Wat kost dat?

Art & Value, Jaargang 1/1, september 1993. Prijs ƒ 18,75

De enige beroepshoofdredacteur van Nederland, hoofdredacteur dr. F.A. Hoogendijk, kan in zijn eerste "editorial' niet helemaal op eigen kracht de gezaghebbende argumenten verzamelen die hebben geleid tot het nieuwe kunsttijdschrift Art & Value. Uit het boek Pricing the Priceless: Arts, Artists, and Economics van William Gramp citeert hij de bestaansgrond van het luxueuze kwartaalblad bij elkaar: “Kunstwerken zijn activa. Zij leveren een rendement op voor mensen die kunstwerkem om zichzelf weten te waarderen. Dat rendement bestaat uit esthetische voldoening, bruikbaarheid of genot. Het esthetische rendement is een van de twee componenten van het totale rendement. Het andere is de prijsontwikkeling over een bepaalde periode.”

In de opvatting van Art & Value zijn kunstwerken niet alleen activa, maar ook "juwelen, horloges, klassieke auto's en andere collector's items'. Kortom een tijdschrift over kostbaarheden - zoveel mogelijk prijzen worden vermeld -, vandaar dat het eerste nummer werd aangeboden aan de president van De Nederlandsche Bank, dr. W. Duisenberg.

De toon die onder leiding van dr. F.A. Hoogendijk in dit kleurrijke album wordt aangeslagen, is informatief als het gaat om de uitgebreide berichtgeving over veilingen en antiekbeurzen en ongecompliceerd waar het de artikelen of interviews betreft. De hoofdredacteur is zelf, met een kunsthistorisch geschoolde assistente, dat wel, op de schilder Bram Bogart in zijn Belgisch kasteel afgestapt ("Dr. F.A. Hoogendijk interviewde hem') en geeft het goede voorbeeld van eenvoudig, helder taalgebruik. “Het is een ongelooflijke artistieke rijkdom die op ons afkomt. Wat een combinatie! De oude, plechtige zalen van dit prachtige kasteel, gevuld met de primaire kleuren van de werken van Bogart.”

Door alle bedragen die in Art & Value worden genoemd, ontwikkelt de lezer binnen de kortste keren zo'n razende nieuwsgierigheid naar wat alles kost, dat hij op dit punt van het blad volledige bevrediging verlangt. Wat is wel niet de prijs van dat kasteel? - vroeg deze lezer zich tenminste onmiddellijk af. En: verdient Bram Bogart dan zoveel dat hij zich deze "burcht' uit 1723 kan veroorloven? Gelukkig staat aan het slot van het vraaggesprek een prijslijst in Belgische franken en Nederlandse guldens van de werken van Bogart afgedrukt. Daaruit blijkt dat deze kunstenaar zijn werk eenvoudig aan de hand van de afmeting berekent. Een schilderij van 200 x 260 cm kost 381.500,- Bfr. Het formaat 135 x 135 cm komt op 109.000,- Bfr. en 40 x 45 cm moet 24.525,- Bfr. opbrengen. Als u, lezer, nu al bezig bent uit te rekenen wat een schilderij van één vierkante centimeter van Bram Bogart kost, dan behoort u ontegenzeggelijk tot de doelgroep die dr. F.A. Hoogendijk met zijn Art & Value voor ogen heeft.

Het magazine "over oude en moderne kunst, toegepaste kunst, collector's items en over de waarde van dit alles' kost ƒ 18,75. Dat is inclusief een ongekende foto (1953) van koningin Wilhelmina, schilderend op het dak van het Paleis op de Dam tussen de met guirlandes versierde schoorstenen van Jacob van Campen, en, achterin, een Kyoto-reportage van Cees Nooteboom met mooie foto's van Simone Sassen, in een zware, Japans-rode lijst. Onwillekeurig rijst de vraag, wat deze laatste bijdrage Art & Value waard moet zijn geweest.