Gescheiden vaders strijden voor betere omgangsregeling met hun kinderen; Slechts op bezoek

Nederland is het toneel, acteurs en toeschouwers bevinden zich allen op het podium. Duizenden drama's worden tegelijkertijd opgevoerd. Hoofdrolspelers zijn gescheiden ouders die de voogdij over hun kinderen hebben gekregen; de andere ouders, de toeziend voogden, treden op in de bijrollen en als figuranten. De regie is in handen van kinderrechters, bijgestaan door Raden van Kinderbescherming. Het onderwerp van alle voorstellingen is steeds of - en zo ja: wanneer - de toeziend voogden en de kinderen elkaar mogen ontmoeten.

Frank van Haaren (39) speelt al vier jaar een bijrol. Toen hij op 1 mei 1989 thuis kwam van zijn werk lag er een brief: zijn vrouw, zoon (1982) en dochter (1985) waren naar een Blijf van mijn Lijf Huis vertrokken. Gegeven de scheiding leek het aanvankelijk nog wel mee te vallen. Moeder en kinderen kwamen af en toe logeren in de oorspronkelijke woning, en Van Haaren haalde zijn kinderen om de zaterdag op bij het BVML-Huis, overeenkomstig de voorlopige bezoekregeling die de kinderrechter medio mei had vastgesteld. In augustus werd Van Haaren ingeschakeld toen zijn ex-vrouw een eigen woning kreeg: ""Ik heb de hele tent ingericht daar.'' Maar een bezoek aan zijn ex in november - ""ik zat daar als enige vent tussen vier gescheiden vrouwen'' - luidde een duurzaam conflict in. Op een vrijdagmiddag in januari 1990 werden de kinderen in hun kamer opgesloten en kreeg hun vader aan de deur te horen dat hij ze niet meekreeg - eerst moest de boedelscheiding worden afgerond. Van Haaren wierp nog een blik op ""twee huilende kinderen achter het raam die dachten mee te mogen'', en kon vertrekken.

Maanden zag hij zijn kinderen niet, totdat de kinderrechter een "definitieve' omgangsregeling van een zaterdag per twee weken vaststelde. ""Dat liep een tijdje redelijk'', aldus Van Haaren. Zijn ex-vrouw en kinderen waren inmiddels verhuisd en Van Haaren was per bezoekdag vier uur reistijd kwijt. Dat wilde hij gecompenseerd zien met twee uur meer omgang. De rechter ging accoord, en vier dagen later, 15 april 1991, kreeg Van Haaren een brief van de advocaat van zijn ex-vrouw: de hele omgangsregeling was geschorst - niet door de rechter, maar door de cliënt van de advocaat. Voor Van Haaren en zijn twee kinderen was het daarmee einde oefening: in navolging van het vonnis van de voogd zette de kinderrechter de bezoekregeling "voorlopig' stop, en in hoger beroep werd Van Haaren ieder recht op omgang ontzegd: de omgang zou voor moeder en kinderen teveel "spanningen' opleveren.

Sindsdien is Van Haaren aan proeven onderworpen: in het gemeentehuis van de woonplaats van zijn ex werd hij twee keer twee uur tijdens een hittegolf met zijn kinderen samengebracht in een klein vertrek dat tevens dienst deed als papieropslagplaats. Van Haaren: ""En daar moesten we dan omgang gaan hebben, terwijl een medewerkster van de Raad voor de Kinderbescherming keek of ik een goede vader was. Tijdens het huwelijk hoef je dat niet te bewijzen, daarna wel. Tweehonderd meter verder was een kinderboerderij, maar de plaats van dergelijke bijeenkomsten bepaalt de Raad. Het liep voor geen meter.''

