Japan ontdekt dat werkelijke macht bureaucratie heet

TOKIO, 2 OKT. Het masker is afgerukt. Met eigen ogen ziet opeens heel Japan dat het parlementaire gezicht niet meer was dan camouflage voor de echte machtsfiguratie. In de woorden van de krant Asahi Shimbun: “De Japanners beginnen te geloven dat wat het land regeerde niet de macht van de politiek was, maar een zelfs machtiger fenomeen, dat schuil ging achter de politiek. Achterdochtig richten ze hun ogen nu op de bureaucratie.” De kwaliteitskrant zei het nog beschroomd. Een serieus maandblad schreef het dezer dagen onomwonden: “Pijnlijk duidelijk is dat Japan een bureaucratische dictatuur is”.

Bijna vier decennia lang kon de scheiding tussen schijn en werkelijkheid worden volgehouden, lang genoeg om op den duur door te gaan voor vanzelfsprekend. Maar door de radicale regeringswisseling van deze zomer, hebben de oude waarheden afgedaan. De hoeder van de publieke opinie heeft zich een nieuwe vanzelfsprekendheid eigen gemaakt. Kritiek op de bureaucratie is in de mode.

En niet alleen op de bureaucratie. Alles wat kritische analisten jarenlang hebben gezegd en geschreven en wat steevast als boude onzin werd afgedaan, is opeens gemeengoed geworden. Wie sceptisch vraagt naar het waarom, wordt een beetje niet-begrijpend bejegend. “De pubieke opinie is veranderd zoals het weer verandert”, zegt Naohiro Amaya, topman van het Dentsu Instituut voor publiek onderzoek. “Het is nu de tijd, tevoren niet”, voegt hij er glimlachend aan toe, als betrof het de "r' in de maand. Weer staan de neuzen in Japan dezelfde kant op, maar nu in omgekeerde richting.

Hoe radicaal de regeringswisseling op zichzelf ook was, afgaand op de kritische media had de wisseling zich in de coulissen van de macht moeten voltrekken. Het is de grote vraag of het daar ooit van komt. Premier Hosokawa (55) sprak deze zomer ferme taal in het parlement. Hij zou niets nalaten om de "ijzeren driehoek' tussen bureaucraten, politici en industriëlen, die broeinesten van corruptie, te breken. Ferme taal, maar deelnemers aan het schimmige spel in de ijzeren driehoek reageren smalend.

Hij zei het om bij het publiek in het gevlei te komen, constateert een hoge functionaris van Toyota, verwijzend naar diens ongekend grote populariteit. “Hij is zelf niet zo stom om erin te geloven.”

Heeft Japan met Hosokawa een ander masker opgezet? Sommigen die oprecht menen dat Japan niet op dezelfde weg kan doorgaan, zeggen dat de premier de goede richting aangaf met zijn voorgenomen hervormingen op drie fronten: politiek, bureaucratie en economie.

Pag.4: "Japan is het spoor bijster'

Maar onmiddellijk zeggen ze erbij dat het een Hercules-taak is, dat het zeker tien jaar kost. Houden de hervormingsgezinden zo lang stand? Een waarnemer: “Als de economie niet herstelt, is het afgelopen”.

Zijn voorspelling: “Nu leiden de stammen in de LDP die zijn vergroeid met de bureaucraten en de industriële wereld een slapend bestaan, maar ze zullen herleven als de LDP terugkomt”. Anderen zijn minder pessimistisch. In feite is volgens hen de ijzeren driehoek al gebroken. Bureaucraten kunnen niet langer kapitaliseren waarin ze veertig jaar lang hebben geïnvesteerd. Wanhopig proberen ze te ontsnappen aan het vacuüm en invloed te krijgen op het nieuwe kabinet. Of, zoals Hosokawa het zelf zei: het feit dat ik hier zit is al verandering.

Niet langer doen de mechanismen waarvan de LDP zich bediende in de besluitvormingsmachinerie nog dienst. Handig maakt de premier gebruik van zware commissies, met niet mis te verstane opdrachten. Met gelijkgezinden heeft hij zich omringd in zijn keukenkabinet. Populariteit, voor LDP-premiers levensgevaarlijk want een bron van interne afgunst, maakt zijn positie juist stevig. De persoonlijke stijlbreuk met zijn voorgangers komt weldadig over bij de kiezers. Volgens de laatste opiniepeiling zou zijn partij de tweede partij van het land worden, op nog maar tien procent afstand van de LDP.

