Houtkoning beroert beurs Jakarta

JAKARTA, 1 OKT. De beurs van Jakarta was twee weken geleden ongewoon roerig. Beleggers stonden in de rij om een aandeel te bemachtigen in PT Barito Pacific Timber (BPT), de grootste multiplexfabrikant ter wereld. BPT deed 85 miljoen aandelen in de verkoop en gezien de stijgende houtprijzen wilde menigeen delen in de winst. De Indonesische tycoon Prajogo Pangestu, die een meerderheid van de aandelen van BPT bezit, mobiliseert zowel zijn politieke connecties als de beleggerswereld om aan fondsen te komen en de internationale milieubeweging van het lijf te houden. Prajogo's bedrijf beschikt over vergunningen voor houtkap in een gebied ter grootte van Zwitserland en wordt ervan beschuldigd het Indonesische regenwoud te verwoesten.

Dit voorjaar kocht PT Taspen, het Indonesische pensioenfonds van overheidspersoneel, 18 procent van de BPT-aandelen en dat hielp de weg effenen naar de beurzen van Jakarta en Soerabaja, waar het bedrijf met ingang van vandaag is genoteerd. Terwijl op deze manier slechts 30 procent van BPT in vreemde handen komt, gaan vier miljoen Indonesische ambtenaren en een onbekend aantal beleggers in binnen- en buitenland delen in het wel en wee van Prajogo's houtimperium. Mocht BPT de officiële kapregels ontduiken, dan zal het extra hoofdbrekens kosten om zijn vergunningen in te trekken.

De deelneming van Taspen ontketende een politieke rel. De aandelen BPT vormden maar liefst een derde van Taspens beleggingsportefeuille en het bedrag per aandeel bedroeg nog niet de helft van de prijs die later bij de openbare inschrijving werd berekend. In het parlement en in de media leidde de transactie tot kritische vragen. Waarom kocht Taspen buiten de beurs om, slechts enkele maanden voor de aandelenemissie van BPT? Had het fonds stilletjes de garantie gekregen dat het straks een mooie winst zou behalen? Wilde het bedrijf goeie sier maken met deze kapitaalinjectie voordat het naar de beurs ging?

Bapepam, het garantiesyndicaat voor de beurs, ging niet meteen akkoord met de aandelenemissie. Het gerucht ging dat Prajogo problemen had met de afbetaling van zijn leningen bij een aantal staatsbanken. In juli belegde Prajogo een openbare bijeenkomst in het Grand Hyatt, het meest luxueuze hotel van Jakarta, waar hij BPT voorstelde aan het publiek. Daar toonde hij de verklaring van drie staatsbanken dat de aflossing van BPT-schulden vlot verliep.

Maar de weerstand bleef. Parlementsleden protesteerden toen het verhaal de ronde deed dat Prajogo zijn bosconcessies en houtplantages als activa had opgevoerd op de balans. “Onze bossen zijn eigendom van de staat”, aldus de volksvertegenwoordigers, “en de houtplantages zijn een initiatief van de regering en de overheid heeft er een meerderheidsbelang in.” Prajogo ontkende “dat hij het vaderland te koop aanbood”. Hij zou alleen de in het verleden gemaakte kosten voor ontginning en de investeringen in vast kapitaal - wegen, bruggen en barakken voor bosarbeiders - op de balans hebben gezet. Ook die mededeling deed wenkbrauwen fronsen. Een houtondernemer: “Uitgaven gedaan voor een inmiddels leeggehaald bos zijn geen kapitaal; dat geld is domweg op.” Hoe het ook zij, na een accountantsonderzoek gaf Bapepam in augustus toestemming aan BPT voor de grootste aandelenemissie uit de historie van Jakarta's effectenbeurs.

Intussen moest Prajogo het hoofd bieden aan milieu-organisaties uit verschillende landen die BPT's wervingscampagne richting buitenlandse beleggers aangrepen voor een tegenactie. Medio augustus schreven zij 275 beleggers in de VS, Europa en Japan aan om geen aandelen BPT te kopen wegens de schade die het bedrijf zou aanrichten aan het Indonesische regenwoud. Volgens Greenpeace zou BPT's kapvolume duurzaam bosbeheer onmogelijk maken.

Prajogo blijft laconiek onder deze kritiek: “Zij verspreiden negatieve geruchten zonder bewijzen. Niet alles wat wij doen is goed, maar wij accepteren alleen gefundeerde kritiek. BPT houdt zich aan de Indonesische kapregels; er worden alleen bomen weggehaald waarvan de diameter groter is dan zestig centimeter. Waarom zouden we onze grondstof niet goed beheren? BPT heeft ter ontlasting van het natuurbos al 160.000 hectare houtplantages aangelegd en op die manier kritieke gronden voor erosie behoed.”

