ARSENAL, DE SAAISTE CLUB TER WERELD

Voetbalkoorts. Het leven van een supporter door Nick Hornby 256 blz., Veen 1993, vert. Eric van Domburg Scipio (Fever pitch. A fan's life, 1992), f 34,90 ISBN 90 254 0237 2

Er gebeurt meer op de overladen tribunes van Highbury, het stadion van de Noordlondense voetbalclub Arsenal, dan het oog kan waarnemen. De supporters die daar zaterdagsmiddags opeengepakt zitten op veel te krappe stoelen (die nog dateren uit de jaren twintig toen de ondervoede arbeiders van de plaatselijke munitiefabriek aan een halve plaats ook genoeg hadden) komen in de eerste plaats voor het voetballen, maar het is niet gezegd dat ze allemaal dezelfde wedstrijd zien. Er zijn al vele boekenplanken gevuld met autobiografische geschriften van niet de eerste de beste Engelsen die vreemde dingen beleven waarover wij liever eerst een zenuwarts zouden raadplegen.

De schrijver van Voetbalkoorts behoort tot de supporters van het roemruchte Arsenal voor wie de wedstrijd zo te zien er maar zelden toe doet. De ene week is de wedstrijd op het veld voor Nick Hornby maar bijzaak, de andere week is hij zelfs in het geheel niet van belang. Op die momenten gaat de auteur volledig op in het onzichtbare voetballen, vooral in wedstrijden uit het verleden die zich in zijn hoofd afspelen. Dat schijnt bij de ware voetballiefhebbers meer voor te komen. Die zitten dikwijls naar verschillende wedstrijden tegelijk te kijken, soms uit verweer tegen de saaiheid van de wedstrijd die op dat moment in het veld aan de gang is, soms uit gewoonte, doordat de ware supporters in een gelaagde werkelijkheid leven waarin ze altijd het verleden van hun club met zich meedragen. In die simultane beleving zien ze zowel saai en geestdodend voetbal (de wedstrijd die om drie uur begonnen is) als een van de onvergetelijke hoogtepunten uit de afgelopen seizoenen die op een andere verdieping van het bewustzijn worden herhaald.

Graham Kelly heeft eens geschreven dat hij af en toe uit zijn werk brak om in het stadion waar hij een deel van zijn leven had doorgebracht even naar de onzichtbare helden uit zijn jeugd te gaan kijken - maar vooral om er een praatje mee te maken. Hij praatte ertegen zoals jockeys praten tegen hun paard, met dit verschil dat het in Kelly's geval om geestverschijningen ging. Als hij zijn hand op de afrastering om het veld legde kwamen zijn favoriete geesten onmiddellijk weer te voorschijn (hier: Tom Finney, de specialist van de rush, die evenals de legendarische Stanley Matthews met de bal langs de lijn snelde alsof die aan zijn schoen was vastgeknoopt). ""Engelse stadions zijn tot de nok gevuld met de geesten van spelers die er vroeger hun triomfen hebben gevierd', zei Kelly. Deze hoogwaardigheidsbekleder uit het Britse voetbal zat er niet over in dat sommigen hem misschien extra zonderling vonden, want hij wist dat hij die tic met een paar miljoen Britten deelde.

MASOCHISME

Hornby wijkt in zoverre van Kelly af dat hij met een club is getrouwd die weliswaar een rijke geschiedenis heeft maar een voetbal speelt dat niet om aan te zien is. ""Nooit iets moois te beleven', ""weer een seizoen verknald', Arsenal speelt of 0-0 of wint met 1-0, maar het is altijd bekrompen en net geen nederlaag.

Hornby erkent dat Arsenal het onsmakelijkste voetbal van Engeland speelt, maar aan een andere club zou hij zijn hart niet kunnen verpanden. Dat is een eigenschap van de Arsenal-supporters. Ze weten dat heel Engeland buiten Noord-Londen een hekel aan hun club heeft, een groot deel van de Arsenal-aanhang heeft dat trouwens zelf ook, maar de loyaliteit is onuitroeibaar. Vele Arsenal-supporters moeten wel met een stevige portie masochisme behept zijn, want de scheldpartijen waarop de spelers regelmatig door de eigen aanhang worden getracteerd lenen zich niet voor verspreiding buiten het stadion.