Zones

Een omgangsverbod heeft ernstige gevolgen voor zowel ouder als kind - en Tjerk Bakker (40) was beide. Zijn ouders scheidden toen hij elf was, ""en veertien jaar had ik geen contact met mijn vader. Mijn moeder deed er alles aan om dat te voorkomen. Pas op mijn zesentwintigste kon ik me losmaken van het idee dat ik mijn moeder verried als ik mijn vader ontmoette.'' In de jaren 1987 - 1989 mocht hij de andere kant meemaken. Hij kreeg een contactverbod met zijn zoontje, met als gerechtelijke bijlage een kaart waarop de zones gemarkeerd stonden waar hij zich niet vertonen mocht.

""In juli 1989 dacht ik: is dit een familiekwaal, of zijn er misschien nog meer mannen die dit hebben? Ik plaatste een advertentie, en daarop kwamen acht reacties.'' De donateurslijst van de Stichting Dwaze Vaders die een paar maanden later werd opgericht, telt nu 925 ouders (onder wie 5 procent moeders) die hun kinderen niet of nauwelijks mogen zien: een topje van de ijsberg, meent Bakker. Gevallen waar dat verbod aantoonbaar terecht is, bijvoorbeeld wegens geweld of incest, worden onherroepelijk geweerd.

Bakker ontdekte al snel dat verbodsbepalingen en onmacht veel vaders tot dwaze dingen drijven, vandaar de naam. ""Ik heb vaders gesproken die bij het schoolplein achter een boom hadden gepost en helemaal dolblij waren omdat ze hun kind van een afstand gezien hadden.'' Hij weet ook van vaders die in regenpijpen naar de slaapkamers van hun kinderen klimmen om op fluistertoon een gesprek te voeren in de hoop dat hun moeder het niet hoort - van vaders die zich per advertentie in de krant tot hun kinderen wenden - van vaders die een reclamevliegtuigje met een boodschap de lucht in sturen. Zelf kalkte hij in grote letters op de voordeur van het huis waar zijn zoon woonde: IK WIL MIJN KIND ZIEN.

Contact met andere ouder, de toeziend voogd, is volgens John Meijers ""van levensbelang voor het kind''. Hij is directeur van Rijnhove in Alphen aan de Rijn, de overkoepelende organisatie boven het PAR, een ambulant diagnostisch serviceinstituut voor justitiële besluitvorming dat voor Raden voor Kinderbescherming veel rapporten opstelt die de kinderrechter als leidraad dienen als bij het vaststellen van bezoekregelingen. Het PAR is een van de natuurlijke vijanden van Dwaze Vaders, maar Meijers onderkent hun problematiek ten volle. ""Het is duidelijk hè'', stelt hij na lezing van de getuigenissen in dit stuk. ""Je moet alleen wel bedenken dat de grote meerderheid van de omgangsregelingen nauwelijks problemen geeft. Gaat het echt helemaal mis, dan resteert de overheid als toevlucht, en juist in die gevallen mist de overheid de wettelijke middelen.'' Vandaar ondermeer de preventieve ouderschapscursussen voor jonge volwassenen die onder dergelijke omstandigheden opgroeiden, ""want zij stellen vaak extreem hoge eisen aan hun eigen ouderschap en komen dan in conflict met zichzelf'', aldus Meijers. Ook wijst hij op de sociale taxi waarmee de Raad in Utrecht sinds drie jaar successen boekt in net-iets-minder-dan-extreme conflicten tussen voogd en toeziend voogd: vrijwilligers vervullen in de eerste tijd na een scheiding een smeeroliefunctie bij het op gang brengen van een omgangsregeling.

Samen proberen

De nu zesjarige dochter van Joep Zander (40) werd een paar jaar door haar vader opgevoed, terwijl haar moeder werkte. Toen ze twee-en-half was, verbraken haar ouders hun relatie. Ze kwamen zelf tot een regeling: hij kreeg Rosa op maandag en dinsdag, en in de weekeinden zouden ze het samen proberen. Dat laatste liep niet, en daarna was Rosa in de weekends altijd bij haar moeder.

