"Polarisatie tussen grote twee levert slechts schade op'; Griekse splinterpartijen leveren slag om derde plaats

ATHENE, 1 OKT. De campagne voor de Griekse parlementsverkiezingen van 10 oktober gaat niet alleen om de eerste plaats - waar de socialistische PASOK onder Andreas Papandreou zowat zeker van is - maar ook om de derde. Vanouds was deze bestemd voor de communisten, die om de tien procent schommelden, maar dit front is sinds drie jaar opgesplitst. Nog steeds functioneert de aloude Communistische Partij van Griekenland, kompleet met hamer, sikkel en Lenin, maar daarvan afgescheiden opereert de Alliantie van Links en Vooruitgang, die niets van het - eens - "bestaande socialisme' wil weten. Twee vrouwen treden als leiders op: respectievelijk Aleka Paparyga en Maria Damanaki.

Beide groeperingen worden bedreigd door de landelijke kiesdrempel van drie procent, die inmiddels is ingesteld (voornamelijk om de zich "Turks' noemende moslim afgevaardigden uit het noordoosten buiten de deur te houden). De communisten, met hun sterke discipline, zullen daar wel boven kunnen blijven, maar de Alliantie, in feite een groep individualisten die het over weinig eens zijn, heeft reden te vrezen dat zij niet in het volgende parlement zal terugkeren. Inmiddels roepen beide formaties om het hardst dat ze daarin de derde plaats zullen bezetten.

Dat voorspelt ook voor zichzelf - en met meer kans van slagen - de gloednieuwe partij Politieke Lente onder Andonis Samarás, die zich deze zomer van de - nog regerende - Nieuwe Democratie heeft afgescheiden. Samarás, die het land doorploegt met zijn leus "Morgen kan niet wachten' en, zelf 42, overal de jeugd tracht te winnen, voorspelt dat het hem tot nu toe door de peilingen toegedachte percentage van zes de laatste tien dagen van de campagne nog minstens zal verdrievoudigen. Op die manier zou hij Papandreou de pas kunnen afsnijden en een “regelende” rol gaan spelen. De polarisatie tussen de twee grote partijen - die in wezen twee kanten van dezelfde munt zijn - heeft het land de laatste decennia alleen maar schade opgeleverd, zo betoogt hij.

Er is nog een vierde leider die zulke dingen roept, maar als je zijn naam noemt, schieten de meeste Grieken meteen in de lach. Het gaat om de 41-jarige Vasilis Levéndis - het vleiende Griekse woord voor "kerel'. Hij is al jaren voorman van de Unie van Centristen, opgezet als voortzetting van de Unie van het Centrum, die voor de staatsgreep van 1967 de grootste politieke groepering van het land was. Leider was toen de legendarische George Papandreou, vader van de tegenwoordige oppositieleider Andreas.

Levéndis, een ingenieur-vrijgezel, geldt als schertsfiguur, maar dan wel de als de bekendste en populairste van Griekenland. Hij heeft - met welke middelen is onbekend - een eigen televisiezender, waar hij al jaren elke nacht urenlang op vragen van het publiek reageert. “Dialoog met het volk”, noemt hij dit, nogal eufemistisch, want zodra iemand werkelijk een beetje tegen de Leider ingaat, wordt hem of haar de mond gesnoerd. “Sluit hem af”, snauwt Levéndis dan woedend, “deze figuur is van de PASOK (of van de Nieuwe Democratie), waarom gaat hij niet naar een van de andere stations die allemaal verkocht zijn?” En dan begint er een monoloog die vaak nog vijf minuten doorgaat.

Net als Samarás beschouwt hij deze twee partijen als “één pot nat”, ze houden elkaar in stand en ze staan allebei onder leiding van een grijsaard van tachtig (in werkelijkheid 74), die zich al langzaam moeten voorbereiden op het graf.

Als Levéndis aan de macht komt, komt er een maximum leeftijdsgrens, niet alleen voor politici, maar ook bij voorbeeld voor toneelspelers. Zelf zal hij, niet als premier, maar als regelende factor, slechts enkele jaren in het parlement blijven om orde op zaken te stellen en Griekenlands prestige ook naar buiten toe te herstellen, onder andere door “het orthodoxe Rusland” in een bondgenootschap te betrekken.

Elke openbare figuur zal verantwoording moeten afleggen hoeveel geld hij heeft en waar hij het vandaag heeft. In de bedrijven zullen de werknemers automatisch 40 procent van de winst opstrijken “als die er is”; dat zal stimulerend werken. En in elke provincie moet een universiteit komen.

Zo heeft Levéndis nog een groot aantal stokpaarden, die hij onvermoeibaar uitbazuint en toelicht. Retorisch begaafd is hij ontegenzeggelijk. Hij begint doorgaans zacht en kalm, maar binnen enkele minuten is dit overgegaan in een hees gebrul en de bleke schim op het scherm - het beeld houdt meestal niet over - heeft een van woede vertrokken gezicht gekregen. Als een volgende opbelster hem vraagt, het wat kalmer aan te doen “want we willen u niet verliezen”, valt hij weer terug op zijn rustige uitgangspunt.

Vaak wordt hij door opbellers voor de gek gehouden, maar daar heeft hij wat op gevonden. Iedereen moet van tevoren zijn onderwerp opgeven, en wordt dan teruggebeld. Van wie nog nu grappen uithaalt wordt het telefoonnummer afgeroepen en hij wordt “aan de verachting van het publiek prijsgegeven”.

Levéndis heet in de pers “schilderachtig”, maar dat is eigenlijk een veel te vriendelijke aanduidig. Als hij aan de macht is, zo kan men hem om drie uur in de nacht horen roepen, zal hij er “met alle wettelijke middelen” voor zorgen dat er een eind komt aan de subversieve en “vuile” activiteiten van Jehova's getuigen, vrijmetselaars en joden. Wat de homoseksuelen betreft, “die komen er bij mij niet in, laten die maar naar Papandreou en Mitsotakis lopen, of beter nog, naar een dokter”.

De partij heet naar het oude Centrum, maar in wezen is zij geheid fascistisch, ook al richt de leider zich, vreemd genoeg, woedend tegen de kolonelsjunta die in 1967 de oude George Papandreou heeft uitgeschakeld. Dit is nog niet doorgedrongen tot het grote publiek, dat wel aardigheid heeft in zijn jarenlang ijveren. Anderhalf jaar geleden was hier, in een groot Atheens district, een tussentijdse verkiezing voor één vacant geraakte parlementszetel, waarbij de Nieuwe Democratie zich om tactische redenen onthield. Omdat er in Griekenland stemplicht is, stemden tienduizenden ND'ers dan maar “voor de grap” op Levéndis, die 22 procent van het totaal kreeg. Dit heeft hem pas recht moed gegeven, en voor 10 oktober verwacht hij dan ook 25 procent.

In opiniepeilingen wordt Levéndis meestal niet eens genoemd, maar de laatst gepubliceerde gaf met één procent in het gebied van Athene en Piraeus (3,5 procent van de jongeren). Wie veel met taxichauffeurs converseert, krijgt de indruk dat dit assortiment “onluststemmen” wel wat groter kan uitvallen, al zal Samarás - wiens lachspiegel hij in feite is - hem veel aanhang afhandig maken.

    • Frans van Hasselt