Maar ook Prajogo's verweer laat zich moeilijk verifiëren. Zijn kapconcessies beslaan liefst 5,1 miljoen hectare, grotendeels in de ontoegankelijke binnenlanden van Kalimantan (Borneo). Volgens een rapport van een staatsbosbedrijf in de provincie Oost-Kalimantan wordt slechts dertig procent van de ginds gevelde boomstammen bij de autoriteiten opgegeven.

"Houtkoning' Prajogo Pangestu gaat in Indonesië door voor de kwajongen onder de magnaten. Hij is een relatieve nieuwkomer, die snel is doorgestoten naar de top. Prajogo werd in 1942 geboren als Phang Djun Phen op West-Kalimantan, in een familie van kleine Chinese ondernemers. Phang bekeek het bos al jong als een bron van inkomsten. In 1969 trad hij in dienst bij Bong Sun On, een rijke Chinees uit Serawak die naar West-Kalimantan kwam toen de clandestiene houthandel op het eiland schrikbarende vormen aannam. Zoals zoveel bedrijven in de bos-business, plukte Bongs onderneming de dollars uit de bomen. De houtkap vond nog niet plaats op grond van concessies en kapregels. Bong heet intussen Burhan Uray - Chinese ondernemers doen er verstandig aan Indonesische namen aan te nemen - en staat aan het hoofd van de Djajanti Groep, die concessies heeft in heel oostelijk Indonesië.

Phang heette intussen Prajogo Pangestu toen Burhan hem in 1975 aanstelde tot general manager van zijn multiplexfabriek in Soerabaja. Een jaar later achtte Prajogo de tijd gekomen om zich los te maken van zijn baas en kocht de CV Pacific Lumber Cy, een houtkapbedrijf met een concessie van 40.000 ha in Centraal-Kalimantan. Hij veranderde de naam in PT Barito Pacific Lumber Cy.

Prajogo's succes-story begon in 1980 toen de regering besloot de export van ruw hout te verbieden. Op dat moment konden de multiplexfabrieken van Indonesië, ondanks de nabijheid van rijke hulpbronnen, niet concurreren met die van Taiwan, Korea en Japan. Dank zij het verbod neemt de Indonesische multiplexindustrie nu zeventig procent van de wereldproduktie voor zijn rekening en is bewerkt hout met aardolie en textiel de prima donna van de Indonesische export. De prijzen zijn hoog dank zij kartelvorming.

In 1981 stak Prajogo geld in zijn eerste houtverwerkende fabriek, de bakermat van de PT Barito Pacific Timber. BPT groeide uit tot 's lands grootste bosexploitant. De laatste twee jaar is het concessie-areaal van de BPT verdubbeld. De BPT is intussen moederbedrijf van 31 werkmaatschappijen, waaronder kapbedrijven, houtplantages en multiplexfabrieken.

In 1991 exporteerde BPT voor 620 miljoen dollar aan multiplex, dat is een zesde van de Indonesische houtuitvoer of 3,5 procent van 's lands export buiten de olie- en gassector. Het aanbod van onbewerkt hout op de wereldmarkt is afgenomen sinds ook Maleisië een exportverbod afkondigde. Met als gevolg dat de prijs voor multiplex stijgt. In april bedroeg die 330 dollar per kubieke meter; in juli al 480 dollar. Volgens kenners van de branche kan BPT zich meten met giganten als de Canadese houtkoning Noranda en de Aokam Groep uit Maleisië. Een goed geïnformeerde bron schat de netto winst na belasting dit jaar op 400 miljoen gulden.

De Indonesische pers schrijft Prajogo's succes mede toe aan zijn relaties met de familie Soeharto. Enkele jaren geleden ging hij in zee met presidentszoon Bambang Trihatmojo, die zijn greep op de Indonesische kunststoffenmarkt wilde versterken door de bouw van een eigen naftakraker. Prajogo stopte 218 miljoen dollar in het project, die hij leende bij een staatsbank. Samen met Soeharto's oudste dochter Siti Hardianti Rukmana richtte hij een papierfabriek op. Toen Bank Duta, eigendom van drie door de president voorgezeten stichtingen, eind 1990 in de problemen kwam als gevolg van onverantwoorde valutaspeculatie, schoot Prajogo ijlings 250 miljoen dollar voor.

De beleggers hebben kennelijk vertrouwen in de winstverwachting van BPT en Prajogo's paleis-lobby. Maar, zoals de beursanalist van het weekblad Tempo deze week schrijft, "politieke connecties zijn als de wind; er is geen wetenschap die kan voorspellen uit welke hoek hij volgend jaar zal waaien'.