IJshockeystrijd geteisterd door wanbeleid clubs

ROTTERDAM, 2 OKT. Heerenveen heet tegenwoordig door de successen van de plaatselijke eredivisionist een voetbalstad te zijn. Van de midden jaren '70 tot beginjaren '80 was dat anders. Toen werd de Friese vlag uit de kast gehaald voor de altijd uitverkochte thuiswedstrijden van de Feenstra Flyers, de ijshockeyploeg die van 1976 tot 1983 zeven keer op rij landskampioen werd.

Die jaren markeren eveneens de gloriedagen van de ijshockeysport in eigen land. Met als hoogtepunt de deelname van de voornamelijk uit "Canadese' emigrantenzonen met een dubbel paspoort bestaande nationale ploeg aan de Olympische Spelen van 1980 in Lake Placid. En, een jaar later, de mondiale titelstrijd met de zeven sterkste landen ter wereld in de A-poule. Kwalificatie voor beide evenementen was afgedwongen door de ook voor de spelers en coaches zelf verrassende klassering die op de B-wereldkampioenschappen van 1979 werd behaald: eerste, voor het bijvoorbeeld veel hogere ingeschatte Oost-Duitsland.

Maar anno 1993 is er veel veranderd. Of, beter misschien, de sport lijkt nu de Nederlandse Canadezen een punt achter hun sportieve carrière hebben gezet en de Nederlandse IJshockey Bond zich tot voor kort nauwelijks bekommerde om de jeugd - waarvoor nu de prijs wordt betaald omdat jonge talenten nauwelijks doorbreken - weer terug bij af. Het nationale team gleed na het eenmalige optreden in de A-poule binnen twee jaar af naar het niveau van de C-landen. Die kleuterklas is het inmiddels weer ontgroeid, maar verder dan een uiterst bescheiden rol in de Europese middenmoot is het team nooit meer gekomen. Het moest zelfs toezien hoe landen als Frankrijk en Noorwegen, tegenstanders die tot voor enkele jaren zonder pardon op zij werden gezet, Nederland inmiddels voorbij zijn gestreefd.

En de voormalige Friese trots uit Heerenveen? Ze is er dit weekeinde, bij de start van de competitie, niet bij. Er konden niet voldoende sponsors gevonden worden om voor een sluitende begroting te zorgen.

Heerenveen is niet de enige club die dit lot trof. Van de in totaal dertien teams die verleden jaar nog deelnamen aan de eerste (zeven teams) en tweede divisie (zes), moesten er nog twee afhaken. Bij drie andere clubs, Tilburg, Rotterdam en Utrecht, leek het dezelfde kant op te gaan, maar zij vonden op het laatste moment nog wel een geldschieter.

Tien clubs verdeeld over twee divisies leek de NIJB wat weinig, waardoor werd besloten alle verenigingen tot de eredivisie toe te laten en de eerste divisie af te schaffen. De teams spelen een volledige competitie, waarna de beste vier zich plaatsen voor de play-offs. Daarin ontmoeten de clubs elkaar vier keer. De nummers 1 en 4 en 2 en 3 spelen daarna in een "best of five' om een plaats in de finale, die eveneens in een "best of five' wordt beslist.

“Door de nieuwe opzet”, meent Rob van Rijswijk, directeur van het bondsbureau en competitieleider van de NIJB (met ruim 3000 leden een van de kleinere sportbonden in Nederland), “zullen er meer wedstrijden dan voorheen tussen zitten waarvan je nu eigenlijk al weet wat de uitslag wordt. Want ondanks dat de sponsorbudgetten de afgelopen jaren over de hele linie met zo'n 30 tot 40 procent zijn gedaald, blijft het verschil tussen de top 4, die budgetten hebben van 5 à 7 ton, en de rest, die het met gemiddeld een kleine 100.000 gulden moeten doen, natuurlijk groot.” Van Rijswijk hoopt wel dat de clubs, nu er sprake is van minder inkomsten, daar ook de uitgaven op zullen afstemmen. De afgelopen maanden kwamen verschillende verenigingen regelmatig in het nieuws door dreigende faillissementen wegens financieel wanbeleid.

Toch beschouwt Van Rijswijk de verminderde geldelijke steun die sponsors beschikbaar stellen (iets waar overigens ook andere sporten en sportclubs mee geconfronteerd worden) niet als een onoverkomenlijk minpunt voor de ijshockeysport. “In het verleden had je een stuk of zes, zeven clubs die zoveel kregen toegeschoven dat ze samen alle topspelers van het land onder contract hadden. Omdat de sponsorbudgetten nu naar beneden zijn gebracht, is dat al niet meer mogelijk. Waardoor de verschillen misschien toch weer wat minder zullen worden. En de spanning mogelijk weer zal toenemen.”

Nivellering als redder in de nood voor de ijshockeysport in Nederland? Bij het begin van het nieuwe seizoen lijkt het er wel op.