Een half jaar na de scheiding vroeg Rosa's moeder de voogdij over haar kind omdat Zander onder psychiatrische behandeling zou staan - quod, aldus Zander, non. ""En zelfs al was het wel waar geweest...'' De rechter gaf de voogdij niettemin aan de moeder, en stelde een bezoekregeling vast die volgens Zander van meet af aan slecht werd uitgevoerd. Al snel kreeg hij een brief van de advocaat van de moeder van zijn dochter dat hij Rosa na bezoekweekeinden niet meer naar school mocht brengen, ""want ik had kennelijk te goed contact met die school.'' Rosa zou voortaan zondagsmiddags worden teruggehaald. Zander dook vervolgens twee zondagmiddagen met zijn dochter onder, om haar de volgende ochtend bij school af te leveren, conform de officiële bezoekregeling. Weer een brief van de advocaat, nu een woedende omdat Zander tegen de wensen van zijn cliënt was ingegaan. De rechter oordeelde vervolgens dat deze vader wel erg veel problemen gaf in het contact met de school van zijn kind, en beknotte de bezoekregeling. Rosa werd door haar moeder overgeplaatst naar een andere school, zonder dat Zander wist welke.

De rechter had ook bepaald dat Rosa's moeder Zander ruim op de hoogte zou houden over Rosa's schoolresultaten. ""En dat deed ze niet'', garandeert hij. ""Toen ze Rosa een keer kwam halen, zei ik dat ze eerst maar een blokje om moest lopen om te bedenken of ze die rapporten nog zou geven. Ze had haar nieuwe vriendje bij zich, en er ontstond een duwpartij bij de deur. Twee tegen een - dat verlies je.''

Sindsdien, september vorig jaar, heeft Zander zijn dochter niet meer gezien, al is er nog steeds een bezoekregeling. ""Ik maak nu maar een boekje voor haar. Ik stuur ook af en toe een kaartje, maar betwijfel of ze die krijgt. Toen ze hier nog wel kwam, kreeg ze mijn post ook nooit.'' Hij zou wel naar de school willen om Rosa daar te zien, zoals zijn moeder ooit deed, ""maar binnen de kortste keren heb je een straatverbod.'' Zander hoopte dat het deze zomer weer bij zou trekken, maar in plaats daarvan kreeg hij een paar weken geleden bericht dat er een verzoek tot naamswijziging aan de rechter was voorgelegd. Uiteindelijk beslist het Ministerie van Justitie op aanwijzingen van de Raad voor de Kinderbescherming, maar de vader mag bezwaar aantekenen. Zander betwijfelt of hij dat moet doen, want het zou een mogelijk herstel van het contact in de weg kunnen staan. En meer in het algemeen maakt hij zich "als linkse jongen' en als regionaal contactpersoon van de Dwaze Vaders zorgen dat de strijd om betere omgangsregelingen een anti-emancipatoir punt zal worden.

Wrok en rancune

Een veelgehoorde klacht in de echtscheidingswereld is dat professionele begeleiding bij het uiteengaan nagenoeg onvindbaar is: juist wanneer wrok en rancune hoogtij vieren, moet het uiteengevallen gezin een juridisch en emotioneel hindernisparcours volgen. Dwaze Vaders pleit daarom voor "anders scheiden', en een element van dat voorstel is een wettelijke "48-uurs regeling': binnen die tijdspanne moeten de kinderen in contact gebracht worden met de ouder die de kinderen niet meekreeg, meenam, of hield. Tjerk Bakker: ""Nu gaan er vaak weken of maanden overheen voordat er weer contact is. Dan zijn de kinderen vaak al behoorlijk geïndoctrineerd - soms tot het punt dat ze zogenaamd zelf geen contact meer willen met de andere ouder.''

Een tweede element is dat beschuldigingen van incest alleen onder ede geldig zouden mogen zijn. ""De gevolgen voor de beschuldigde partij zijn uitermate kwalijk, en de kinderrechter besluit in alle gevallen tot een voorlopige stopzetting van alle omgang tussen de verdachte en zijn kinderen: tot er een nader onderzoek is uitgevoerd door de Raad voor de Kinderbescherming, en dat kost minstens een half jaar. Die tijd wint de voogd of voorlopig voogd dus altijd, en ondertussen kunnen de kinderen verder opgestookt worden. Maar als je met een valse beschuldiging een paar jaar gevangenisstraf riskeert, bedenk je je wel even.''

