Ghanees; Een jaar wachten op de begeerde stempels

Komende maandag, 4 oktober, is het een jaar geleden dat een vrachtvliegtuig van de Israelische maatschappij El Al neerstortte in de Amsterdamse Bijlmermeer. Het toestel, dat zich om twee minuten voor half zeven 's avonds in de flatgebouwen Klein Kruitberg en Groeneveen boorde, maakte 43 dodelijke slachtoffers. De gemeente stelde dit officiële dodental pas twee maanden later vast. Vlak na de ramp werd gevreesd voor zeker tweehonderd doden.

De Boeing 474 van El Al vernietigde 230 appartementen. Klein Kruitberg is geheel en Groeneveen is gedeeltelijk gesloopt. Voor 430 huishoudens is andere woonruimte gezocht.

Morgen wordt de vliegramp op verschillende plaatsen herdacht. Hoogtepunt moet een herdenkingstocht worden die omstreeks 17.45 uur vertrekt bij metrostation Kraaienest en zal eindigen bij het monument voor de ramp.

“Elke ochtend als ik wakker word zie ik dezelfde plek waarvan ik die nacht ben weggelopen.” Langzaam roert Stephen Forkuo (25) in zijn koffie. Buiten onder de grijze hemel zijn de bulldozers bezig de grond af te graven rond de plek van de ramp.

Samen met vijf Ghanese landgenoten bewoont hij een rafelig appartement op de achtste verdieping van de Bijlmerflat Kruitberg. De douche is kapot, de WC loopt over en de afvoer van de gootsteen bestaat uit een emmer. Hier wacht hij tot de woningbouwvereniging hem een huis zal aanbieden. “We zijn goed in wachten”, zegt Stephen. “Sinds het vliegtuig kwam, is ons leven wachten geworden.”

Stephen is een van de 50 voornamelijk Ghanese slachtoffers voor wie de Bijlmerramp het begin betekende van een lange odyssee. "Meldt u aan, niemand hoeft iets te vrezen', zei burgemeester Van Thijn een dag na de ramp. De gemeente zat met de handen in het haar. Hoeveel slachtoffers waren er? Hoeveel mensen hadden er in de 230 getroffen flats gewoond? Het bevolkingsregister bleek practisch waardeloos voor het inventariseren van de slachtoffers. Mensen waren ingeschreven op adressen waar ze allang niet meer woonden. En dan waren er de illegalen.

Zo had ook Stephen een bestaan in de schaduw opgebouwd. Sinds drie jaar woonde hij bij zijn zus en haar man in een flat op de tweede verdieping van Kruitberg. Soms kreeg hij een via het Ghanese netwerk eenschoonmaakbaantje. Soms plukte hij appels, voor vijftien gulden per dag. “Hij was boer in Ghana, en dacht dat hij hier ook boer kon worden”, lachen zijn vrienden.

Toen, op die avond van het vliegtuig, sprong hij uit het raam van de brandende flat. Een dag lang zwierf hij door de Bijlmer. “Ik was bang dat ze me zouden terugsturen naar Ghana”, vertelt hij en zijn ogen worden groot. Uiteindelijk hoorde hij van een vriend dat de burgemeester "goed' zou zijn, ook de illegale slachtoffers van de ramp kregen hulp. Stephen meldde zich bij de Bijlmersporthal, en belandde, zoals de meeste slachtoffers in het Novotel.

Tien dagen na de ramp, op 14 oktober, kondigde Van Thijn de zogeheten "Kosto-lijst' aan. Alle illegale slachtoffers die overtuigend konden aantonen dat ze op het moment van de ramp in een van de getroffen flats woonden, zouden aan staatssecretaris Kosto (justitie) voor legalisatie worden voordragen. Voor Stephen en 49 anderen werd dit het begin van een martelgang die meer dan acht maanden zou duren.

“Het doet pijn in mijn hoofd. Steeds maar denken waarom ze me niet geloven”, vertelde hij vlak na Nieuwjaar. Uitgeput zat hij tussen de pannen in het buurthuis, waar hij sinds eind oktober met een twintigtal landgenoten bivakkeerde. De sfeer was om te snijden. Onder de bewoners was schurft uitgebroken. En over een week zouden ze het buurthuis moeten verlaten, omdat er ruzie tussen de hulpverleners was ontstaan.

Stephen was wanhopig. Voor de tweede keer had hij te horen gekregen dat er voor hem op de Kostolijst geen plaats was. Daar zat hij, met in zijn hand de beduimelde brief van een Duitse loterij als bewijs van zijn onzichtbare leven op Kruitberg. Maar net als de giro-overschrijvingen van zijn vriend Bassirou Lare, of de sleutels en het politiepasje van Samuel Boakye, werd Stephen's brief door de gemeente niet als bewijs beschouwd.

Acht maanden lang dacht Amsterdam dat de lijst van 91 namen zoals die tussen oktober en december bij Kosto werd ingediend, de werkelijkheid dekte. De ambtenaar van de burgerlijke stand die de Kosto-lijst samenstelde stond voor de "onmogelijke klus', zoals hij zelf toegaf, om uit de 2000 mensen die zich hadden gemeld de "echte' slachtoffers te destilleren. Door een aanhoudend offensief van advocaten en hulpverleners werd het echter steeds duidelijker dat de Kosto-lijst niet deugde. Mensen die er niet ophoorden stonden er wel op terwijl mensen die overduidelijk slachtoffer waren buiten de boot vielen.

“Ik was nooit boos”, zegt Stephen en drukt hij zijn vuisten tegen zijn hoofd. “Ik moest alleen zoveel denken. De hele dag denken. En nu denk ik nog steeds.” Eind mei besloot Van Thijn het advies van de groep Nazorg Vliegramp Bijlmermeer over te nemen en deponeerde hij alsnog 50 namen bij Kosto om voor legalisering in aanmerking te komen. Stephen en zijn huisgenoten hebben nu mooie stempels van de vreemdelingenpolitie in hun paspoort gekregen. Ze ontvangen bijstand en op het balkon van de flat staan vier glimmende fietsen te wachten "voor als we straks naar school gaan'.

De vliegramp in de Bijlmermeer heeft Stephen van "illegaal' tot "allochtoon' gemaakt. Een verschuiving die duizenden mannen en vrouwen ambiëren. Toch is er in Stephen iets geknapt. Met angstige ogen staart hij de ruimte in. “Het heeft ze gebroken”, zegt opbouwwerker Mart van der Wiel, die de groep vanaf het begin heeft gevolgd. “In dit jaar heb ik een groep levenslustige jongens langzaam murw zien worden.”