De gijzeling van Hema-werknemers

Voorstelling: Andorra/Gegijzeld van Max Frisch/Nigel Williams door RO Theater. Vertaling Andorra: Adriaan Morriën; regie: Ted Keijser; decor: Peer Boysen; spel: Carlo Scheldwacht, Esther Scheldwacht, Dries Smits, e.a.

Vertaling Gegijzeld: Marcel Otten; regie: Johan Doesburg; decor: André Joosten; spel: Felix Burleson, Dennis Rudge, Wim Akkermans, e.a. Gezien: 30/9 Schouwburg Rotterdam. Aldaar t/m 9/10.

De confrontatie tussen slachtoffers en beulen is een onderwerp dat het RO Theater blijkbaar niet loslaat. Ensceneerden ze vorig seizoen De dood en het meisje, een psychologische thriller van Ariel Dorfman over een verkrachte en mishandelde vrouw die wraak neemt op haar kwelgeest, nu is het tweeluik Andorra/Gegijzeld van respectievelijk Max Frisch en Nigel Williams op de planken gezet: twee stukken waarin buitenstaanders het slachtoffer worden van vreemdelingenhaat.

Hoewel het gegeven van Andorra en Gegijzeld onloochenbare overeenkomsten vertoont en een opvoering van beide stukken op één avond daarom gerechtvaardigd is, is er ook een groot verschil. In Gegijzeld verzetten de hoofdpersonen zich tegen de hun opgedrongen rol van slachtoffer door het recht op gewelddadige wijze in eigen hand te nemen. Andorra laat het tegendeel zien. Hoofdfiguur Andri wordt het mikpunt van jodenhaat en komt daar niet tegen in opstand. Integendeel. Ook als blijkt dat hij helemaal niet joods is houdt hij vast aan het idee dat hij "anders' en daarom schuldig is.

Max Frisch die zijn stuk voorzag van de aantekening dat met de titel niet het gelijknamige dwergstaatje wordt bedoeld maar een fictief model, is in zijn aanpak ondubbelzinnig. Soms op een bijna hinderlijke manier doordat hij met veel woorden beschrijft wat al gauw duidelijk is: angst, vooroordelen, intolerantie en hypocrisie vormen samen een uitstekende voedingsbodem voor discriminatie en agressie met vergaande gevolgen. In de voorstelling van het RO Theater blijkt de door Adriaan Morriën vertaalde tekst echter sterk gecomprimeerd. De enscenering van Ted Keijser, die het stuk eerder bij een jeugdtheater in München regisseerde, heeft nu zelfs een wat hijgerig tempo met hortende halfuitgesproken zinnen.

De overgangen tussen de korte scènes worden vaak gemarkeerd door mineurklanken van een saxofoon. Ook het decor speelt daarbij een belangrijke rol: via zestien verplaatsbare grijze deuren op een kale vloer van grijs-witte planken loopt men in en uit beeld. De personages, allen gekleed in onopvallend zwart-wit, krijgen als afzonderlijke individuen weinig aandacht. De arts, de pater, de meubelmaker, de waard en de overige dorpsbewoners zijn in feite inwisselbaar en ze verschijnen dan ook geregeld als meerstemmig collectief. Alleen Andri (Carlo Scheldwacht) en zijn vriendin Barblin (Esther Scheldwacht) treden meer op de voorgrond.

Ondanks alle goede pogingen van de acteurs is de voorstelling over het algemeen nogal schetsmatig. In zijn op zichzelf lofwaardige streven een pathetische en drammerige enscenering te vermijden, is Ted Keijser wel heel sec te werk gegaan. Zelfs de snerpende gil die af en toe door de zaal klinkt vermag de spanning niet echt op te voeren. De dreiging is er wel - zeker in de treffende laatste scène tijdens de jodeninspectie - maar krijgt door het moordende tempo uiteindelijk te weinig kans.

Gegijzeld, het andere deel van het tweeluik, heeft meer beklemmende momenten. Op ingenieuze wijze veranderden regisseur Johan Doesburg en vertaler/bewerker Marcel Otten de Engelse situatie in een actuele Nederlandse kwestie. Twee Surinamers die betrokken waren bij de vliegramp in de Bijlmer en van wie er één nadien als uitschot is behandeld, gijzelen uit woede en frustratie een aantal Hema-werknemers. Het personeel wordt gedwongen een rechtszitting na te spelen om het bureaucratische Nederlandse rechtssysteem aan de kaak te stellen.

In het realistisch ogende decor van André Joosten dat de kelder van het gebouw voorstelt zijn we getuige van een beangstigend drama dat volkomen uit de hand loopt. Gegijzeld is een voorstelling met typisch Doesburgiaanse trekken: snel, hard, cynisch en toch ook luchtig bij tijd en wijle. Met name Manon Nieuweboer, Herman Egbers en de twee Surinamers Felix Burleson en Dennis Rudge spelen sterke rollen. De wisecracks uit de mond van de twee laatst genoemden klinken soms misschien al te gewild maar daar staat tegenover dat ze met hun gespannen gedrag op een geloofwaardige manier de situatie tot een climax weten te drijven.

    • Noor Hellmann