Mevrouw A.C. Weber-Prins, sinds dertien jaar werkzaam bij de Stichting Organisatie Gescheiden Mensen, deelt Bakkers standpunt in dezen. ""Als de vader het gezin verlaten heeft, en de moeder is daar boos over, dan moet je een incestbeschuldiging wel met een heel grote korrel zout nemen. De man zit altijd in de nesten.'' Maar anderzijds: ""Er wordt nu in sommige kringen voor gepleit een bezoekregeling wettelijk verplicht te maken, inclusief straffen als hij niet wordt nageleefd. En waarom bestaat die bepaling nog niet? Omdat de vader of moeder die echt slecht is voor de kinderen dan ook het recht krijgt ze te zien.''

Ze wijst op een van de weinige dwangmaatregelen tegen een voogd die een bezoekregeling niet nakomt: op grond van een rechterlijke beslissing kunnen kinderen in extreme gevallen met een politie-escorte worden opgehaald. ""Maar ik ben niet voor sancties. De voogd moet ervan overtuigd worden dat zij of hij fout bezig is, een geldboete helpt daarbij ook niet.'' Overigens is Dwaze Vaders-voorzitter Bakker wel voor dwangmaatregelen: een waarschuwing, een boete en desnoods hechtenis voor een voogd die een bezoekregeling niet nakomt. In sommige staten van de Verenigde Staten kan dat verzuim verlies van de voogdij opleveren, maar dat wordt door Dwaze Vaders niet bepleit. Een van de punten van hun "anders scheiden' is opheffing van het onderscheid tussen voogd en toeziend voogd; ook na scheiding zouden ouders voor de wet gewoon ouders moeten blijven.

Trainingspakken

Na de scheiding van hun ouders in 1987 kwamen de zoon (1976) en dochter (1981) van Leo Bevaart (46) eens per twee weken bij hem langs, in onberispelijk schone kleren. ""En die werden dus vies. Je neemt ze ergens mee naartoe, ze klimmen in bomen. En dan kregen ze van hun moeder enorm op hun kop'', zegt Bevaart onder een groot portret van zijn zoon die hij al in geen jaren heeft gesproken. ""Ik kocht daarom zelf kleren voor ze, trainingspakken, sportschoenen, en zodra ze hier kwamen trokken ze die aan. Een tijdje later stond in een rapport van de Raad voor de Kinderbescherming: "Moeder vindt het maar vreemd dat de kinderen zich bij hun vader moeten uitkleden.' Niet "omkleden' - "uitkleden'. Dan ben je dus meteen maanden verder.''

Diep doordrongen van het desastreuze effect van een regelrechte incestbeschuldiging ging Bevaart daarna tot het uiterste om ieder misverstand te vermijden. ""In een gewoon gezin kun je met je kinderen onder de douche, je kunt een arm om ze heen slaan als je naast ze op de bank zit. Maar als toeziend voogd? Nooit doen! Als ze hier in bad gingen, zaten mijn tweede vrouw en ik in de slaapkamer altijd samen op het bed te wachten. Dus niet in de badkamer komen en ook niet alléén op ze wachten.''

Die maatregelen ten spijt, werd de bezoekregeling door de moeder in 1988 losgelaten: Bevaart ontmoette zijn kinderen daarna alleen nog op het schoolplein, en overhandigde daar zijn sinterklaas- en verjaardagskado's. Een keer durfde zijn dochter het aan om met een vriendinnetje bij haar vader aan te kloppen. Ze had de pech bij het spelen in de tuin haar kleren te scheuren en zo kwam haar moeder erachter waar ze geweest was: voor straf een week huisarrest.

