VN-tribunaal oorlogsmisdaden begint moeizaam

NEW YORK, 1 OKT. Het tribunaal ter berechting van oorlogsmisdaden in Joegoslavië, dat op 17 november in Den Haag van start moet gaan, zal voorlopig nog wat pover en provisorisch uitgerust worden. De ondersecretaris-generaal voor juridische aangelegenheden van de Verenigde Naties in New York zei gisteren dat het met een gepaste bestaffing voor de rechters en de aanklager financieel zeer moeilijk ligt: de VN hebben geen geld.

Op “zo kort mogelijke termijn” komt er een missie van de VN uit New York naar Nederland om details te bespreken. De berechting van oorlogsmisdadigers uit ex-Joegoslavië zal jaren in beslag nemen; in New York wordt zelfs gesproken van minstens vijf jaar. Een twaalftal rechters is inmiddels aangewezen, een openbare aanklager echter nog niet, daar men het over elke voorgedragen kandidaat tot nu toe niet eens kon worden.

Minister Kooijmans, die gisterochtend geruime tijd op het VN-secretariaat heeft overlegd over het tribunaal, zei naderhand dat hij de VN-functionarissen geen echt verwijt had willen maken, maar dat er toch wel iets dient te gebeuren. “Van onze kant hebben wij in juli hier al een missie naar toe gestuurd om over de details te praten. Het is nu oktober en we weten in feite niets meer dan toen.” Bovendien zullen de rechters nog zes tot negen maanden nodig hebben om met de procesvoering te kunnen beginnen, vooropgesteld dat de openbare aanklager benoemd is en aan het werk kan.

Een handicap is bovendien dat de voorzitter van de Commissie voor het onderzoek naar oorlogsmisdaden in Joegoslavië, prof. mr. F. Kalshoven, juist nu zijn ontslag heeft ingediend bij VN-secretaris-generaal Boutros-Ghali. Deze commissie onderzoekt of men voldoende bewijzen kan verzamelen tegen mensen die zich aan oorlogsmisdaden hebben schuldig gemaakt. Zijn plaatsvervanger, de Noor Torkel Opsahl, overleed midden vorige maand. Boutros-Ghali moet opvolgers voor hen beiden zoeken.

Minister Kooijmans gelooft nog altijd in de waarde van het tribunaal, hoewel hij ook twijfels heeft over de mogelijkheid om oorlogsmisdadigers uit het gebied werkelijk in handen te krijgen als de betreffende landen hen weigeren uit te leveren. “Ik kan werkelijk niet voorspellen of het hele systeem werkt”, zei hij.

In de eerste fase zal het tribunaal de documenten verzamelen over begane oorlogsmisdaden en daaruit de dossiers sorteren die daadwerkelijk tot een dagvaarding zouden kunnen leiden. In een volgende fase moet het hof zelf beoordelen wie inderdaad berecht kan worden. In de laatste fase moeten verdachte personen en getuigen worden gehoord. In dat stadium heeft men ook cellen nodig in Den Haag met de daarbij behorende mensen voor bewaking en beveiliging. Op dit moment is nog niet duidelijk waaruit de kosten daarvoor moeten worden bestreden.

Een handicap voor het tribunaal is, dat men geen mensen bij verstek kan berechten. Vele bij het tribunaal betrokken deskundigen betreuren dat, omdat ze vrezen dat daardoor ongelijkheid ontstaat in behandeling van mensen die oorlogsmisdaden hebben begaan. Wie men niet te pakken krijgt, wordt niet gestraft.

Minister Kooijmans is hierover echter minder pessimistisch. Een land is verplicht verdachten voor het tribunaal uit te leveren. Als het dat niet doet, kan dat tot sancties door de VN leiden. Verder is de betrokkene dan als het ware levenslang tot zijn eigen land veroordeeld. Hij krijgt een soort feitelijk "landarrest', want zodra hij de grens overschrijdt loopt hij het risico te worden gepakt. “En dat levenslang, is een tamelijk grote belasting en in feite ook al een flinke straf”, aldus de Nederlandse minister.

    • Rob Meines