicht verwerven in de structuur is bijna onmogelijk. Soms is er dan plotseling het onthullende doorkijkje. RSV, paspoorten, bouwsubsidies, die begrippen hebben in de loop der tijd een geheel eigen betekenis gekregen. Ze staan voor slecht en machteloos bestuur.

Sinds kort kan de sociale zekerheid aan de lijst worden toegevoegd. Het rapport van de parlementaire enquêtecommissie over de uitvoering van de werknemersverzekeringen en het rapport van de commissie-Van der Zwan over de bijstand legden opnieuw het falen van het bestuur bloot. Het jongste voorbeeld van bestuurlijke wanorde staat in het deze week verschenen jubileumboek van het ministerie van onderwijs: drie kwart eeuw bestaat het departement, even oud is de klacht over het gebrek aan integratie.

DE GEMEENSCHAPPELIJKE noemer van alle rapportages is de bevestiging van een al bestaand vermoeden. De parlementaire enquête naar het RSV-debâcle kon pas worden gehouden nadat het denken over steunverlening door de overheid was veranderd. De conclusies van de enquêtecommissie bevestigden slechts de nieuwe koers. Hetzelfde geldt voor de enquête naar de bouwsubsidies. Het onderzoek naar de sociale zekerheid is van een andere orde. Er is de unanieme opvatting van de enquêtecommissie dat ingrijpende wijzigingen nodig zijn, maar er is bij andere politici de aarzeling om na de stelselherziening van 1986 en het WAO-drama van de afgelopen jaren alsnog aan een diepsnijdende operatie te beginnen.

De vrijblijvende conclusie is dan al snel dat een dergelijk onderzoek eigenlijk eerder had moeten worden gehouden. In de gezondheidszorg hoeft het niet tot die conclusie te komen. Enquêtes achteraf zijn zeker nuttig, maar parlementaire onderzoeken vooraf nog beter. Gezondheid biedt zo'n kans.