Via familie hoorde Bevaart in de zomer van 1989 dat zijn kinderen per bus op vakantie in Spanje waren. ""En toen waren er op het journaal een paar berichten over busongelukken in Frankrijk en Spanje. Ik voelde me zo machteloos dat ik de publiciteit heb gezocht.'' In zijn voortuin plaatste hij een bord: Al drie jaar mag ik mijn kinderen niet zien. Ze worden door hun "moeder' geestelijk mishandeld. De rechtbank en de Raad voor de Kinderbescherming doen daar niets aan. Als vader heb je alleen de plicht alimentatie te betalen. Ter illustratie van die plicht meldt Bevaart dat hij direct loonbeslag kreeg toen hij één keer zijn maandelijkse ƒ 2500,- niet betaalde als protest tegen het niet nakomen van de bezoekregeling die de rechter had vastgesteld. Het bord leverde onverwacht veel reacties op. Zowel Sonja Barend als Koos Postema haalden de Dwaze Vader naar de studio, en het verhaal over de aftakeling van zijn bezoekregeling werd inmiddels verfilmd voor de schooltelevisie.

Maar er was ook een onbedoeld averechts effect. Zijn kinderen raakten er definitief van overtuigd dat hun vader beter gemeden kon worden, en dat hebben ze sindsdien gedaan. Als ze hem op het schoolplein zagen, wendden ze de blik af, en als hun vader op hun weg ging staan, wat hij vaak deed, snelden ze hem excuses mompelend voorbij.

Pakje

""Elke dag zei mijn moeder rotdingen over mijn vader, en ik dacht er nooit over na of het waar was'', zegt Bob Schalk (17). ""Hij was helemaal gek, hij zou proberen ons te kidnappen. "Kijk maar uit' zei ze, "ineens is er een auto en dan douwt hij je erin.' Post van mijn vader kreeg ik wel te zien, maar altijd met een negatief verhaal erbij. Voor mijn elfde verjaardag had hij een pakje gestuurd. Ik wilde het openmaken en toen kwam mijn moeder aanzetten: "Weet wel wat je doet', zei ze. "Als je het uitpakt moet je hem bellen om te bedanken.' Ja, da-hag, dat durfde ik echt niet, hem bellen. Uiteindelijk heeft mijn moeder het ongeopend teruggestuurd.''

Donald Schalk (39), de vader van Bob, Jasmijn (1980) en Koen (1982), was ondertussen beschuldigd van incest met zijn dochter, en alleen daarom al kreeg hij zijn kinderen sinds een paar maanden na de scheiding in 1985 (en na tien jaar huwelijk) niet meer te zien. Na zes rechtszaken werd hij in 1989 hoger beroep vrijgepleit van de incestbeschuldiging. ""En'', memoreert Schalk, ""de rechter gaf mijn ex-vrouw er de schuld van dat ik geen contact had met de kinderen. "Maar we kunnen daar verder niets aan doen', zei hij. Geen boete, geen hechtenis.''

Tijdens de zitting kreeg Schalk voor het eerst in vier jaar zijn zoon Bob te zien, maar niet te spreken. Hoe de jongste twee eruit zagen, was hij langs een andere weg te weten gekomen: kort daarvoor had hij ze laten volgen door iemand die hen later aansprak en vertelde een fotograaf in opleiding te zijn: of hij een paar portretten mocht maken. ""Ik ga niet zelf zitten loeren, dat is te vernederend'', aldus Schalk. Bob werd niet gefotografeerd omdat hij niet naar buiten kwam, want ziek. Met zijn aanblik is Schalk nu weer erg vertrouwd, want Bob zit tijdens het gesprek recht tegenover hem.

Een periode van toenemende twijfel aan de waarheid van zijn moeders berichten over zijn vader, culmineerde op 19 november 1991. Hij liep naar het NS-kantoor in Utrecht waar zijn vader werkte, trok diezelfde dag nog bij hem in, en opende die avond het pakje dat vijf jaar op hem had liggen wachten. Kort daarop kreeg zijn vader de voogdij over hem.

