CONNIE PALMEN (1)

In zijn column (NRC Handelsblad, 10 september) valt J.L. Heldring de schrijfster Connie Palmen aan op haar interview met Filosofie Magazine, waarin zei vertelde hoe zij stond tegenover de waarheid als doel van de filosofie, en dat haar ten aanzien daarvan een pessimisme aankleeft. Zij voelt zich gedoemd te geloven. Haar houding jegens de waarheid is dus een religieuze.

Dit doet Heldring besluiten tot de uitspraak dat Palmen geen filosoof is, want deze "maakt alles aan twijfel onderhevig'. Maar is twijfel een prerogatief van de filosofie? Was het niet altijd de gelovige, die de twijfel voor zich annexeeerde? Een stukje historie: Anselmus van Canterbury (Italiaan; lle e.) zei credo quia absurdum. Hierbij valt te denken, dat men al twijfelt, wanneer men iets absurd vindt. Maar zover terug mag voor het rechtzetten van hedendaags taalgebruik eigenlijk niet nodig zijn.

Ontstaat het misverstand niet door het verzuim onderscheid te maken tussen geloven-op-grond-van-openbaring en geloven-op-grond-van-zelfanalyse? Bij dit laatste mogen wij de uitspraak van Palmen "gedoemd te geloven' plaatsen, terwijl Heldring geloven eerder wil rangschikken onder de categorie aanvaarden.

Ergo, eerstgenoemde categorie van geloven zal nooit zonder twijfel zijn, is dus een wijze van filosoferen. Maar van ons mag Heldring zich te zijner tijd best bekeren tot een tweede geloofsacte, al mogen wij hem dàn inderdaad geen filosoof meer noemen!

    • Reina van Tol