Minister Kooijmans krijgt een "kick' van de VN

Toen hij aantrad als opvolger van minister Van de Broek (buitenlandse zaken) werd Peter Kooijmans door velen gezien als een tussenpaus. Maar nu, nog geen jaar later, spreekt daar niemand meer over. Deze week "deed' hij zijn eerste Algemene Vergadering van de Verenigde Naties als minister.

NEW YORK, 2 OKT. “Ik kom van de Chinezen en ik ben onderweg naar Eritrea. Het is maar een stapje”, zegt minister Kooijmans (buitenlandse zaken) grinnikend in de wandelgang van het VN-gebouw. Met snelle pas gaat de lange Nederlandse bewindsman verder in de richting van de Indonesia-Lounge, waar de "ontmoeting' met de Eritrese president is gepland. In zijn kielzog volgen VN-ambassadeur Biegman, politiek directeur-generaal Vos, ministerie-woordvoerder Hiensch, directeur VN-zaken Hoekema en persoonlijk secretaris De Gooijer. Bij de smalle gang naar de spreekkamers moet de stoet even inhouden om voorrang te geven aan de Kroatische president Tudzjman, die met een drie keer zo grote kluit medewerkers zonder uit te kijken de hal doorkruist.

De jaarlijkse gesprekscaroussel bij de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties is in volle gang. Zoals gebruikelijk in de laatste week van september zijn de ministers van buitenlandse zaken van vrijwel alle 184 lidstaten aanwezig en bovendien veel staatshoofden en regeringsleiders. Op de eerste verdieping van de VN-wolkenkrabber aan de East River op Manhattan, daar waar de plafonds hoger, de tapijten dikker en de fauteuils breder zijn dan in de rest van het gebouw, krioelen de ministers door elkaar. Het "Delighted to see you again' is niet van de lucht. Ministers én ambassadeurs spreken elkaar hier met "excellentie' aan.

Kooijmans onderwerpt zich aan een schema dat hem een week met rond veertig "bilateralen' voorschrijft en daarnaast een tiental "multilateralen' met de NAVO- en EG-collega's. Gisteren had hij vijftien afspraken. Bijna acht uren ononderbroken problemen bespreken, klaagzangen aanhoren, oproepen in ontvangst nemen en - in dit milieu een must - beleefdheden uitwisselen, als eerste 's morgens de Libiër, als laatste de secretaris-generaal van de Organisatie voor Afrikaanse Eenheid. Zeer velen willen graag met "Nederland' praten en Kooijmans, die hier voor het eerst als minister is, vindt dat volkomen vanzelfsprekend. Voor het zogenoemde Calimero-virus: "wij zijn klein en zij zijn groot en dat is niet eerlijk', is minister Kooijmans immuun.

“Ach, ik weet ook wel dat het allemaal wat veel gesprekken zijn. Maar je krijgt in een nutshell de politieke stand van zaken in een land opgediend. En bovendien spaart het weer bezoeken uit door het jaar heen”, zegt hij als hij aan het einde van een van zijn dagen hier met de Nederlandse journalisten even zijn agenda doorneemt. Weet hij ook elke keer tegenover wie hij zit? Grijnzend haalt hij een stapel kaartjes uit zijn binnenzak, waarop in een paar regels alle noodzakelijke gegevens over de betreffende collega en diens land staan.

Andere leden van de Nederlandse delegatie bevestigen de indruk dat Kooijmans zich bij de VN niet alleen als een vis in het water voelt - dat lag voor de hand gezien de vele opdrachten die hij voor die organisatie heeft uitgevoerd - maar dat het hem nog altijd een kick geeft om hier in New York rond te lopen. “Hij weet in elk gesprek precies wat hij doet, hij zegt wat hij kwijt wil en ondervraagt zijn gesprekspartner vervolgens vaak alsof het om een interview gaat”, zegt een diplomaat.

