The Cotton Club: een roemruchte nachtclub in Harlem

The Cotton Club, Ned 3, 19.24-20.14u.

The Cotton Club was een begrip. En dan wordt niet het café aan de Amsterdamse Nieuwmarkt bedoeld maar het roemruchte établissement dat zich van 1922 tot 1936 op 644 Lenox Avenue in New York bevond. Een nachtclub in de zwarte wijk Harlem waarin een uitsluitend blanke clientèle zich vergaapte aan een cast die onlangs zijn "jungle-gevoel' wel acceptabel zwart moest zijn, d.w.z. "paperbag brown or lighter'. Duke Ellington en Cab Calloway maakten er hun naam, dankzij de dagelijkse radio-uitzendingen van CBS, anoniem gebleven meisjes verdienden er moeizaam hun brood; drie dansshows per avond, zeven dagen per week. En in 1984 maakte regisseur Francis Coppola zijn eigen Cotton Club, een spektakel vol glamour en geweld. Of de maker van de onderhavige documentaire, de Engelsman John Jeremy, door deze speelfilm overvallen werd, is niet duidelijk. Zeker is wel dat hij er knap van in de war is geraakt, zozeer dat je je soms afvraagt waar zijn Cotton Club nu eigenlijk over gaat: de club zelf, of over die speelfilm. Shots uit Coppola's film plus interviews met hoofdrolspeler Gregory Hines en Bob Wilber, de arrangeur van de filmmuziek, vullen minstens een kwart van de documentaire. Wat resteert zijn een interview met ex-Cotton Club zangeres Adelaide Hall en beelden uit antieke speelfilms met onder andere Duke Ellington, zangeres Lena Horne en tapdancer Bill (Bojangles) Robinson. De naam van "terug naar Afrika'-prediker Marcus Garvey en het begrip "Harlem Renaissance' maken in dit geheel een even verdwaalde indruk als de declamator die op gezette strofen van Langston Hughes en andere zwarte dichters voordraagt. John Jeremy's Cotton Club uit 1985 is een rommelig prentenboek dat het niet haalt bij zijn andere documentaires, zeker niet bij The long Night of Lady Day die vorig jaar nog door de NOS werd herhaald.

    • Frans van Leeuwen