Willy van der Heide - vijftig jaar Bob Evers; Een leven zonder kneuterigheid

Op het omslag van zijn autobiografisch boek Toen ik een nieuw leven ging beginnen en andere waargebeurde verhalen uit de jaren vijftig (Loeb en van der Velden, 1979) staat Willy van der Heide afgebeeld als hoofdpersoon uit een ouderwets jongensboek: een beetje morsig, manchester broek en jopper, een zeemanspet boven een te grote snor en een knapzak over de schouder, turend in de onbestemde verte, waar de wilde avonturen nog voor het oprapen liggen.

Zo'n bereisde Roel hadden mijn ouders in de jaren vijftig als vage kennis, die onregelmatig en onverwacht "even langswipte' - in mijn herinnering altijd op koude donkere winteravonden. Mijn vader en moeder luisterden een beetje gegeneerd lachend naar zijn fantastische verhalen en namen hem niet erg serieus, maar ik hing aan zijn lippen als hij vertelde over vreemde belevenissen in verafgelegen exotische gebieden, voorgedragen met een stem als een misthoorn en doorspekt met Amerikaanse woorden. Hij had altijd dorst als een kameel, kon eten als een nijlpaard en rookte Engelse sigaretten die verpakt zaten in zilverpapier in een kartonnen schuifdoosje. Van dat zilverpapier boetseerde hij tijdens die verhalen elegante dierenfiguurtjes; zijn flamingo vond ik het mooist.

Als ik later op de avond - naar bed gestuurd - met rode oren van de spanning niet in slaap kon komen en me verkneukelde om wat ik de volgende morgen aan mijn vriendjes allemaal te vertellen had, flirtte hij nog wat met mijn moeder, probeerde geld van mijn vader te lenen en vertrok daarna, veel te laat voor mijn brave ouders. Op weg naar nieuwe belevenissen.

De kennis van mijn ouders verdween uit het zicht, maar ik ontdekte die andere fascinerende verteller: Willy van der Heide, auteur van de Bob Evers-serie, waarin drie gezworen vrienden allerlei internationale avonturen meemaakten, vochten met echte boeven, in Amerikaanse auto's en taxi's reden, met boten en vliegtuigen over de aardbol reisden en bijna altijd over geld beschikten. Net als veel leeftijdgenoten las ik liever één Bob Evers-avontuur dan tien van Arendsoog of Biggles of een van die weerzinwekkend brave nette oppassende do-gooders, die alleen maar het kwaad bestrijden en nooit eens ongegeneerd uit de band springen.

De avonturen van Bob Evers en zijn vrienden zijn voor het eerst in 1943 gepubliceerd in het weekblad Jeugd, vijftig jaar geleden. En deze week komt het veertigste boek uit met de belevenissen van Bob Evers en zijn vrienden Arie Roos en Jan Prins. De serie is na de dood van Willy van der Heide in 1985 voortgezet door de journalist en kinderboekenschrijver Peter de Zwaan. Hij voltooide de delen 33 en 36, die door een conflict van Van der Heide met de uitgever onafgemaakt waren, en ging daarna door met deel 37. Het verschijnen van het veertigste deel en het vijftigjarig jubileum zijn voor het Bob Evers Genootschap twee redenen om morgen een feestje te vieren bij uitgeverij Eekhoorn in Apeldoorn, met officiële sprekers en een ruil- en curiosamarkt.

Het Bob Evers Genootschap, ooit opgericht door onder anderen de auteur Geerten Meijsing (schrijver van onder meer De Grachtengordel, waarin Willy van der Heide alias Willem W. Waterman figureert) en de avontuurlijke uitgever Peter J. Muller (Hitweek, Candy en De Nieuwe) wordt levend gehouden door de "werkende' leden, de broers Ton (48) en Hans (40) Kleppe, liefhebbers en verzamelaars van alles wat met de serie en de schrijver te maken heeft. Van Pyjama's in Panama, Trammelant in Trinidad, Tumult in een Toeristenhotel, Heibel in Honolulu tot Dollarjacht in een D-trein, hun verzameling is langzamerhand compleet, inclusief de mooie oude boeken met stofomslagen, waarbij de nieuwste uitgaven schraal afsteken.