Bij het toewijzen of veranderen van voogdij houdt de kinderrechter rekening met de voorkeur van kinderen van twaalf en ouder, maar hun stem is niet doorslaggevend. Waarom niet, verduidelijkt Bob zelf: tijdens de laatste rechtszitting was hij dertien, en vertelde daar precies het verhaal dat zijn moeder hem kort daarvoor had ingeprent. ""Je moet wel, want 's avonds ga je weer naar haar terug.''

Tekortkomingen

Toen Ria Meester in september 1984 bij haar man wegliep, verbrak ze zonder het te beseffen ook vrijwel alle banden met haar dochter. ""Ik was zo dom om haar niet mee te nemen'', zegt ze nu. ""Als een blinde ben ik erin gelopen.'' Met Cathy (1973) had ze tot dat moment naar eigen zeggen een normale moeder-dochter relatie. ""Maar daarna werd ik onderzocht of ik ik-weet-niet-wat had gedaan.'' Ook Cathy zelf mengde zich in het oordeel: vlak na haar vertrek ontving Ria Meester een uitvoerig schrijven van haar dochter, waarin een lange reeks fouten en tekortkomingen werd opgesomd. ""Een kind van elf!'' Meester besloot na een jaar geen verdere medewerking te verlenen aan het onderzoek van de Raad voor de Kinderbescherming: ""Ik zei: bekijk het maar, ik wil geen trammelant maken over de rug van mijn dochter.'' De voogdij kreeg ze daarom niet, en zelfs geen bezoekregeling - wel de plicht alimentatie te betalen, ""want ik verdiende het geld.''

Tijdens het gesprek wijst Meester een paar keer door het raam in de richting waar Cathy en haar vader al jaren wonen, op nog geen kilometer afstand. Emotioneel is het verder dan de maan. Het eerste jaar zagen de twee elkaar nog een paar keer op neutraal terrein, in hamburgertenten en zo - en in de volgende acht jaar precies één maal. Meester: ""Op aandringen van mijn advocaat ben ik twee jaar geleden gewoon een keer langs gegaan. Cathy deed zelf open en terwijl de buren in de tuin stonden mee te luisteren hebben we heel even gepraat. Ik vroeg of ze zin had een keer koffie te komen drinken. Ze antwoordde dat ze er geen behoefte aan had me nog te zien.'' De winst was dat Meester weer wist hoe haar kind eruit zag: ""Die beelden staan in mijn geest gegrift.''

In één richting werd het contact daarna nog een tijdje voortgezet: bij de ontvangst van haar alimentatie kon Cathy op de girokaart onder mededelingen korte berichten van haar moeder lezen - of ze een leuke verjaardag had gehad - dat ze weer eens moesten gaan praten. Tevergeefs allemaal. Vorig jaar reageerde ze met geen woord op het overlijden van haar grootvader, met wie ze in 1980 nog per se iedere week wilde bellen toen hij een paar maanden naar Canada was. Sindsdien staan er geen mededelingen meer op de girokaarten. Toch vreest haar moeder het einde van de alimentatieplicht als Cathy eenentwintig wordt: ""Dan heb ik geen enkele band meer met haar.''

Mevrouw Weber: ""Ik ben ervan overtuigd dat ze bij de Raad voor de Kinderbescherming hun best doen, maar het is allemaal erg persoonlijk gekleurd. Echte regels ontbreken, de scheidende ouders en de kinderen zijn overgeleverd aan de persoonlijke mening van de rapporteurs van de Raad en van de rechters. Er is veel rechtsongelijkheid. En bezoekregelingen liggen in de politiek zeer slecht: een heikel onderwerp, met heel veel haken en ogen.''

Kristofer Schipper, uw opvolger in Leiden, heeft een ander visioen. Hij denkt dat het gevecht om hegemonie in Zuidoost-Azië op den duur zal ontaarden in de zoveelste Japans-Chinese oorlog.