All our lines are busy

De film Falling Down met Michael Douglas als gekwelde held heeft in de Verenigde Staten bijval en boosheid gewekt, in Duitsland zijn de intellectuelen elkaar aangevlogen, en bij ons heeft hij geen rimpel veroorzaakt. Merkwaardig omdat de kwesties die Douglas in dit verhaal bezig houden ook in Nederland bekend zijn.

Ik vat zijn vraagstuk samen. Hij werkte in de bewapeningsindustrie. De Koude Oorlog is afgelopen, het einde der geschiedenis aangebroken en voor hem valt er aan dit nieuwe tijdperk geen bijdrage meer te leveren. Hij is ontslagen maar nog altijd doet hij alsof hij naar zijn werk gaat. Zo komt hij op het spitsuur van een hete dag in een opstopping terecht, en dan wordt het hem plotseling te machtig. Hij stapt uit zijn auto en zegt tegen: ""I'm going home.''

Op zijn wandeling raakt hij verwikkelt in een reeks van moderne, laten we ze noemen posthistorische conflicten. Een immigrant met een kruidenierswinkel overvraagt hem; twee andere immigranten willen hem zijn koffertje afnemen, de chef van een restaurant weigert hem een ontbijt te verkopen omdat het een minuut over half twaalf is, een neonazistische macho probeert hem aan zijn mes ter rijgen, maar hij weet al die aanvallen te keren, zij het niet op de manier die de wet voorschrijft.

Intussen heeft de scenarioschrijver door dit posthistorisch verhaal een ander geweven waarin een op het punt van pensionering staande politieman de hoofdrol speelt. Die wordt nog altijd geleid door de historische normen zoals die in de Koude Oorlog de omgang bepaalden. De inspecteur drijft de werkloze in een hoek en deze sterft nadat hij met verbaasd gezicht gezegd heeft: ""So I'm the bad guy.''

Ik vond het jammer dat die twee verhalen door elkaar liepen. Het was beter geweest als Douglas ten onder was gegaan in een conflict van het soort waarmee de film begint. Maar de makers hebben natuurlijk één oog op de officieel geldende moraal moeten houden, en daarom was het aan de vertegenwoordiger daarvan, de politieman, voorbehouden het pleit te beslechten. Dat is niet consequent.

De voornaamste vraag in het debat was, of de film racistisch is. Zeker zullen racisten aan sommige scènes hun hart kunnen ophalen. Ook dat is jammer. Het verhaal was sterker geweest als de kruidenier en het klein geboefte blond haar en blauwe ogen hadden gehad en bijvoorbeeld in Connecticut waren geboren en getogen. Ik vind het zelfs dom van de scenarioschrijver dat hij een goed gegeven op zo'n manier heeft bedorven, en daarmee heeft toegestaan dat het zwaartepunt van het geheel werd verschoven.

Want het zwaartepunt - vind ik en ik blijf in zijn goede trouw geloven - is dit "posthistorisch' conflict. Ik zet dat woord tussen aanhalingstekens, ten eerste omdat het modieus is en ten tweede omdat dit soort conflicten niet pas vier jaar geleden is ontstaan. Maar afgezien van al deze overwegingen: Falling Down is heel wat interessanter dan Jurassic Park. Het "posthistorisch' conflict wordt veroorzaakt door de ongevraagde toenadering.

Er is op dit gebied één bron van verschrikking die de makers van Falling Down hebben overgeslagen - verbazingwekkend omdat het zo voor de hand ligt - en dat is de muziek. ""Gooi een atoombom op Hilversum'', heeft de dichter Max de Jong geschreven. Precies een jaar geleden heb ik die prachtige regel uit zijn lange gedicht Heet van de naald ook geciteerd. Hij deed zijn aanbeveling toen de Koude Oorlog nog niet eens was begonnen. Door die wereldworsteling heen is het steeds erger geworden en nu heb ik het gevoel dat in de posthistorische tijd de muziek zichzelf tot atoombom heeft ontwikkeld. Ieder jaar schrijf ik een aanvulling.

Na de lucht die we ademen is de muziek het verschijnsel dat ons het meest omringt. Strikt genomen heb ik me niet goed uitgedrukt. Men wordt omringd of men wordt niet omringd; meer of minder kan niet. Maar van lucht die ons omringt merken we niets al laat ze ons leven, en van de muziek merken we alles omdat die ons verstikt. Beter is het te zeggen dat de muziek ons omsingelt.

De laatste fase in deze belegering is dat de muziek is gepolitiseerd, niet zoals de koorzang van het Rode Leger of het Wir fahren gegen England maar individueel, door mensen in open auto's die met hun megawatt-luidsprekers ons, de betrekkelijke fluisteraars, laten weten dat ze ons aan hun laars lappen. Deze muziek - als je het zo kunt noemen - is een wapen in de burgeroorlog van het dagelijks leven die eigenlijk ook het onderwerp van Falling Down is. De diepste bedoeling van deze muziek is dat ze ons verplettert. Ook dat heb ik, geloof ik, al eens geschreven maar omdat ik me niet wil laten verpletteren doe ik het nog eens.

En dan, aan de andere kant van het spectrum der muziekmogelijkheden, staat die van de public relations, de muziek die ons onder de kin wil kriebelen om ons tevreden te stemmen terwijl we alle reden hebben om de veroorzakers wegens wanprestatie aan te klagen.

Een voorbeeld. We moeten een ""vlucht herbevestigen'', dat wil zeggen, de luchtvaartmaatschappij opbellen om te verzekeren dat we op de afgesproken tijd op het vliegveld, aan de balie en bij het doorlichtingsapparaat zullen verschijnen. Dat is de omgekeerde wereld. Eigenlijk zou de maatschappij ons moeten opbellen om te beloven dat haar vliegtuig op tijd vertrekt. Maar aan die onzin van de herbevestiging zijn we al zo gewend geraakt dat we gehoorzaam in een buitenlands telefoonboek het nummer opzoeken. Als we niet komen opdagen, door wat voor overmacht dan ook, wordt dit door de maatschappij ""no show'' genoemd, wat betekent dat we ons geld kwijt zijn.

We vinden het nummer en bellen. We horen een stem op een band die zegt: ""All our lines are busy'', en dan muziek, althans een soort notenstroop, afgeleid van de muziek die in dit buitenland gebruikelijk is. De lines blijven busy. Toevallig is het kantoor van de herbevestiging in Constantinopel, en wij staan in de telefooncel van een dorpje op de Anatolische hoogvlakte, omringd door pluimvee te luisteren naar een nummer van Katelbi gespeeld door een groot strijkorkest. Het apparaat verslindt de Turkse munten die we voor alle zekerheid hadden gespaard terwijl op het kantoor in Constantinopel de violisten voortstrijken. Dan komt het dilemma: ophangen en het later nog eens proberen met het risico dat een automatisch apparaat ons weer achteraan in de rij heeft gezet, of doorluisteren omdat er misschien nog maar één wachtende voor ons is. Het is sowieso va-banque. Welke keuze we ook maken, we moeten het dorp in voor meer klein geld.

Dit is de kern van een verhaal dat nu allerlei kanten op kan: komische, tragische, noodlottige. All our lines are busy, we blijven in ieder geval in gesprek tot u geen muntjes meer hebt. Dat is Michael Douglas in ieder geval bespaard gebleven. Het blijft een goed gegeven voor het geval het nog eens tot een remake komt. Weigert "herbevestiging'!

    • S. Montag