Vlaams ballet met spectaculair tilwerk

Gezelschap: Koninklijk Ballet van Vlaanderen. Programma: Ostacoli. Choreografie: John Wisman. Fatum. Choreografie en kostuums: Joseph Lazzini. Cutting Corners. Choreografie, decor en kostuums: Danny Rosseel. Firebird. Choroegrafie: Mauricio Wainrot. Vivaldi. Choreografie en kostuums: Paolo Bortoluzzi. Gezien: 29 sept, Maastricht. In Nederland te zien begin 1994.

Vlak voor een vijfweekse tournee door China en Japan presenteerde het Koninklijk Ballet van Vlaanderen zijn vorige week in première gegane voorstelling Vivaldi in Nederland.

De esthetiek van de klassieke ballettechniek staat bij dit gezelschap hoog in het vaandel en de uitstekend getrainde, uit alle windstreken komende dansers garanderen dat er qua lijnenspel en virtuositeit veel te genieten valt.De choreografieën die artistiek leider Robert Denvers kiest, hebben een hoog "mooiheids" gehalte en zijn door hun aanpak voor een breed publiek makkelijk toegankelijk. Vandaar dat het Vlaamse gezelschap in Nederland een goed afzetgebied heeft gevonden, want heel wat dansminnende Nederlanders hebben geen enkel bezwaar tegen het bewandelen van veel betreden paden. Integendeel. Het te lange Vivaldi-programma telt anders dan gesuggereerd wordt, slechts één werk waarvoor muziek van deze componist gebruikt wordt. Dat is de choreografie van Paolo Bortoluzzi, eens de opwindende sterdanser in het ballet van Maurice Béjart en sinds 1990 artistiek leider van het Ballet-Théatre de Bordeaux. Op Vivaldi's befaamde Le Quattro Stagioni (De vier jaargetijden) zette hij een speels, pittig ballet, leuk gecostumeerd - witte tricots met verticale zwarte strepen of kleine zwarte balletjes - met flitsend draai-, spring- en glijwerk, kleine bewegingsgrapjes en spectaculair tilwerk. Opgebouwd langs strikt symmetrische patronen heeft het geen andere pretentie dan plezierige, goed ogende dans op plezierige, goed klinkende muziek te zijn. Fraaie vormen en heftige, doch zeer gecontroleerde liefdesrelaties vormen de uitgangspunten voor het duet Fatum en het trio Cutting Corners van respectievelijk Joseph Lazzini en Danny Rosseel. Ook hier geen echt verrassende of intrigerende choreografische zaken. Wel degelijk vakwerk, goed tot uitstekend gedanst door mensen die zich duidelijk klassieke danser voelen en dat ook uitstralen.

De Argentijnse choreograaf Mauricio Wainrot creëerde voor de Vlaamse groep De Vuurvogel op een suite uit Strawinsky's gelijknamige compositie. De choreograaf volgt niet het daarbij behorende sprookje, maar laat de reis door het leven van een man zien, begeleid door een engel-vogel. Opnieuw mooie klassieke bewegingen met een voorzichtige vermenging met andersoortige bewegingsstijlen. Met enige verwachting keek ik uit naar de choreografie die de Nederlander John Wisman voor het gezelschap gemaakt heeft. Zijn bewegingstaal is immers absoluut niet puur klassiek en veel eigentijdser. Zijn Ostacoli (Obstakels), een werk voor 11 mannen, viel mij echter tegen. In onderdelen is het allemaal prima, goed bewegingsmateriaal, goed gedanst, goed belicht en aangekleed, maar als totaal zie je er te veel Kylian en van Manen in en te weinig Wisman. De constant gehanteerde canon-vorm doet bijna gemakzuchtig aan en maakt de compositie volstrekt voorspelbaar, terwijl de bedoelde dramatische geladenheid op één zelfde vlak blijft en dus aan spanning verliest. Jammer.

    • Ine Rietstap