Vriendelijke dronkemansbouwkunst; Charles Jencks over architectuur in Los Angeles

Charles Jencks: Heteropolis. Los Angeles. The riots and the strange beauty of hetero-architecture. Uitg. Academy Editions/Ernst & Sohn, 144 blz. Prijs ƒ 65,60

Welke indruk maakt de Disney Concert Hall in Los Angeles? Is dit nieuwe concertgebouw dat in 1995 zal zijn voltooid, een "galjoen met volle zeilen' of is het "deconstructivistisch afval'? Is het een "woonkamer in de stad', zoals Frank Gehry, de ontwerper ervan, zelf zegt, of is het de "behuizing van een dakloze, een natte kartonnen doos'? Wordt dit 125 miljoen kostende gebouw een "bloem die naar het licht neigt' of lijkt het op "de restanten na een tornado'?

De Disney Concert Hall is het allemaal tegelijk, antwoordt de Amerikaanse architectuurcriticus Charles Jencks, de belangrijkste woordvoerder van het postmodernisme in de architectuur, in zijn nieuwe boek Heteropolis. Los Angeles. The riots and the strange beauty of hetero-architecture. Het boek is een ambitieuze poging om de nieuwe architectuur in Los Angeles te presenteren als de bouwkunst van de toekomst. Hierbij beperkt Jencks zich niet tot gebouwen, maar probeert hij heel Los Angeles te doorgronden. Bijna de helft van Heteropolis is gewijd aan de sociaal-economische, politieke en niet te vergeten ecologische omstandigheden waaronder de architectuur van de toekomst tot stand is gekomen.

De Disney Concert Hall is het grootste en duurste voorbeeld van wat Jencks "hetero-architecture' noemt, de architectuur van Frank Gehry en andere architecten uit Los Angeles zoals Eric Owen Moss, Franklin Israel en het bureau Morphosis. Hetero-architectuur, de wat ongelukkige benaming die in Nederlandse oren de indruk wekt dat het om bouwkunst van heterofielen gaat, staat niet tegenover homo-architectuur, maar tegenover "mono-architectuur', gebouwen als die van Mies van der Rohe "die zijn gereduceerd, (-) geperfectioneerd en afgesloten van het leven en de verandering'. Jencks ziet genoeg overeenkomsten tussen het werk van Gehry, Moss, Franklin en Morphosis om van een L.A. School te spreken en hij heeft er, zoals gebruikelijk, meteen het belangrijkste gemeenschappelijke kenmerk van benoemd: "en-formality', een berekende informaliteit.

De stijl van de "en-formality' is het architectonische antwoord op de contrasten van Los Angeles en roept een tweeslachtige stemming op: "een mengeling van agressie en hedonisme, sadisme en terughoudendheid, functionalisme en onbruikbaarheid, zelfpromotie en terugtrekking'. Naast chique metalen gebruiken de architecten van de L.A. School goedkope materialen zoals golfplaat en zelfs rasterhekken en ze wisselen zorgvuldig vormgegeven details af met ruw, onafgewerkt hout en roestig staal. Of ze combineren verschillende geometrische vormen in één ruimte, zoals Eric Owen Moss, of hebben een voorkeur voor onregelmatige vormen, zoals Gehry met zijn dronkemansbouwkunst. Op het eerste gezicht zijn de gebouwen van de L.A. School-architecten "ruw en ascetisch', schrijft Jencks, maar eenmaal binnen is de sfeer "vriendelijk, open en aanvaardend.'

Massamigratie

Volgens Jencks zal hetero-architectuur niet beperkt blijven tot Los Angeles, maar ook opduiken in andere steden. Zeker nu sinds het wegvallen van het IJzeren Gordijn ook in Europa de massamigratie goed op gang is gekomen, is de toekomst van veel steden te zien in Los Angeles, de stad bij uitstek van de verschillen en de contrasten. Los Angeles bestaat uit 32 opgeslokte dorpjes, heeft 18 centra en 13 grote en tientallen kleine etnische minderheden die 68 talen spreken. Ondanks Hollywood wordt de economie niet overheerst door één sector en tegenover steenrijke buurten in de heuvels staan de stedelijke woesternijen in South Central.

Conflicten kunnen niet uitblijven in zo'n stad. De rellen die vorig jaar onstonden na de vrijspraak van de vier agenten die voor het oog van een amateurfilmer de zwarte automobilist Rodney King aftuigden, kwamen voor velen dan ook niet onverwacht, schrijft Jencks. De analyse van de rellen vormt de kern van Jencks' boek, maar helaas is dit het gedeelte van Heteropolis dat het meest tegenvalt. Weliswaar bewijst Jencks aan de hand van indrukwekkende kaarten dat de rellen ontstonden in een middenklasse-wijk waar de werkloosheid lager is dan in de badplaats Venice en niet in de armste gedeelten van Los Angeles, maar de conclusie dat de belangrijkste oorzaak ervan een "diep gevoel van frustratie onder de zwarte bevolking' was, is niet opzienbarend.

Dit laatste geldt ook voor de aanbevelingen die Jencks doet. Niet de smeltkroes moet het streven van Los Angeles en Amerika zijn, maar een mozaïek van culturen, vindt hij. Wil Los Angeles niet uit elkaar vallen en zich tot een nieuwe, nog nooit op deze aardbol geziene "heteropolis' ontwikkelen, dan moeten de bewoners de verschillen tussen al die bevolkingsgroepen leren waarderen. "Heterophiliate or die', zo laat Jencks' boek zich samenvatten. Om tot deze eenvoudige, maar moeilijk te verwezenlijken aanbeveling te komen, houdt Jencks betogen over de "politiek van het universalisme' die wordt uitgedaagd door de "politiek van het verschil'. De moderne liberale waarden waar Amerika traditioneel voor staat - de vrijheid van menigsuiting, geloof, de gelijkheid voor de wet, enz. - zijn abstract en universeel. Uitgangspunt van dit "moderne liberalisme' is de gelijkheid van alle mensen, maar nu eisen de steeds grotere etnische minderheden een "postmodern liberalisme' op: een recht op verschil, een eigen cultuur en een aandeel in de Amerikaanse samenleving. De conflicten die tussen beide soorten liberalismen kunnen ontstaan moeten volgens Jencks niet worden verdoezeld of verdrukt, maar juist erkend. Alleen dan kan er een dialoog ontstaan, die tenslotte tot "iets nieuws en opwindends' kan leiden.

Het zijn dit soort uiteenzettingen die van Heteropolis maar een half geslaagd boek maken. Het deel dat niet over architectuur gaat, heeft nog het meest weg van een warrig politiek tractaat waarin ten slotte ook nog de zorg om het milieu een plaats vindt zonder dat duidelijk wordt wat de gevolgen hiervan voor de architectuur zijn. Jencks heeft te veel gewild met zijn dunne boek. Te veel vragen en kwesties worden opgerakeld die elk afzonderlijk een hoofdstuk verdienen, maar nu worden afgedaan in een paar alinea's of nog minder. Maar het deel over de architectuur is, zoals we van Jencks mogen verwachten, scherpzinnig, erudiet en vol verrassende vergelijkingen.