Doeltreffend leiderschap, ingrijpende structurele veranderingen, mondiale verantwoordelijkheid, zaken waarom serieuze hoofdartikelen al jarenlang en tot vervelens toe vragen, beginnen die tot de echte mogelijkheden te behoren? Voor het eerst zien de kiezers dat er een alternatief is - wat hun veertig jaar is onthouden. Hosokawa kan uitgroeien tot een echte leider, zo is te beluisteren in de denktanks in Tokio. Maar dat hangt af van het succes dat zijn partij bij de eerstvolgende verkiezingen boekt. Hij heeft nu geluk, maar zijn machtsbasis is niet sterk, hij moet in het coalitiekabinet van zeven partijen koorddansen, zo wordt er gezegd. Toch wordt niet uitgesloten dat ook deze premier maar een pion blijkt te zijn in het machtsspel. Of is het de macht der gewoonte die tot zulke gissingen aanleiding geeft?

Nog houdt hij zich het liefst op de achtergrond, maar zijn naam is op ieders lippen: alom is bekend hoe ambitieus Ichiro Ozawa (51) is, de architect van het nieuwe kabinet en degene die de historische breuk heeft aangericht. Hij gaat door voor een van de weinigen die een heldere visie hebben, een strategie en een ruime mate aan overredingskracht. “Een stoutmoedige speler, die graag schaakt op verscheidene borden”, zegt iemand die hem goed kent. Niemand onderschat zijn intelligentie en zijn intellectuele capaciteiten, zo goed als iedereen weet dat zijn LDP-verleden als een schaduw over hem blijft hangen, Ozawa zelf waarschijnlijk het meest.

Tot nu toe zou er maar één Japanse politicus zijn die aan Ozawa gewaagd is, en dat is de premier. Ze gebruiken elkaar, weet iemand die in de keuken kan kijken. Hosokawa is in de ogen van Ozawa de eerste premier die zijn politieke verantwoordelijkheid durft te nemen. En dat is volgens Ozawa's politieke filosofie wat Japan tot nu toe heeft nagelaten, zowel nationaal als internationaal.

De eerste horde lijkt het kabinet van Hosokawa moeiteloos te hebben genomen: de politieke hervormingen. Vier wetten zijn bij het parlement ingediend die het politieke stelsel ingrijpend moeten veranderen. De LDP kan zich alleen uit opportunisme verzetten, maar daarmee zou ze harakiri plegen, zeggen politieke analisten. Verwacht wordt dan ook dat deze hervormingen, na twee eerder gestrande pogingen, zullen slagen. Het is de eerste fase in een reeks, hopen optimisten. “Bij de laatste verkiezingen viel het doek over een belangrijk tijdperk in de Japanse politiek. Bij de volgende verkiezingen zal het doek opgaan voor een nieuw tijdperk. In die zin geloof ik dat we momenteel een intermezzo beleven tussen twee actes”, zo karakteriseerde kort geleden Hosokawa's speciale adviseur de situatie in een interview. Maar wat brengt de volgende acte?

Een nieuwe herschikking van de politieke krachten, zo voorspelt menigeen. En verder? Niemand zegt het te weten. Iedereen zegt Ozawa te wantrouwen. Een enkeling ziet hem zelfs terugkeren in de moederschoot en eindigen als de toekomstige leider van de LDP. Niemand die zich waagt aan een verdere voorspelling en niemand die zelfs dat onder naam in de krant wil hebben. Velen zeggen te weten dat Japanners verandering willen. Maar gaat dat verder dan het uitbannen van corruptie, verder dan het terugdringen van de bureaucratie en de vermindering van haar almacht, verder dan het lijstje kwalijke praktijken, dat opeens iedereen opsomt als was het al jaren duidelijk dat Japan daaronder leed? Nee, niemand weet het. Ook de heldere visie van Ozawa verschaft de duidelijkheid niet. Alsof de noodzakelijke veranderingen al duizelig maken, of cynisch.

Het grote doel "het Westen in te halen' was meeslepend. Japan wist precies wat het wou. Alles was daarop geconcentreerd. Dat doel is bereikt, volgens sommigen al een kwart eeuw geleden bereikt. Wat nu? Verbetering van de levensstandaard van de Japanners? Natuurlijk moet dat gebeuren, zegt menigeen. “Het is alleen lang niet zo'n briljant idee als het Westen inhalen, dat idee wekte de hartstocht van iedereen”, zegt Dentsu-topman Amaya. “We kunnen ons in elk geval niet weer 250 jaar ontrekken aan de wereld.”

Vaag voelen gewone Japanners volgens hem aan dat zij van het één-dimensionaal najagen van rijkdom niets wijzer worden. Daarbij beseffen de bureaucraten tot hun verbijstering dat ze niet zijn opgewassen tegen de taak nieuwe doelen te stellen, dat ze achterop lopen, anachronistisch zijn en, tenzij ze hervormen, in verval zullen raken. Hij acht maar één conclusie mogelijk: “Japan is het spoor bijster, als een hazewind na de jacht”.

    • Paul Friese