Een slachtoffer; Het grootste probleem zit nog steeds in haar hoofd

Komende maandag, 4 oktober, is het een jaar geleden dat een vrachtvliegtuig van de Israelische maatschappij El Al neerstortte in de Amsterdamse Bijlmermeer. Het toestel, dat zich om twee minuten voor half zeven 's avonds in de flatgebouwen Klein Kruitberg en Groeneveen boorde, maakte 43 dodelijke slachtoffers. De gemeente stelde dit officiële dodental pas twee maanden later vast. Vlak na de ramp werd gevreesd voor zeker tweehonderd doden.

De Boeing 474 van El Al vernietigde 230 appartementen. Klein Kruitberg is geheel en Groeneveen is gedeeltelijk gesloopt. Voor 430 huishoudens is andere woonruimte gezocht.

Morgen wordt de vliegramp op verschillende plaatsen herdacht. Hoogtepunt moet een herdenkingstocht worden die omstreeks 17.45 uur vertrekt bij metrostation Kraaienest en zal eindigen bij het monument voor de ramp.

Als een paradijsvogel die plotseling is gekooid. Zo zit N. Erat (43) tussen de geborduurde kussens van haar nieuwe flat in Amsterdam Noord. De foto's van haar zes kinderen en talloze kleinkinderen staan in een rij op het wandmeubel. Als door een "wonder' hebben ze allemaal de ramp overleefd. Toch leeft Norma Erat sinds een jaar in een hel.

“Ik ga mijn ogen dichtdoen, en dan zie ik die beelden. Overdag ga ik op de bank zitten en dan komt de angst. Een brandend gevoel in mijn lichaam alsof ik in de fik sta.” Norma durft niet meer naar buiten. Als ze boodschappen rent ze bij de kassa weer weg. Ze leeft op pillen en psychiatrische hulp. “Die plane heeft mijn leven kapot gemaakt. Ik ben niet meer vrij.”

Op de avond van de ramp hield ze een tupperware-party bij haar dochter die inKruitberg woonde. Maar die avond was er iets vreemds. “Ik ben altijd gezellig. Nu was ik dat niet. Mijn dochter zegt: laten we die dozen maar gaan inpakken en een andere keer de party houden.” En toen was er opeens het vliegtuig. Door het grote raam van de woonkamer zag ze hem op zich afvliegen. Er klonk geschreeuw en overal waren vlammen. De voordeur zat klem. “Ik zei: dan moeten we maar van het balkon afspringen.” Met haar kleinzoon van drie maanden in haar armen is ze van drie hoog naar beneden gesprongen. Daarna ving ze haar dochter en haar kleinzoon van vijf. Toen kon ze niets meer vangen. Ze rende naar de flat Groeneveen waar haar andere kinderen woonden. Maar ze kon er niet in. De halve nacht heeft ze het geprobeerd. Totdat ze door een vriendin in een ziekenauto werd gestopt. De volgende dag werd ze in het ziekenhuis uit een coma wakker.

De rug van Norma is door de sprong flink beschadigd. Door de rook heeft ze ook longproblemen gehad. Maar het grootste probleem zit nu in haar hoofd. Tot drie keer toe heeft haar vriend haar 's nachts van het balkon moeten halen. “Dan dacht ik: er is brand, ik moet springen.” Stilletjes kijkt ze voor zich uit. “Eerlijk gezegd wil ik soms het liefste dood”, zegt ze. “Dan hoef ik niet meer te beleven wat ik nu beleef.”

Norma is een van de 1.400 slachtoffers die een schadeclaim bij Boeing hebben ingediend. Op dit moment lijken de onderhandelingen in de laatste fase. Gisteren ging advocatenkantoor Bakker-Schut akkoord met een schikkingsvoorstel van de vliegtuigfabrikant. De keuze van Bakker-Schut en van advocatenkollectief Bijlmermeer om in zee te gaan met dure Amerikaanse advocaten zorgde voor grote opschudding binnen de Amsterdamse advocatuur. Over en weer vielen beschuldigingen als zouden advocaten met mooie beloften proberen om klanten bij elkaar weg te lokken. Op dit moment is nog niet duidelijk wie er gelijk zal hebben en met welk systeem de hoogste smartegelden voor de slachtoffers worden binnengehaald.

Norma Eret trekt haar schouders op. Ze laat de kwestie over aan haar advocaat. “Ik denk gewoon dat het het noodlot is. Sommige mensen zeggen: waarom gebeurde het speciaal op de Bijlmer. Nou, dat vind ik een stomme gedachte. Voor hetzelfde geld was het hier in Noord gebeurd. Dan hadden de mensen hier met de nachtmerrie gezeten.”

    • Maurice Boyer
    • Marjon van Royen