Ton Kleppe stuitte een aantal jaren geleden op de boekenmarkt op enkele oude exemplaren uit de Bob Evers-serie en was weer verkocht. “Nog steeds lees ik de verhalen en nog steeds ben ik onder de indruk van de actie en het avontuur, de onconventionele vertelstijl, de humor in de boeken en het aparte taalgebruik. Bovendien werd er in de boeken nooit gemoraliseerd. Later ontdek je dat de schrijver wel erg veel van stereotypen gebruik maakt, dat er in de wereld van Arie Roos, Jan Prins en Bob Evers geen meisjes bestonden en dat er soms werd gediscrimineerd. Dat neemt niet weg dat het vooral in de jaren vijftig en zestig bijzondere boeken waren. Maar de laatste tijd zijn mijn broer en ik steeds meer geboeid geraakt door het leven van de schrijver en daar proberen we nu alles van te verzamelen”, zegt Kleppe.

Het leven van Willy van der Heide, alias Willem W. Waterman, is volgens de gebroeders Kleppe zeker zo dramatisch, spannend en mysterieus als zijn jongensboeken, al is het heel wat minder onschuldig. Van der Heide heette in werkelijkheid W.H.M. van den Hout en werkte voor de oorlog in de reclame bij Philips en het bureau Sell More. Hij werd in januari 1941 enige maanden propagandaleider van Zwart Front, de fascistische beweging van Mussolini-vereerder Arnold Meijer, tot hij uit protest tegen de Duitse inval in de Sovjet-Unie opstapte. Onder zijn pseudoniem Willem W. Waterman schreef hij - sterk beïnvloed door de morele herbewapening - een boek over een militaire ijzervreter, De kruistocht van generaal Taillehaeck, en werd in 1942 gewaardeerd medewerker van het quasi-anti-Duitse satirische blad De Gil, uitgegeven door de afdeling Volksaufklärung und Propaganda van de Duitse bezettingsmacht.

Toen dit blad na Dolle Dinsdag (de term zou door Willem W. Waterman zijn uitgevonden) werd opgeheven en er een radioprogramma onder dezelfde naam ontstond, draaide hij zogenaamd verboden (Amerikaanse) jazz-platen afgewisseld met geraffineerde Duitse propaganda. Het in de grauwe oorlogsdagen populaire blad en de latere radio-uitzendingen brachten veel Nederlanders in verwarring. Na de oorlog zat hij drie jaar in voorarrest en werd daarna zonder proces vrijgelaten. Volgens de schrijver zelf omdat hij een belangrijke rol in het verzet heeft gespeeld, maar zoals zo vaak bij Willy van der Heide, alias Willem W. Waterman, alias Sylvia Sillevis of Victor Valstar, zijn hier fantasie en werkelijkheid door de schrijver tot een voorlopig onontwarbare kluwen ineengedraaid. De Raad van beroep voor de Perszuivering veroordeelde hem na de oorlog tot een verbod voor tien jaar om aan de nieuwsmedia mee te werken.

In 1948 verscheen het eerste boek in de Bob Evers-serie, Avonturen in de Stille Zuidzee. De serie werd enorm populair maar bekostigde nauwelijks de flamboyante levensstijl van Willem W. Waterman. Zijn vaak luidruchtige kroegbezoek, de practical jokes en de zorgvuldig gecultiveerde ruzies werden niet door iedereen op prijs gesteld. Zo typeerde de journalist Martin van Amerongen hem als "een burengerucht op alcoholbasis'. Tijdens een reeks conflicten met uitgevers schreef Waterman verhalen voor het seksblad Candy, waarbij hij trouw bleef aan zijn motto: “Hollandse kneuterigheid zit er bij mij niet in.”

De broers Kleppe, die elke zes maanden een Bob Evers Nieuwsbrief uitgeven, hebben zoveel mogelijk feiten en gegevens over de schrijver verzameld in een 350 pagina's tellend Bob Eversdocument, waarvoor zij graag een uitgever zouden vinden. Over het oorlogsverleden en de levensstijl van de schrijver willen zij geen oordeel geven. Ton Kleppe: “Als je vindt dat iemand goede jeugdboeken schrijft dan hoef je het nog niet met de figuur van de schrijver eens te zijn. Ik denk niet dat het leven van de avonturier ooit nog te reconstrueren is, maar we zijn toch wel erg benieuwd wat er nou precies in de verslagen staat van de Raad voor de perszuivering, die over een paar jaar in de openbaarheid komen.”