De Kempense mijnen als geldpomp

De miljarden van de KS. Auteur: Ivo Vandekerckhove. Uitgeverij Coda Antwerpen. ISBN 90-5232-099-3. Prijs 690 BF (35 gulden).

“De Kempense Steenkolenmijnen N.V. is sinds haar oprichting in 1967 een geldpomp geweest voor politieke partijen en machtsblokken”. Dat zegt de Belgische journalist Ivo Vandekerckhove naar aanleiding van zijn zojuist verschenen boek De miljarden van de KS. Op die manier kwamen vele honderden miljoenen Belgische franken overheidssteun terecht bij allerlei instanties tot aan voetbalclubs toe. Maar het eigenlijke doel, namelijk Belgisch Limburg na de mijnsluitingen een nieuwe ruggegraat geven voor de duizenden vervallen arbeidsplaatsen in de inmiddels gesloten mijnindustrie, is nauwelijks bereikt. Het ambitieuze Economisch Recreatief Centrum dat aan minimaal 10.000 mensen werk had moeten bieden, is tot nog toe niet van de grond gekomen: het lijkt er meer op dat het praten erover een zoethoudertje was om de opstandige mijnwerkers in toom te houden en hen uiteindelijk met de mijnsluitingen te verzoenen.

Vandekerckhove is journalist bij Het Belang van Limburg in Hasselt. Hij groeide op in een van de mijnwerkerswijken in Belgisch Limburg en was dertien jaar als beambte in dienst van een van de Limburgse mijnen, die van Waterschei. Hij beschrijft beeldend hoe hij op vrijdag 16 april van dit jaar een anoniem telefoontje kreeg, vervolgens met een fotograaf in zijn auto sprong en er getuige van was hoe de gerechtelijke politie onder leiding van een procureur des konings (onze officier van Justitie, red.) een inval deed in het kantoor van KS in Houthalen. Hoe stuntelig deze justitiële actie die de bedoeling had belastende bescheiden die iets meer moesten vertellen over het oneigenlijk gebruik van een deel van de 99 miljard frank die de KS sinds 1987 van de Belgische overheid had geïnd, was bewijst wel het feit dat de politie er niet van op de hoogte was dat de onderneming over heel Limburg verspreid veel meer kantoren had waar mogelijk iets te halen viel.

De gang van zaken bij de invallen en het machteloze parlementaire onderzoek dat er op volgde zijn het testimonium paupertatis van het KS-drama: het werd een melodrama, waarbij allerlei instanties en politieke partijen hun zakken vulden met geld dat voor de mijnwerkers was bestemd. Wie overigens meent dat de mijnwerkers er bij het gesjoemel niet goed vanaf zijn gekomen, vergist zich: dank zij hun hardnekkig verzet, dat soms leidde tot felle straatgevechten, kregen ze de beste pensioenregeling die ooit in België is getroffen. Hoewel soms pas 35 jaar, zitten ze werkloos thuis. En waar dat nog niet genoeg was zijn er leidinggevenden onder hen die extra douceurtjes kregen opdat ze vooral maar hun mond niet zouden voorbijpraten.

De miljarden van de KS is een boeiend geschreven boek, dat zich als een roman laat lezen. Het is bovendien gedocumenteerd met belangrijke papieren die veel onthullen over het geknoei met overheidsgeld door politieke partijen, door bestuurders en topmedewerkers van de onderneming die zichzelf geld toestopten, over belastingontduiking en vriendjespolitiek. Over mislukte participaties, waarmee miljarden werden verspeeld en over dure uitstapjes op kosten van de onderneming van familieleden van KS-topmensen.

“Eigenlijk”, aldus Vandekerckhove, “is de KS exemplarisch voor een hele rits overheidsbedrijven die in hetzelfde zieke bedje zijn: het maatschappelijk doel (in het geval van Belgisch Limburg de herstructurering na de mijnsluitingen, red.) wordt aan de kant geschoven voor belangen van politieke partijen, vakbonden, pressiegroepen en kapitaalkrachtige maatschappijen. Het gaat om de knikkers, om het grote geld.”

In het boek wordt uit de doeken gedaan hoe hoofdrolspelers in het KS-drama opereerden. Dat waren onder meer de crisismanagers Thyl Gheyselink en Peter Kluft, die beiden aan de kant werden gezet. Gheyselinck, door zijn Nederlandse moeder half Nederlands, trad in 1986 bij de KS aan. Aanvankelijk stelde hij zich onafhankelijk op, joeg de mijnwerkers tegen zich in het harnas door keihard de sluiting van alle mijnen aan te kondigen, maar, aldus Vandekerckhove, “in feite moest hij onmiddellijk tal van compromissen sluiten. Hij wist dit zelf ook best wel, maar hij hoopte dat hij met het uitdelen van enkele miljarden aan diverse ontwikkelingsmaatschappijen en de provincie de hongerige meute van zich af kon houden. Biefstukken voor de politiek noemde hij die giften”.

Hoewel Vandekerckhove er geen sluitende bewijzen voor kan leveren, meent hij dat een loge van vrijmetselaars via Kluft, die er lid van was, meteen "een grote voet had in de steenkolenmaatschappij'. Omdat de loge-leden absolute geheimhouding wordt opgelegd is het, aldus de schrijver, moeilijk te achterhalen welke beslissingen rond KS eventueel genomen zijn in de beslotenheid van een loge-tempel. In ieder geval staat vast dat vooraanstaande loge-leden zich in de topleiding van KS wisten te wurmen. Dat geldt onder meer voor de Brabander Lode Boeckx, lid van de raad van bestuur. Boeckx wordt in het boek opgevoerd als de concubine van een vrouw in Sint-Niklaas die zich bezighoudt met kaartleggen. Hoewel het pikant is om te lezen is er in deze episode van het boek meer sprake om suggestie dan van werkelijkheid. Maar voor het overige is De miljarden van de KS een overtuigend boek.

In feite geeft De miljarden van de KS een integrerend doorkijkje in de Belgische samenleving. Alles komt aan de orde: de aanvankelijke uitbuiting door de Walen van de Vlamingen omdat ze van de kolen die ze uit Belgisch Limburg haalden alleen de lusten en (later) niet de lasten droegen, de doden van Zwartberg tot aan de Koningskwestie rond Leopold II tijdens de Tweede Wereldoorlog toe. En over de invloed van ogenschijnlijk onbelangrijke mannetjes. Zoals de Hasseltenaar Désiré Dylst, vader van een van de leiders van de opstandige mijnwerkers-hoofdopzichter Michel Dylst. Vandekerckhove meent bewijzen te hebben dat deze Désiré Dylst - uitdrukkelijk aanwezig aan de mijnpoorten sinds Zwartberg in 1965 - de man achter de schermen was die het KS-schandaal begin dit jaar naar buiten bracht via de CVP-senator Johan Weyts. Die stelde er prangende vragen over in het parlement waarna het parlementaire onderzoek volgde. Nog steeds blijft er één wezenlijke vraag onbeantwoord. Dat is of de gerechtelijke instanties in staat zullen zijn degenen die schuldig zijn aan de affaire op gepaste wijze gestraft te krijgen. Maar gezien de voorgeschiedenis en gezien de verhoudingen in België, waar zelfs de rechters op basis van hun politieke overtuiging worden benoemd, moet daar ernstig aan worden getwijfeld.