In het gesprek met de zelfbewuste secretaris-generaal Boutros Ghali aarzelt Kooijmans niet om kort geformuleerde eisen op tafel te leggen ten aanzien van het mandaat dat de Veiligheidsraad straks zal dienen te geven voor de NAVO-inzet onder VN-vlag in Bosnië. Het mandaat moet hoe dan ook de 50.000 soldaten, onder welke wellicht een duizendtal Nederlandse, in staat stellen om meer te doen dan alleen aan zelfverdediging. Of de secretaris-generaal daar maar even voor wil zorgen, luidt de boodschap, die oerigens hoffelijk werd uitgeproken in de voorgeschreven fraseologie. De veeleisende Egyptenaar accepteert dat ook van Kooijmans, die hij - zeggen VN-functionarissen - als een "mede-geleerde' beschouwt. “Te veel ministers hier hebben hun baan slechts te danken aan hun vermogen binnenlands-politiek te ageren; die weten niets van internationaal beleid af”, zegt een van hen.

Kooijmans' voorstel om eventueel bij de voorgenomen uitbreiding van de Veiligheidsraad een systeem van regionaal roulerende permanente lidstaten in te voeren, wint in het VN-gebouw en bij de ministersclub langzaam terrein. Dat Duitsland en Japan permanent lid moeten worden, daarover is weinig discussie. Maar over een drietal nieuwe permanente leden uit de derde wereld is nog geen begin van overeenstemming. Brazilië, Nigeria en India worden genoemd. Maar andere grote landen, zoals Indonesië en Argentinië, hebben daar zo veel problemen mee, dat een roulerend systeem straks wellicht de enige oplossing biedt.

Trouwens, zo liet Kooijmans in zijn speech op woensdag voor de Algemene Vergadering weten, de VN moet helemaal eens flink aan zelfanalyse doen. Efficiënter, met minder vaste personeelsleden die je nooit meer kunt ontslaan, met meer financiële verantwoordelijkheid voor de line-managers. Goedkoper en doelmatiger. Wie dagelijks naar het voetbalveld aan limousines voor de ingangen van het VN-gebouw kijkt, weet waar Kooijmans op doelt. De tijdschrift-lezende chauffeurs laten de motoren soms urenlang doordraaien ten behoeve van de airconditioning.

De kern van de boodschap van de Nederlandse minister in New York is de noodzaak een ander, veel minder "gesloten' definitie van het begrip soevereiniteit in het VN-Handvest op te nemen. Soevereiniteit van een staat, hield hij dit wereldforum voor, “kan nooit bedoeld zijn om dictators tegen de buitenwereld te beschermen, die hun eigen volk aan moordpartijen onderwerpen”. De kosten worden ook simpelweg te groot, legt hij uit, om maar te wachten totdat een binnenlands conflict over de grenzen barst. Al in het stadium van het interne conflict moet de VN ingrijpen en voorkomen dat zich een gewapende strijd ontwikkelt. Dat spaart inzet van VN-troepen, want als het zo doorgaat komt de VN straks voor de keuze te staan om in het ene conflict wel en in het andere niet in te grijpen, puur om financiële redenen. “Dat kan een buitengewoon groot probleem worden”, zegt de minister na afloop van weer een nieuwe reeks gesprekken.

Op dezelfde dag heeft Kooijmans in zijn Braziliaanse collega z'n voormalige achterbuurman in Leiden ontdekt, die langere tijd zaakgelastige in Nederland was. En de volgende dag herkent hij in de minister Maldonado van Guatemala iemand die hij goed kent uit de tijd dat hij VN-rapporteur over folteringen was.

Peter Kooijmans vindt het niet alleen leuk om bij de VN te opereren, hij geniet van het ministerschap. En hij is met zijn "easy' houding en zijn grote kennis van het internatonale politieke slagveld bezig zich tot een geduchte concurrent te ontwikkelen voor elke andere CDA'er die zichzelf deze baan volgend jaar had toegedacht.

    • Rob Meines