BOEKENBOYCOT IN BELGRADO

"Mijn grootste vrees is, dat ik binnenkort niets meer te verkopen heb'', zegt Branislav Gojkovic, eigenaar van Plato, een van de bekendste boekhandels in de Servische hoofdstad Belgrado. Op het eerste gezicht zou je niet zeggen dat er in de ruime boekwinkel, gehuisvest in een vleugel van de Filosofische Faculteit van Belgrado iets bijzonders aan de hand is. Klanten neuzen in boeken. Bij nadere bestudering blijkt, dat in veel boeken voorin niet de prijs, maar een aantal punten staat aangegeven. Met een inflatie van tussen de tien en vijftig procent per dag is het niet langer doenlijk, dagelijks in alle boeken de prijzen te gaan veranderen. Naast de kassa staat aangegeven hoeveel een punt kost, ongeveer de tegenwaarde van de D-mark.

De meeste boeken in Plato zijn al wat ouder. ""Er worden nog wel boeken uitgegeven, maar beduidend minder dan vroeger'', aldus Gojkovic, die in Belgrado en Budva (aan de Montenegrijnse kust) nog twee boekwinkels bezit, alsmede een jazzclub en - straks - een nachtclub, want hij blijft investeren. ""De mensen kopen nog steeds boeken'', constateert hij, ""dat is altijd zo in crisistijd''. De omzet van deze winkel bedraagt de tegenwaarde van ongeveer duizend D-mark per dag. In "normale tijden' (dwz. voor de oorlog) was dat vijf keer zoveel.

Het is het mogelijk uitblijven van de produktie van boeken in Servië, die de boekhandelaar het meeste zorgen baart. ""Er is maar één papierfabriek in Servië, sommige uitgeverijen slagen er nauwelijks meer in, iets uit te brengen''. De import van boeken, één van Plato's voornaamste activiteiten voor de instelling van het internationale handelsembargo vijftien maanden geleden, is door de sancties geheel tot stilstand gekomen. Weliswaar zijn er, zoals iedereen hier weet, kanalen waarlangs je willekeurig wat het land kunt inbrengen, maar de daarmee gemoeide kosten maken deze routes voor boekenimport onrendabel.

Plato heeft ook moeten afzien van de aanschaf van een anti-winkeldievensysteem. De onzichtbare stripjes en blatende poortjes, waren net voor de afkondiging van de sancties besteld bij het Nederlandse bedrijf ID-systems in Zwolle. ""Heel treurig'', wordt Gojkovic van de sancties, die de Servische boekhandel, het hele land eigenlijk ""in de marginaliteit drijven''. ""Buitenlandse contacten sturen me nog wel hun catalogi toe, ik ga ook nog wel naar de Buchmesse in Frankfort, maar kopen kan ik natuurlijk niet meer, ik loop nog maar een beetje rond''.

Als veel Servische intellectuelen denkt hij dat de sancties de autoritair ingestelde overheden in Servië niet dwarszitten - zoals eigenlijk de bedoeling was van de internationale gemeenschap - maar deze integendeel helpen haar oogmerken te verwezenlijken. ""Misschien is het wel de bedoeling van onze regering, dat er straks geen boek meer te krijgen is. Naarmate er minder te lezen valt, is het eenvoudiger mensen te manipuleren. Straks is er alleen nog maar het journaal van de staatstelevisie, op één plaats gemaakt, door één man. Orwells 1984 is hier aardig op weg naar verwezenlijking''. BOEKENTIJD

Als het aan Predrag Markovic ligt, criticus en uitgever, zal het in Servië niet zover komen. Integendeel, hij mag zich directeur noemen van een gloednieuwe Servische uitgeverij, Vreme knjige (Boekentijd), een gemeenschappelijke onderneming van het liberale Servische weekblad Vreme en een drukkerij, Publicum. Het blad zorgt voor de publiciteit - geld om te adverteren heeft de nieuwe uitgeverij niet - de drukkerij heeft zeeën van capaciteit over. Papier wordt geritseld.

""Zo'n honderd jaar geleden, toen Servië nog veel armer was dan nu, is hier door vaderlandslievende bourgeois de Srpska Knizevna Zadruga (Servische boekenmaatschappij) opgericht. Waarom zou dat nu niet kunnen?'', vraagt Markovic. In zekere zin wordt Servië immers wederom herboren: in de vorige eeuw door de bevrijding van eeuwen Turkse heerschappij, thans - oorlog of geen oorlog - na tientallen jaren communistische dictatuur. Vreme knjige wil dan ook niet alleen maar een uitgeverij zijn, maar ook een maatschappij voor schone letteren.

Maar dat alles ligt nog in de schoot der toekomst. Voorshands is Markovic doende met het laten drukken van de twaalf boeken die de najaarsaanbieding van de drukkerij zullen uitmaken. Twee daarvan zijn journalistieke uitgaven, de rest is bellettrie - zowel proza als poëzie. Acht van de twaalf boeken zijn al gedrukt - proza in een oplage van 1500, poëzie in een oplage van duizend exemplaren. Bij voorintekening, dank zij de publiciteit in Vreme, zijn al zeshonderd volledige series besteld, à raison van de tegenwaarde van honderd Duitse mark. Dat lijkt niet veel, maar voor menig Serviër zijn dat in deze kommervolle tijden toch al snel drie of meer maandsalarissen.

De tot nu toe in Joegoslavië oppermachtige staatsuitgeverijen mogen dan in Belgrado met de handen in het haar zitten, bij Vreme Knjige ziet men de toekomst met vertrouwen tegemoet. Markovic praat eigenlijk ook liever niet over het economisch reilen en zeilen van de nieuwe onderneming, meer over het cultureel belang, de Servische of Joegoslavische of hoe je haar ook wilt noemen - cultuur voort te zetten en verder te ontwikkelen. De manuscripten stromen binnen, vertelt hij: ""dit is een Slavisch volk, hier houdt men nooit op met schrijven''.