Incident belicht gaten in akkoord van Israel en PLO

JERUZALEM, 1 OKT. In de hoofdstraten van Oost-Jeruzalem heerste gisteren een onaangename stemming, ook al liepen Palestijnse jongens er trots met grote Palestijnse vlaggen. Voor het eerst sinds het akkoord tussen Israel en de PLO had Yasser Arafats guerrillabeweging Al-Fatah tot een algemene staking opgeroepen, uit protest tegen de schending van de "wapenstilstand' door het Israelische leger. Alle winkels waren dicht, net zoals in de hoogtijdagen van de intifadah.

Het Israelische leger zet zijn meedogenloze jacht op Palestijnse terroristen in de bezette gebieden gewoon voort. Hoogtepunt was deze week de arrestatie van de 35-jarige Ahmed Awad Ikmail, een van de geduchtste leiders van de "Zwarte Panter'-groep van Al-Fatah op de Westelijke Jordaanoever. Jarenlang hadden speciale eenheden van het bezettingsleger naar hem gezocht. Niet alleen is hij hij (volgens radio Israel) verantwoordelijk voor de dood van vijf Israeliërs, maar ook voor die van 22 Palestijnen, collaborateurs veelal.

“Waarom moesten de Israeliërs zo nodig deze man nog oppakken? Yasser Arafat heeft persoonlijk de Zwarte Panters en andere strijdgroepen opgedragen de strijd te staken”, vroegen woedende Palestijnse leiders zich gisteren in Oost-Jeruzalem af. Had premier Rabin deze week soms niet gezegd dat Al-Fatah zijn acties tegen Israel had gestaakt? De arrestatie, en alles wat eraan vooraf ging en erna kwam, is in strijd met een door Israel gemaakte mondelinge afspraak met de PLO, zo was de teneur van een persconferentie die zij in allerhaast in Jeruzalem belegden.

Ahmed Tibi, een Israelische Arabier met goede contacten met zowel de Israeliërs als de PLO, bracht Arafat telefonisch op de hoogte van dit incident, dat koren op de molen van de Palestijnse oppositie is. Korte tijd later rinkelde de telefoon bij minister van buitenlandse zaken Shimon Peres in New York. Volgens radio Israel kwam een woedende Arafat aan de lijn. Het is duidelijk dat dergelijke incidenten zijn prestige ondergraven.

De Israeliërs overigens zeggen niets van een geheim akkoord met de PLO te weten. Zij vinden het de normaalste zaak van de wereld dat de jacht op moordenaars van Israelische soldaten wordt voortgezet zolang het leger niet niet uit het gebied van de Palestijnse autonomie is teruggetrokken. De Israelische televisie was daar gisteravond uitgesproken eerlijk over. “Het opsporen van gezochte Palestijnen gaat gewoon door, autonomie of niet.”

Het incident illustreert in ieder geval de duizenden gaten die er nog zitten in het akkoord tussen Israel en de PLO over Palestijnse autonomie in bezet gebied, zeker op veiligheidsgebied. Alles zweeft nog, niets is duidelijk en premier Rabin kon het gisteren in een vraaggesprek met het blad Davar niet nalaten voor de eerste maal te laten doorschemeren dat er misschien van het oorspronkelijke strakke tijdschema voor het opzetten van de autonomie, te beginnen in Gaza en Jericho, moet worden afgeweken.

Pag.7: Israel heeft akkoord nog niet verwerkt

De Palestijnen voelen daar niets voor. Zij lieten gisteren geruchten circuleren dat Arafat op 12 januari 1994 zijn glorieuze intocht zal maken in de eerste “bevrijde delen van Palestina”.

Sommige uitspraken van Israelische politieke en militaire leiders duiden erop dat de psychologische diepte van de politieke doorbraak met de PLO nog niet goed of helemaal niet is verwerkt. Zij hebben er de grootste moeite mee de Palestijnen binnenkort als gelijkwaardige gesprekspartners aan de tafel te ontmoeten. Zij spreken voor een Israelisch gehoor nog op de toon van heersers over hun eisen, zonder begrip op te brengen voor de Palestijnse noden en standpunten. Wat op 13 oktober als dialoog met de Palestijnen, hoogstwaarschijnlijk op Egyptisch grondgebied, moet beginnen is nu nog de monoloog van een bezetter die zich nog niet voldoende rekenschap geeft van de veranderende situatie.

Dat meer dan twintig leger-commissies zich koortsachtig bezighouden met het uitwerken van een nieuwe veiligheidsstructuur en methoden van beveiliging van de 120.000 joodse kolonisten in bezet gebied is een aanwijzing dat het leger door het akkoord volledig is verrast. Opperbevelhebber generaal Ehud Barak is daar zuur genoeg over geweest. Dat aan Palestijnse zijde eveneens hard wordt gewerkt om met bruikbare dossiers aan de conferentietafel te verschijnen, wordt daarentegen in Israel op rekening van Palestijnse incompetentie geschreven. Welke Palestijnen zullen onderhandelen? Wie komt er uit Tunis? Zullen de Palestijnen in staat zijn de kapitalen die naar bezet gebied zullen stromen, te beheersen? Hebben ze daar wel een infrastructuur en goede mensen voor? Zijn ze in staat op tijd een politiemacht op de been te brengen? Dergelijke vragen, of de bestuurscapaciteiten van terroristen die plotseling fatsoenlijke mensen moeten worden, wel toereikend zijn, klinken hier op tal van niveaus door.

