Labour moderniseert

HET SLECHTE NIEUWS uit het Verenigd Koninkrijk is dat de verguizing van premier Major binnen zijn eigen partij geen einde neemt, het goede nieuws dat Labour met succes aan haar modernisering is begonnen.

Op het jaarlijkse partijcongres deze week heeft de hoofdmacht van de vakbonden het onderspit moeten delven. Weliswaar met een kleine meerderheid, maar de weg terug in de ideologische woestijn is afgesloten. Aan de verlammende greep van de bonden op de parlementaire partij is een einde gemaakt. Zoals het een democratische partij betaamt, maken de individuele leden er voortaan de dienst uit. Dat veel van die leden ook vakbondslid zijn, ligt in de natuur der dingen.

Drie oorzaken liggen aan de geslaagde omwenteling ten grondslag. In John Smith heeft Labour een leider gevonden die de daad bij het woord voegt. Bovendien weet Smith zich omringd door een veelbelovende jonge generatie van pragmatische politici die ervan overtuigd is dat de noodzaak van verandering niet ophoudt bij de eigen partij. De herhaalde afwijzing van de socialisten door de kiezer heeft de vernieuwers aan bod gebracht en verder succes is niet uitgesloten. De oude antagonismen hebben hun tijd gehad, iets dat tot het patronaat en de Tories nog onvoldoende is doorgedrongen VANAF HET continent bezien kan de betekenis van de vernieuwing waartoe Labour nu heeft besloten nauwelijks worden overschat. Voor de in onderlinge twisten verstrengeld geraakte Conservatieven dient zich op termijn een alternatief aan. Elf EG-partners hebben bijna twee jaar geleden in Maastricht de Britten hun extravaganties gegund. De tweeduidigheid die daarvan het gevolg was, heeft geleid tot een nieuwe impasse in de eenwording. Voor een herkansing voor Europa is de Britse plaatsbepaling beslissend. Labour kan nog iets groots verrichten.