Rijksmusea

In tegenstelling tot wat in de aanhef van het artikel "Borrelen tussen de oude meesters' van Kitty Kilian (CS, 3-9) over de aanstaande verzelfstandiging van zeventien rijksmusea wordt beweerd, was het Amsterdamse Scheepvaartmuseum eind jaren tachtig allerminst zieltogend.

Het kwam juist tot leven, kreeg een nieuw, andersoortig leven als rijksmuseum, met de intentie van een nationale status waartoe de daarin ondergebrachte collectie naar omvang en kwaliteit alle aanleiding gaf.

Deze collectie, eigendom van de Vereniging Nederlandsch Historisch Scheepvaartmuseum en door haar bijeengebracht, was tot in de jaren zeventig behuisd in een oorspronkelijk als tijdelijk bedoeld onderkomen aan de Cornelis Schuytstraat. De overgang naar 's Lands Zeemagazijn en de status van rijksmuseum gaf bitter weinig gelegenheid tot inslapen aan een van rijkswege opgelegde, maar voor de nieuwe rol veel te krappe formatie.

Als het publiek inderdaad nog slechts uit vijftigjarige bootjesliefhebbers bestond, dan is voor die naar interesse, leeftijd en dus vitaliteit beperkte categorie een bezoekersaantal van tachtigduizend per jaar op zijn minst opmerkelijk. Zij kwamen voor een toen nog pas luttele jaren oude opstelling die "verouderd' wordt genoemd. En ze komen daar nog altijd voor, want de opstelling staat er, bij alle andere vernieuwingen, in wezen nog altijd.

    • A.J. Eschauzier