Hornby's bloemlezing van de woordenschat van de Arsenal-fans op de staantribune is geen zondagschoollectuur. Er is staantribunehumor die de geharde voetballiefhebber nog wel kan waarderen (zongen de Arsenal-fans: ""Charlie George! Superstar! How many goals have you scored so far?' dan antwoordden de fans van de tegenpartij in koor: ""Charlie George! Superstar! Walks like a woman and he wears a bra!'). Maar er is ook een pestilente onderwereldhumor die allang niet meer louter antisemitisch of racistisch is dan wel uit ziekteverwensingen bestaat, maar op een deel van de tribunes in geaccumuleerde vorm om zich heen grijpt.

Hornby gaat gebukt onder een ernstige vorm van clubverslaving maar die heeft hem niet gehinderd bij het schrijven. Zijn boek is een kleurrijke anatomie van het leven in een stadion op een Engelse zaterdagmiddag, met inbegrip van de rauwe werkelijkheid die zich aan de randen van de voetbalwereld heeft ontwikkeld. Doordat de auteur zijn kracht niet heeft gezocht in de beperking en de banaliteit niet schuwt, lijdt dit boek af en toe aan te veel voetbalkoorts, maar als documentaire van een dubbele werkelijkheid is het een geslaagd boek. Dat positieve oordeel geldt wat minder voor de Nederlandse vertaling. Een vertaler met meer voetbalaffiniteit zou een draaglijker resultaat hebben verzekerd. Een voetballiefhebber anno 1993 spreekt niet over een match noch over het spel maar over een wedstrijd, voetballers zijn niet ""matig competent' maar slecht of onbekwaam, ze geven geen volley met links maar raken een bal vol op de wreef, ze zetten geen doelpunten maar maken ze (en wat zijn tig doelpunten dan wel?) en Arsenal speelt niet in Tottenham maar op White Hart Lane (tegen de Spurs). In kantoorgebouwen en politiebureaus hebben ze een intercom, maar in voetbalstadions gebruiken ze een geluidsinstallatie.

DROEVIGE ERERONDE

Daar staat overigens genoeg moois tegenover. Prachtig is de beschrijving van de laatste wedstrijd van de welbespraakte spelbepaler van Arsenal Liam Brady, ""de dichter met de linkervoet', die na het eindsignaal eigenlijk geen afscheid van Highbury kon nemen en ""een langzame, droevige ereronde met de rest van het elftal maakte'. Brady, die van jongsaf voor Arsenal had gespeeld, had de sprong naar Italië gemaakt en zich van een toekomstig fortuin verzekerd, maar hij was een sentimentele Ierse jongen die net als de supporters aan de Londense club verslingerd was. Hoewel de transfer formeel geregeld was, hoopte ook Hornby dat zijn idool Brady (een van de weinige Arsenalspelers die de typering saai niet verdienden) op het laatste moment nog van gedachten zou veranderen. Maar de transfer ging door en berokkende de supporter Hornby een ondraaglijk leed waarvan slechts supporters de diepte kennen.

Het stadion dat het decor voor dit boek over "voetbalbeleving' vormt is in architectuurhistorische zin de interessantste voetbalburcht van Engeland. De twee grote tribunes aan weerszijden van het speelveld, de met art-deco-elementen versierde East en West Stand, dienden in 1935 het bestuur van het Rotterdamse Feyenoord tot voorbeeld bij het ontwerpen van een stadion met twee vrijdragende etages. Het veld had een plaats bij de zeven wereldwonderen verdiend, want het is een wonder dat er op gespeeld kan worden. Het is te klein, in plaats van egaal is de grasmat in het midden bol (in de vorm van een egelrug) en de tribunes staan te dicht op de zijlijnen, waardoor het ingooien voor spelers met een grote schoenmaat een probleem is en spelers die een duel bij een zijlijn uitvechten soms tussen de toeschouwers belanden.

De merkwaardige opstelling van de tribunes die de toeschouwers gemakkelijk in staat stellen de spelers aan te raken (om van spuwen niet te spreken), verzekert Highbury van een grote intimiteit. In zijn oorspronkelijke omvang (63.000 staan- en zitplaatsen) was die intimiteit groter dan bij de tegenwoordige capaciteit van 48.000 zitplaatsen, maar ook in het vernieuwde Highbury is Arsenal wel zo verstandig geweest de hekken weg te laten. De club heeft dat niet alleen gedaan in het belang van de sfeer en het comfort (belemmerd zicht), maar vooral in het belang van de veiligheid. De ramp bij de brand van het stadion Hillsborough, waarbij meer dan honderd toeschouwers die op het veld een veilig heen komen probeerden te zoeken en in het gedrang tegen de hekken werden doodgedrukt, is voor de Londense club een sinistere les geweest.

    • H.A. van Wijnen