De Israelische overbezorgdheid over of de Palestijnen de autonomie wel "aankunnen' is de uitdrukking van een heel moeilijk aanpassingsproces aan een nieuwe politieke situatie. Niemand hoeft zich daarover echt te verbazen want de handdruk tussen Rabin en Arafat in Washington lag deze zomer nog ver buiten het bevattingsvermogen.

De Palestijnen moeten zich wat betreft de Israeliërs maar helemaal geen illusies maken dat uit de Palestijnse bestuursautonomie ooit een Palestijnse staat zal verrijzen, zoals Yasser Arafat blijft roepen. “In drie jaar”, zei hij enige dagen geleden. Na het officieel nog tegengesproken onderhoud met koning Hussein van zondag in Aqaba klinkt Rabin op dit punt extra hard. In het vraaggesprek met Davar wilde hij gisteren niet eens over een mogelijke Jordaans-Palestijnse confederatie spreken, omdat dit het naast elkaar bestaan van twee staten zou betekenen. “(Palestijnse) entititeit”, noemde Rabin het en (Oost)-Jeruzalem kunnen de Palestijnen natuurlijk wel vergeten.

Het is vanzelfsprekend dat beide partijen aan de vooravond van het overleg hoog van de toren blazen voordat er concessies worden gedaan. De kwestie-Jeruzalem en de uiteindelijke status van de bezette gebieden komen de eerste drie jaar nog niet aan de orde. Voorlopig gaat het, zoals Israel het ziet, over het opzetten van een proefautonomie in de Gazastrook en Jericho. De Gazastrook als zodanig is geografisch duidelijk gemarkeerd. Daarover bestaan tussen Israel en de PLO geen moeilijkheden; de problemen die er wel zijn raken de aanwezigheid van de ruim 4.000 joodse kolonisten in dat gebied, met name wat hun bewegingsvrijheid aangaat. Met Jericho ligt dat anders. Rabin spreekt over “tjoeptchik Jericho” een piepklein stukje. De Palestijnen hebben daarover andere gedachten: zij zien in hun verbeelding de "Jericho autonomie' zich al uitstrekken tot nabij Ma'ale Adomiem (een joodse stad bij Jeruzalem in bezet gebied) en over een groot deel van de Jordaanvallei.

Over het definiëren van de geografie van de autonomie in Jericho zullen beslist harde woorden vallen. Omdat het autonomie-akkoord veel scherper op de economische problematiek dan op de veiligheidsproblemen is gericht, zal de beginfase van het overleg ongetwijfeld op Israelisch aandringen in de eerste plaats daardoor worden overheerst. Het komt erop neer dat de vijanden van gisteren formules voor samenwerking zullen moeten uitwerken, omdat Israeliërs en Palestijnen in de autonomie kris kras door elkaar wonen. De Mossad en de Palestijnse veiligheidsdienst buigen zich al enige tijd achter de schermen over deze problemen, inclusief samenwerking tegen de moslim-fundamentalistische organisatie Hamas.

De erfenis van de Likud-politiek - het stichten van joodse nederzettingen in het hart van de Palestijnse bevolkingscentra - schept grote problemen bij het opzetten van een gezamenlijke Israelisch-Palestijnse veiligheidsstructuur. En zelfs als op papier, aan de conferentietafel, oplossingen worden gevonden, zal de uitvoering daarvan zeer problematisch zijn. Niet voor niets suggereerde minister Chaim Ramon deze week dat het beter zou zijn als deze nederzettingen van de kaart zouden verdwijnen.

De economische problematiek is hiermee vergeleken kinderspel. Het is het grondprincipe dat de internationale gemeenschap de miljarden dollars bijeen moet brengen om de Palestijnse bestuursautonomie levensvatbaarheid in te blazen. Nogal strijdlustig zegt Rabin keer op keer dat de Europese en Arabische landen die jaren achter elkaar hebben beweerd dat het Palestijnse vraagstuk het hart van het Israelisch-Arabische geschil is nu maar eens over de brug moeten komen. Palestijnse welvaart, te beginnen natuurlijk met stijging van de lage Palestijnse levensstandaard, is de sleutel tot succes van de onderneming die Rabin en Arafat in Washington zijn begonnen.

Veiligheid is, zoals de Israeliërs het zien en de Palestijnen onderschrijven, de keerzijde van welvaart. Daarom wemelt het van berichten over economische plannen, over gigantische internationale financiële injecties in de Palestijnse economie uit Japan, de EG en elders. De cijfers zijn fraai - honderden miljoenen dollars zijn toegezegd - maar het geld moet natuurlijk wel eerst in een tijd van economische neergang, zelfs in Japan nu, op tafel komen. Voordat het geld er is, is er tijd genoeg om het akkoord tussen Israel en de PLO met vertrouwenwekkende maatregelen aan te kleden. Er is sprake van dat Israel binnenkort wellicht meer dan tienduizend Palestijnse gevangenen zal vrijlaten als uitvloeisel van een de eventuele ontmanteling van vier gevangenissen in bezet gebied waar ze worden vastgehouden. Dat feest kunnen de Palestijnen waarschijnlijk vieren nog voordat Arafat wordt binnengehaald.

    • Salomon Bouman