Nieuwe top moet IG Metall door turbulente tijd loodsen

ROTTERDAM, 2 OKT. De machtige Duitse vakbond IG Metall kiest vandaag in Mainz twee nieuwe topbestuurders. Op hen rust de zware taak de bond door een van de meest turbulente perioden uit zijn bestaan te loodsen.

Voorzitter wordt, naar verwachting, Klaus Zwickel (54). Hij is de enige kandidaat voor de hoogste post, die in mei vacant raakte door de opzienbarende val van Franz Steinkühler. Deze dominante en invloedrijke vakbondsleider moest het veld ruimen na onthullingen over zijn lucratieve transacties met aandelen van bedrijven waarvan hij namens zijn bond commissaris was. De affaire bracht zijn rechterhand Zwickel als waarnemend voorzitter aan het hoofd van de IG Metall, met 3,5 miljoen leden de grootste vakbond ter wereld.

Algemeen wordt aangenomen dat Walter Riester vandaag tot nieuwe vice-voorzitter wordt gekozen. Hij maakte naam als onderhandelaar in de voor de bond belangrijke deelstaat Baden-Württemberg, traditioneel speerpunt in de CAO-strategie van de IG Metall.

Voornaamste zorg voor de nieuwe tandem is het herstel van de aangetaste geloofwaardigheid van de IG Metall. Daarbij is de uitgangspositie van Zwickel en Riester er deze week niet beter op geworden door de frontale aanval die de werkgevers in de Duitse metaal- en elektrotechnische industrie hebben geopend op de in hun ogen te royale arbeidsvoorwaarden. Kort voor het verstrijken van de opzegtermijn zegden de werkgevers de lopende metaal-CAO's in West-Duitsland op om de weg vrij te maken voor verlaging van lonen en vakantiegelden in 1994. In beide opzichten - loonhoogte en vakantiedagen - geniet Duitsland volgens voorzitter Hans-Joachim Gottschol van de werkgeversorganisatie Gesamtmetall de twijfelachtige eer wereldkampioen te zijn. De ingrepen acht hij noodzakelijk om de belabberde concurrentiepositie van de Duitse metaal- en elektrotechnische industrie, waar sinds het voorjaar van 1991 bijna een half miljoen banen verdwenen, te verbeteren.

Zwickel sprak in een eerste reactie over een regelrechte oorlogsverklaring van de werkgevers. Die term had hij eerder dit jaar ook al gebruikt toen de Oostduitse metaalwerkgevers te kennen gaven af te willen van het akkoord waarin de Oostduitse lonen stapsgewijs werden opgehoogd tot "Westniveau' in het jaar 1995. Aanvankelijk wilde de IG Metall niets weten van het openbreken van die overeenkomst. Wekenlang werden stakingsacties gevoerd. Maar uiteindelijk stemde de bond ermee in dat de Oostduitse lonen twee jaar later (in 1997) op Westduits peil komen.

In het CAO-overleg voor 1994 worden van de IG Metall grotere concessies verlangd, zo maakte Gottschol eerder deze week ondubbelzinnig duidelijk. De afgelopen jaren stond de koopkracht van de Duitse werknemers al onder druk door de kosten van de vereniging en de reorgansiatie in de gezondheidszorg. Voor volgend jaar komt daar de invoering van wachtdagen bij ziekte en nu ook de dreiging van verlaging van lonen en vakantiegelden bij. Ze vormen een bijzondere vuurproef voor de nieuwe leiding van de IG Metall.