Westerse landen lijken druk wat te verminderen; Libiërs betogen tegen ultimatum

NEW YORK/ TRIPOLI, 1 OKT. Enkele uren voor het verlopen van een Westerse ultimatum hebben Libiërs gisteren in de stad Benghazi in aanwezigheid van hun leider kolonel Moammar Gaddafi gedemonstreerd tegen de Amerikaans-Brits-Franse eisen tot uitlevering van twee Libiërs in verband met de bomaanslag op een Amerikaans passagiersvliegtuig in 1988. Het Westen zelf heeft Libië kennelijk enige ruimte toegestaan om alsnog met de bijzonderheden over uitlevering van de twee mannen te komen.

Volgens het officiële persbureau JANA “zwoeren menigten met kracht (..) hun totale afwijzing van de politiek van waarschuwingen en dreigementen van de Westerse landen tegen de Grote Jamahiriya” (Libië). De demonstranten uitten hun steun voor Gaddafi en kondigden aan “de uitdaging van de krachten van blokkade te bevechten”.

Libische vertegenwoordigers hadden de afgelopen dagen laten weten uiteindelijk akkoord te gaan met berechting van de twee verdachten in Schotland, maar de uitlevering niet tijdig rond te krijgen. De laatste details zouden gisteren worden geregeld in een gesprek tussen de Libische minister van buitenlandse zaken Omar al-Muntasser en de secretaris-generaal van de VN, Boutros Boutros-Ghali, maar die ontmoeting ging niet door. Sindsdien hebben de Libiërs niets van zich laten horen.

De Amerikaanse minister van buitenlandse zaken, Warren Christopher, toonde gisteren weinig vertrouwen in medewerking van de Libiërs: “We zijn op dit gebied al eerder teleurgesteld”. De secrtaris-generaal van de Arabische Liga daarentegen, de Egyptenaar Esmat Abdel Meguid, zei te geloven dat het Libië ditmaal ernst is. “Ik denk niet dat Libië tijd rekt. Ik geloof dat dit een serieus aanbod is omdat ze zich nu van het probleem bewust zijn. Libië probeert een eind te maken aan deze zaak”, zei hij na gesprekken met Libische vertegenwoordigers. (Reuter)

Onze correspondent in New York voegt hieraan toe: Na het aflopen van het ultimatum aan Libië zijn de Amerikanen, Britten en Fransen in de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties begonnen te werken aan verscherping van de bestaande sancties tegen Libië. In april 1992 werd al een vliegverbod van en naar Libië ingesteld, plus een wapenembargo. Daaraan moet nu een verbod op de levering van apparatuur voor de export van olie worden toegevoegd, samen met de bevriezing van een deel van de Libische tegoeden in het buitenland.

De Westerse landen binnen de Veiligheidsraad stellen zich inmiddels minder hard op dan enkele dagen geleden. Weliswaar wordt een ontwerp-sanctieresolutie vanavond in de Veiligheidsraad ingediend, maar er wordt geen druk uitgeoefend tot onmiddellijk aanvaarding ervan. “We hebben geen tijdslimiet gesteld”, zei gisteravond de Franse ambassadeur Jean-Bernard Merimee.

Diplomaten wijzen er bovendien op dat de consultaties pas een begin zijn van een lange procedure. Na het verstrijken van een ultimatum komt de VN-machine meestal langzaam op gang, zo leert de ervaring. Daarbij wisselt vandaag, de eerste dag van de maand, de voorzitter van de Veiligheidsraad, wat met veel tijdrovende formaliteiten gepaard gaat.

De Britten verwachten het aantal van negen benodigde stemmen voor aanvaarding van de sanctie-resolutie te kunnen halen. “Misschien halen we er wel meer”, zei de Britse VN-afgevaardigde sir David Hannay desgevraagd. Vier van de permanente vijf leden van de Raad hebben steun toegezegd en China zal zich naar verwachting onthouden. Van de andere landen in de Veiligheidsraad zijn Spanje, Hongarije en Japan zeker te vinden voor verdere strafmaatregelen tegen Libië. Concessies van Libische kant in de komende dagen kunnen echter tot op het laatste moment van invloed zijn.