Tsjechië doet bedrijven in de uitverkoop

PRAAG, 1 OKT. Vanaf vandaag zijn ze er weer: de lange rijen voor de loketten van postkantoren in de Tsjechische republiek waar couponboekjes te koop zijn die recht geven op aandelen in te privatiseren staatsbedrijven.

Vandaag begint namelijk de tweede golf van de "couponprivatisering', het gedurfde plan om het gigantische, maar doodzieke staatsbezit van het vroegere communistische Tsjechoslowakije om te zetten in kapitalistisch gestructureerde bedrijven.

Sinds de eerste golf begon, vorig jaar mei, is er veel veranderd. In de eerste plaats bestaat de toenmalige Tsjechoslowaakse federatie niet meer: die werd per 1 januari 1993 opgeheven, nadat een derde van het Slowaakse electoraat onder leiding van de populistische nationalist Vladimr Meciar op niet mis te verstane wijze te kennen had gegeven dat het zijn eigen staat wilde opzetten, los van de Tsjechische bevoogding.

Dat betekent dat er bij deze tweede golf geen in Slowakije gelegen staatsbedrijven meer zijn. Ging het vorig jaar om de couponprivatisering van zo'n 1.500 bedrijven, dit keer zijn er 770. De totale geschatte waarde daarvan is 145 miljard kroon (ruim 9 miljard gulden). Elke Tsjech boven de 18 jaar kan weer een couponboekje kopen voor de symbolische prijs van 1.000 kronen (64 gulden), waardoor hij (klein)aandeelhouder kan worden in een bedrijf.

Vorig jaar zijn 8,5 miljoen mensen op die manier aandeelhouder geworden, bijna 6 miljoen Tsjechen en 2,5 miljoen Slowaken. Maar slechts een kwart van die investeerders waagde de gok om zijn prille portefeuille zelf te beheren: de meerderheid vertrouwde de duizend "investeringspunten' uit zijn couponboekje toe aan de meer dan vierhonderd investeringsfondsen die vorig jaar als paddestoelen uit de grond schoten. Overigens, zo heeft een studie van de Academie van Wetenschappen uitgewezen: individuele beleggers blijken uiteindelijk meer waar voor hun geld te hebben gehad dan de fondsen.

Niet al die fondsen gaat het even goed: zeker 46 zijn er al gefuseerd en bijna dagelijks zijn er advertenties in de krant te vinden waarin een fonds zich ter overname aanbiedt. Afgezien van de professionele handelsbanken, die met elkaar het grootste deel van de beleggers aantrokken, was vorig jaar Harvard Capital & Consulting het fonds dat het meest aan de weg timmerde.

Toen begin vorig jaar het plan voor massaprivatisering aanvankelijk nogal lauw ontvangen leek te worden, lanceerde de jonge directeur van dat fonds, Viktor Kozený, een omvangrijke media-campagne, waarin hij de Tsjechen die hun coupons aan HC&C toevertrouwden in een jaar tijd een tienvoudig rendement beloofde. In plaats van de 1000 kronen die ze hadden geïnvesteerd, zouden ze na een jaar 10.000 kronen terugkrijgen.

Door dat aanlokkelijke aanbod is de couponprivatisering eigenlijk pas een succes geworden: het aantal deelnemers aan het project was in elk geval het dubbele van wat was verwacht. Maar tegelijkertijd werden heel wat wenkbrauwen opgetrokken: hoe zou Kozený in staat zijn zijn klanten uit te betalen als die allemaal tegelijk hun tienvoudige inzet zouden komen opeisen? Met name Tomázek, de toenmalige minister van privatisering en huidig directeur van het fonds voor nationaal eigendom van de Tsjechische republiek, waarschuwde indertijd voor de gevaren van de beloften van HC&C.

Maar naar het zich nu laat aanzien heeft Kozený gelijk gekregen: in juni bleek het merendeel van de mensen die hun investeringspunten aan HC&C hadden gegeven te hebben besloten hun winst niet direct op te strijken. Niet meer dan 6 procent van Kozený's klanten wilde het papier omgezet hebben in bare munt.

Dat is ook zijn redding: anders dan de andere grote investeringsfondsen heeft HC&C geen grote bank achter zich staan. Eerder dit jaar waren er wel geruchten dat de Oostenrijkse bank Creditanstalt een deel van de aandelenportefeuille van HC&C voor 40 miljoen dollar wilde overnemen, maar tot dusver is Kozený niet op dergelijke avances ingegaan. Sterker nog, HC&C begon een nieuwe campagne om vers geld aan te trekken en adverteerde met het "dividend-investeringsfonds' en het "groei-investeringsfonds'. Voor elke 10.000 kronen die men in zo'n fonds investeert ontvangt men ogenblikkelijk waardepapieren met een netto waarde van 20.000 kronen.

Financiële experts schudden het hoofd over zoveel overmoed. Ze moeten wel toegeven dat de portefeuille van HC&C ijzersterk is (het fonds bezit bijvoorbeeld 20 procent van de Pilsner Urquell aandelen), maar, zoals een hooggeplaatste bankman zegt, “er zijn maar weinig mensen die inzage hebben gehad in de balans van HC&C.”

Gehoopt wordt overigens dat de Tsjechen bij de nu te beginnen tweede privatiseringsgolf iets minder enthousiast zullen zijn dan vorig jaar. Een zegsman van het centrum voor couponprivatisering gelooft dat als er minder en betere investeerders zijn, wat de waarde van de aandelen ten goede komt.

Tot eind november hebben de Tsjechen de tijd om te bepalen aan welke bedrijven ze hun investeringspunten willen besteden. Dinsdag en woensdag zijn de lijsten gepubliceerd van de 770 staatsbedrijven die geprivatiseerd moeten worden. Het soort bedrijven is ongeveer gelijk aan die van vorig jaar en ook de kwaliteit ervan is gelijk.

Terugziend op de resultaten van de eerste privatiseringsgolf - in totaal zijn er in Tsjechië 193 bedrijven (van de 1.500) overgegaan van staatseigendom naar aandeelhouders, de aandelen van de overige bedrijven berusten nog bij het fonds voor nationaal eigendom - gelooft een Westerse beleggingsexpert dat men er via het project in elk geval in is geslaagd een nieuwe eigendomsstructuur op poten te zetten. “Aan de Praagse beurs wordt in elk geval, zij het nog op zeer bescheiden schaal, gehandeld in aandelen. Er is een soort informatiemarkt ontstaan, waarop een herwaardering plaatsheeft van de geprivatiseerde bedrijven.”

Niet bekend