Marcel Versteeg, een topatleet die rood staat en leeft van de bijstand

VEENENDAAL, 2 OKT. De atleet Marcel Versteeg rijdt in een grote auto. Hij liep op de Olympische Spelen in de finale van de 5000 meter. Hij komt op televisie. Hij traint in Portugal, Frankrijk en Kenia. Hij is topsporter. Hij is amateur met een uitkering van de sociale dienst.

“Ik stond voor het huis van mijn schoonouders mijn olympische Audi te wassen. Een jongetje kwam op zijn fiets de straat in rijden. Hij herkende me en vroeg: "waar woon jij?'. "Schrijverspark', zei ik. Dat was een hele afknapper voor hem. Daar woonde zijn oma ook. Het is de goedkoopste wijk in Veenendaal, waar de meesten maar tijdelijk wonen.”

De 28-jarige Versteeg is een van de amateur-topsporters waar het Fonds voor de Topsporter een uitkering aan zou willen geven. Het gaat om amateurs - ze hebben nog nooit met hun sport zes maanden lang het minimumloon verdiend - die bij de beste acht van de wereld kunnen eindigen. Dat zijn er in Nederland tussen de 250 en 400. Het aantal varieert omdat de prestaties van de atleten wisselen. Uitvallers verliezen hun rechten.

Veel van die sporters kunnen in hun levensonderhoud voorzien met een studiebeurs of een uitkering van de sociale dienst. Voor hun onkosten - reizen, trainen en materiaal - zijn ze afhankelijk van steun van het Nederlands Olympisch Comité (NOC), hun sportbond, sponsors en prijzengeld. Maar een studiebeurs duurt vijf jaar en topsport kost uren. En tegenover het recht op een uitkering staat als plicht de "beschikbaarheid voor de arbeidsmarkt'. Met de rente van zestig miljoen kan het Fonds voor de Topsporter het probleem oplossen. Er is pas tien miljoen. Afgelopen maandag deed minister d'Ancona van WVC een beroep op het bedrijfsleven om de rest aan te vullen.

Versteeg studeerde vier jaar geleden af. Als HBO'er jeugdwelzijnswerk had hij na zijn stage zeker een baan kunnen vinden. Hij heeft nooit uitgerekend wat hij al aan inkomsten is misgelopen. Het verschil tussen een uitkering en een baan op zijn studieniveau bedraagt ongeveer 750 gulden per maand. Over vier jaar is dat 36.000 gulden.

Hij koos voor zijn sport en voor schoonmaken in een ziekenhuis. Eerst via een uitzendbureau, toen min of meer vast. En kwam in de knoop met snipperdagen. Voor onbetaald verlof moest de werkgever steeds op zoek naar een vervanger. Daarna werkte hij in een sportzaak, voelde hij zich verantwoordelijk en moest hij vervolgens op zaterdagen kiezen tussen wedstrijden en werken. Die keuze had hij al eerder gemaakt. Na een half jaar WW, volgde halverwege 1991 de RWW, de bijstand. De ambtenaar van de sociale dienst vond sporten wel interessant en gaf hem tot na de Olympische Spelen de vrijheid. Alleen voor de vijf weken dat hij in het buitenland trainde en in Barcelona liep, kreeg hij geen uitkering.

Sollicitaties mislukten. Werkgevers willen iemand die thuis zit en ze het liefst altijd kunnen oproepen. Een atleet die mikt op WK's, EK's en Olympische Spelen is voor de werkgever net zo aantrekkelijk als een sollicitante die aankondigt de komende jaren drie kinderen te willen krijgen.

Versteeg werkt als vrijwilliger bij de sportstichting van de gemeente. Maar hij valt niet in speciale regelingen die hem ontslaan van de plicht te solliciteren. “Er loopt bij de sociale dienst nu een nieuw onderzoek. Mijn uitkering kan worden stopgezet. Begrijpelijk, want ik hoor niet in dat potje.”

Om op de Olympische Spelen in Atlanta een medaille te halen, traint Versteeg in rustige maanden vijftien uur per week, in drukke maanden dertig uur per week. Daarnaast moet hij ongeveer een derde van de trainingstijd rusten. Topsporters balanceren op de rand van hun fysieke kunnen.

Alle inkomsten die hij naast zijn uitkering krijgt stopt hij in een trustfund, waaruit hij met bonnetjes zijn onkosten kan declareren. Het NOC en de atletiekbond dragen 500 gulden per maand bij. Net voldoende voor benzine en de olympische Audi, die de gebruiker 225 gulden per maand kost. Van sponsors, prijzengeld en startgelden betaalt hij trainingsstages en zijn trainer. Hij gaat twee of drie keer per jaar naar het buitenland. Twee weken Portugal kost 1500 gulden, drie weken in de bergen van het Franse Font-Romeu kost 2000 gulden. Een maand Kenia kost 3000 gulden. Zijn trainer heeft al twee keer de zomervakantie met vrouw en kinderen doorgebracht op de camping naast zijn trainingskamp.

Van sponsor Nike krijgt hij zijn materiaal en premies voor snelle tijden. Bij Mobil mag hij een paar honderd gulden per jaar declareren. Een fan bedacht de regeling jaren geleden en het bedrijf blijft doorgaan tot Versteeg een betere sponsor heeft gevonden. Omdat hij bij de gemeente vrijwilligerswerk doet, mag hij een keer per week in een leeg sportzaaltje zijn circuit-training afwerken. Omdat een arts in het ziekenhuis van Amersfoort voorzitter is van de club van hardlopende artsen, krijgt hij daar gratis bloedcontroles. Sinds de eigenaar van een sportschool hem op televisie een Nederlands kampioenschap zag winnen, mag hij daar gratis krachttrainen.

Het trustfund telde nooit meer dan een paar duizend gulden. Na een slecht seizoen - hij kampte met een virus - staat hij rood. Niet alle topsporters zijn rijk, wil Versteeg maar zeggen. Daar kiezen ze zelf voor. En ze hopen dat het Fonds voor de Topsporter ze in staat zal kunnen stellen door te gaan. Zodat Nederland ooit van hun prestaties zal kunnen genieten.

    • Remmelt Otten