Vrouw, os en ezel

In mijn jeugd droegen alle vrouwen - bij die gelegenheid zusters genaamd - een pastelkleurig wit, blauw of roze hoedje als zij ter kerke gingen. Zulks was namelijk dwingend door de apostel Paulus voorgeschreven in 1 Corinthiërs 11. “Iedere vrouw die bloothoofds bidt of profeteert, doet haar hoofd schande aan.”

Merkwaardig is dat voor de man juist het omgekeerde geldt: “Iedere man die bidt of profeteert met gedekten hoofde, doet zijn hoofd schande aan.” Dientengevolge gingen de zwarte gleufhoeden die de broeders ter kerke gedragen hadden onverbiddelijk af als zij Gods huis betraden. Volgens de apostel Paulus vloeit dit merkwaardige geslachtelijke onderscheid tussen bloot en bedekt hoofd voort uit het feit dat de man "het beeld is van de heerlijkheid Gods,' maar de vrouw "het beeld van de heerlijkheid van de man.' En hij voegt daar met verbazingwekkende, van elke biologie gespeende logica aan toe: “Want de man is niet uit de vrouw, maar de vrouw uit den man.” En voor wie nu nog niet overtuigd is, geeft hij het volgende argument: “De man is immers niet geschapen om de vrouw, maar de vrouw om den man. Daarom moet de vrouw een macht op het hoofd hebben, vanwege de engelen.” Even verderop zegt hij zelfs dat vrouwen lang haar horen te hebben, iets waar men in mijn jeugd de hand mee lichtte!

Paulus doet, ook in zijn andere brieven, regelmatig opmerkelijke uitspraken over vrouwen. In de brief aan de Epheziërs zegt hij dat vrouwen aan hun mannen onderdanig moeten zijn (Eph 5 vers 22), en hetzelfde herhaald hij in Colossenzen 3 vers 18. “De man,” aldus Paulus, “is het hoofd van zijn vrouw.” In de eerste brief aan Timótheüs geeft hij zelfs uitgebreide voorschriften. De passage is waard in zijn geheel aangehaald te worden. “Evenzo dat vrouwen zich sieren met waardige klederdracht, zedig en ingetogen, niet met haarvlechten en goud of paarlen en kostbare kleding, maar - zo immers betaamt het vrouwen, die voor haar klederdracht uitkomen - door goede werken. Een vrouw moet zich rustig, in alle onderdanigheid laten onderrichten, maar ik sta niet toe, dat een vrouw onderricht geeft of gezag over den man heeft; zij moet zich rustig houden.” En ook hier draagt de apostel een boeiend argument aan voor zijn gelijk: “Want eerst is Adam geformeerd, en daarna Eva. En Adam heeft zich niet laten verleiden, maar de vrouw is door de verleiding in overtreding gevallen: doch zij zal behouden worden, kinderen ter wereld brengende, indien zij blijft in geloof, liefde en heiliging, met ingetogenheid.”

Paulus zegt daarmee niets wat afwijkt van wat we verder in de bijbel aan uitspraken over vrouwen vinden. Jezus zegt: “Wie zijn vrouw wegzendt om een andere reden dan hoererij en een ander trouwt pleegt echtbreuk.” (Mattheüs 19 vers 9). Dat een vrouw haar man omwille van hoererij zou kunnen wegzenden, is iets wat geen ogenblik bij Jezus lijkt op te komen. De vrouw is wegzendbaar, de man uiteraard niet. Overigens heeft de Roomse kerk die tekst over de wegzendbaarheid van de vrouw kennelijk altijd over het hoofd gezien, want echtscheiding is volgens de papen ongeoorloofd. En daarbij beroepen ze zich op de bijbeltekst: “Hetgeen God samengevoegd heeft, scheide de mens niet.” (Mattheüs 19 vers 6). Even verderop blijkt dan echter dat hoererij van de vrouw wel degelijk een reden voor echtscheiding kan zijn. Of zouden ze in de Roomse kerk alleen het evangelie naar Marcus lezen? In Marcus 10 vers 11 en 12 vinden we diezelfde tekst over het wegzenden van de vrouw, maar zonder de toevoeging "om een andere reden dan hoererij'.

In feite blijkt al uit de tien geboden dat vrouwen tweederangsmensen zijn. Vrouwen vormen op zijn best een soort bezit. Het tiende gebod luidt: “Gij zult niet begeren uws naasten huis: gij zult niet begeren uws naasten vrouw, noch zijn dienstknecht, noch zijn dienstmaagd, noch zijn os, noch zijn ezel.” De vrouw wordt hier op één lijn gesteld met os en ezel; kleinvee dat voor je draaft, slooft en werkt. Wat een opmerkelijke veehoudersethiek!

Blijkbaar mag een vrouw wel "uws naasten man' begeren. Of zou de opsteller van de tien geboden er geen ogenblik aan gedacht hebben dat zulks mogelijk was? Zou hij vrouwen voor zo dom en afgestompt hebben gehouden dat hij het niet noodzakelijk vond om de onwettigheid van zulk begeren apart te vermelden?

Vrouwen mogen dan blijkbaar wel "uws naasten man' begeren, maar in andere opzichten werden ze toch, vooral als ze menstrueerden, aan de ketting gelegd van tienduizend krankzinnige voorschriften. Lees er de bijbelboeken Leviticus en Numeri maar eens op na. Met al die verbazingwekkende en menigmaal gruwelijke regels wordt zelfs in de ultra-orthodoxe kerkgemeenschappen moeiteloos de hand gelicht. Er is nu veel te doen over de SGP en de positie van de vrouw in die partij, maar zelfs de SGP'ers zijn verbluffend liberaal als je dat vergelijkt met wat in de bijbel over de vrouw te vinden is. Er zijn, óók in Staphorst en op Tholen, geen gevallen bekend van executie van paren die met elkaar naar bed gingen toen de vrouw ongesteld was. Toch zegt het woord des Heren in Leviticus 20 vers 18 dat zowel man als vrouw "uitgeroeid' dienen te worden als ze tot elkaar komen, terwijl de vrouw menstrueert. En in Deuteronomium 22 wordt onomwonden gesteld dat een meisje dat huwt en vervolgens geen maagd blijkt te zijn "voor de deur van het huis van haar vader' gestenigd dient te worden "zodat zij sterft'.

Er is, kortom, geen reden om de SGP hard aan te vallen. Ze zouden, op grond van de bijbel, op "uitroeiing', "doodslaan' en "steniging' kunnen aandringen. Zover gaan ze echter absoluut niet, ze ontzeggen vrouwen alleen maar de toegang tot het partijlidmaatschap, etc. Neem je de bijbel met zijn, wat de vrouw betreft, barbaarse en op steniging gerichte veehoudersethiek nog enigszins serieus dan is immers zelfs het SGP-standpunt verbazingwekkend verlicht te noemen. Aan os en ezel geef je toch ook geen stemrecht? Laat staan dat een os of een ezel voorzitter zou kunnen worden van zo'n partij als de SGP.

    • Maarten ’t Hart