Van der Lee derde na arbitrale blunder

HAMILTON, 1 OKT. Op de eerste dag van de wereldtitelstrijd was Monique van der Lee in de Canadese stad Hamilton het slachtofffer van volstrekte willekeur. Het onrecht was begrensd door de lijnen van de tatami, maar het persoonlijk drama was er nauwelijks minder om.

Van der Lee (19) was in Hamilton 's werelds beste judoka in het zwaargewicht. Een finaleplaats werd haar onthouden door arbitrale onkunde, waardoor zij niet verder kwam dan de derde plaats. De finaleplaats was voor de Japanse Noriko Anno. Verbeten moest de tweedejaars studente economie toezien hoe de matig getalenteerde Duitse Johanna Hagn door een foutje van Anno de wereldtitel greep.

“Wat een sufkees. Ik gunde het kampioenschap geen van beiden.” Peter Ooms was woedend geweest na het onrecht dat zijn pupil was aangedaan. “Dit gaat niet om een Zuidnederlands titeltje. Hier is twaalf jaar werk verricht, dan heb je toch recht op een deskundige beoordeling.” Van der Lee was alleen maar “leeg”, hernam zich en ging opnieuw de mat op om voor de tweede keer in haar loopbaan een bronzen WK-medaille te veroveren.

Minder dan het minuut voor het einde van de halve finale leek Van der Lee een beslissende voorsprong te verwerven. Een door de hoofdscheidsrechter toegekende yuko werd echter door de hoekarbiters weggewoven. Toen het na de zoemer op hantei (beslissing) aan kwam, waren de hoekscheidsrechters, die eerst mogen kiezen, het niet eens. De hoofdarbiter, die eerder zo resoluut Van der Lee een technisch voordeel had gegeven, wees echter de Japanse als winnares aan.

Van der Lee, die een stage met de nationale ploeg liet schieten om tentamens af te leggen, toonde grote vorm. Lichter dan de meeste van haar tegenstandsters is ze, en vooral sneller. De Italiaanse Burgatta, de Franse veterane Lupino en de Hongaarse Granicz waren zonder pardon terzijde geschoven. In de strijd om het brons was de Chinese Qiao evenmin partij.

Toch zal de Europese kampioene twee jaar moeten wachten, voordat zij de verdiende mondiale titel kan incasseren. Ooms rekent er op dat de loopbaan van judoka uit Rijen nog tot de eeuwwisseling (“twee Olympische Spelen”) duurt. De horizon van Van der Lee zelf reikt vooralsnog tot 1996.

Dat is ongeveer het jaar waarin Ben Sonnemans (21) de top moet halen. “Misschien lukt het wel binnen twee jaar.” Van de debuterende halfzwaargewicht was weinig verwacht. Drie weken geleden was de Haarlemmer nog reserve en trainingspartner van Theo Meijer. Door het plotseling afhaken van de Amersfoorter werd de sterke maar technisch ongepolijste Sonnemans ineens eerste man. “Ik kom net kijken. Een zevende plaats is dus lang niet gek.”

Sonnemans was verder gekomen als hij zich niet door de Duitser Meiling had laten verrassen. “Dat viel tegen, ik had hem als eens verslagen. Veel meer dan schoppen tegen het standbeen doet hij niet. Low kicks, dat is geen judo.” Voor een "bronzen' stijd kwam de vechtersbaas niet in aanmerking omdat tegen de Fransman Traineau (wereldkampioen in 1991) bleek dat hij de truukjes van het internationale métier nog niet beheerst. Traineau werd in Hamilton onttroond als wereldkampioen. In partijen tegen de Brit Sargent en de IJslander Fridriksson had Sonnemans zijn afvaardiging gerechtvaardigd.

Voor de derde Nederlandse judoka, Karin Kienhuis (22), was het spel na twee partijen uit. Het vroege vertrek naar Canada, waar ze al een week trainde, bracht de Groningse niet wat ze er van verwachtte. Gezien haar derde plaats bij de EK was de vlotte uitschakeling in de herkansing een tegenvaller. Kienhuis opende met verlies tegen de Chinese Leng en boog vervolgens voor de geblesseerde Belgische Werbrouck.