Vrijdag 1; Baksteen

In Eindhoven is in de jaren dertig een stralend wit museum neergezet van beton, staal en glas. Het werd ontworpen door Jan Duiker en is een mooi voorbeeld van het Nieuwe Bouwen. Nu wil dit museum uitbreiden en heeft het de bekende architect Stefan Sarlemijn om een ontwerp gevraagd. Die wil drie uitkragende bakstenen verdiepingen bovenop het gebouw zetten en het museum omringen door eveneens bakstenen uitbouwen, zodat het oorspronkelijke museum voor een groot deel aan het oog wordt onttrokken.

Zodra de uitbreidingsplannen bekend zijn, is architectuurminnend Nederland te klein. In de kranten en de vakpers verschijnen artikelen, waarin de aantasting van Duikers museum wordt gehekeld en DOCOMOMO, de vereniging met de lange naam die zich inzet voor het behoud van de gebouwen van het Nieuwe Bouwen, probeert het gebouw alsnog op de monumentenlijst te krijgen. Het verweer van de architect Sarlemijn, bekend om zijn "gevoelige inpassingen van nieuwe gebouwen in oude stedelijke weefsels', dat hij het oorspronkelijke museum juist zoveel mogelijk intact heeft gelaten, mag niet baten. De donkere bakstenen dozen bovenop het witte museum staan al snel bekend als "de bruine monsters'. Volgens de tegenstanders zijn ze te grof, te overheersend en verdrukken ze Duikers oorspronkelijke gebouw. Protestavonden en handtekeningenacties tegen de uitbreiding van het museum laten dan ook niet lang op zich wachten.

Zo zou het zijn gegaan als het Van Abbemuseum in Eindhoven inderdaad een stralend wit gebouw van Jan Duiker was geweest. Maar dit is niet het geval: het uit 1935 daterende Van Abbemuseum is van donker baksteen en ontworpen door de A.J. Kropholler (1881-1973), een van de belangrijkste traditionalistische architecten in Nederland. En de uitbreiding in de vorm van overhangende dozen en een ombouw zijn van beton en glas en ontworpen door de Amsterdamse architect Abel Cahen.

Toen Cahens uitbreidingsplannen vorig jaar werden gepresenteerd, zweeg architectuurminnend Nederland in alle talen. Nergens was een begin van protest te horen. Het werd overgelaten aan de nazaten van Henri van Abbe, de directeur van de Eindhovense sigarenfabriek Karel I die in 1933 met een schenking het museum mogelijk maakte, om op te komen voor Krophollers karakteristieke gebouw. Onlangs richtten zij de stichting Behoud het Van Abbemuseum op die de nieuwbouw probeert tegen te houden.

Dat de familie Van Abbe moet opkomen voor Krophollers museum stemt treurig. Blijkbaar bestaat in Nederlandse architectuurkringen nog steeds weinig waardering voor traditionalistische architectuur. De architectuurgeschiedenis van de twintigste eeuw blijft in Nederland onveranderd die van de avant-garde.

    • Bernard Hulsman