H.J. SIMONS; Kapitein verlaat schip

Na het kerstreces neemt H.J. Simons, staatssecretaris van volksgezondheid, afscheid van de landelijke politiek. Hij keert terug naar de Rotterdamse gemeenteraad, waar hij twintig jaar eerder debuteerde als PPR-raadslid en zich in 1979 bekeerde tot de PvdA. In Den Haag kon de krachtdadige, maar ongeduldige bestuurder in de nadagen van het derde kabinet-Lubbers weinig meer uitrichten.

Toen hij in oktober 1989 naar Den Haag werd gehaald, dacht premier Lubbers in de jonge Rotterdammer de juiste figuur te hebben gevonden om de hervorming van het stelsel van ziektekostenverzekeringen te realiseren. In grote lijnen kwam die reorganisatie erop neer dat er één soort ziektekostenverzekering moest komen, in plaats van ziekenfonds en particuliere verzekering. Simons is hier niet in geslaagd. Oorzaken: een politieke meerderheid voor zijn in 1990 ontvouwde plan-Simons heeft stelselmatig ontbroken en de tegenwerking van "het veld' was bijzonder groot; verzekeraars, specialisten, farmaceuten en vooral de werkgeversorganisatie VNO moesten niets van het plan-Simons hebben.

Veel krediet verspeelde hij vorig jaar met zijn bewering dat de particuliere ziektekostenpremies 20 tot 30 procent omlaag konden. Uit een daaropvolgend onderzoek van de Rekenkamer bleek dat er slechts een ruimte van enkele procenten was. Simons had geblunderd.

De stelselwijziging, waarvoor in het vorige kabinet met het plan-Dekker een basis was gelegd, is een zaak van zeer lange adem. En als Simons ergens een hekel aan heeft, is het aan lange procedures en tijdverlies. De typering van een Rotterdamse ambtenaar aan het begin van Simons' Rijswijkse periode staat nog recht overeind: “Als hij vandaag iets wil, moet het morgen in de praktijk zijn gebracht. Beleid maken kost tijd, dat wil hij nog wel eens vergeten.” Onlangs gaf Simons toe dat hij zich heeft verkeken op de "technische implicaties' van zijn plannen en kwam hij tot de conclusie dat een dergelijke operatie niet in één kabinetsperiode gerealiseerd kan worden.

Zijn pleidooien voor meer marktwerking in de zorg hadden een averechts effect. Er rolde een golf van fusies tussen verzekeraars over het land. Van concurrentie kwam weinig terecht: in plaats daarvan maakten verzekeraars werkafspraken en gingen ze fusies aan waardoor soms maatschappijen ontstonden met meer dan een miljoen verzekerden. Simons heeft dat niet voorzien.

De houding van het CDA in de Tweede Kamer, die zich nooit volop achter Simons stelde maar hem evenmin openlijk liet vallen, bracht de staatssecretaris ertoe op de laatste dag van het parlementaire seizoen 1991-1992 met aftreden te dreigen, geheel onverwachts. De zaak werd achteraf binnenskamers gesust en Simons ging gewoon verder. Zijn plan leidde regelmatig tot politiek vuurwerk. Was het niet in de Tweede Kamer, dan wel in de Senaat. Ook daar lag het CDA dwars. Zijn kwelgeest daar heette Kaland, leider van de CDA-fractie. In november '91 leidde een marathondebat in de Eerste Kamer ertoe dat Simons op het nippertje een deel van een wetsvoorstel mocht invoeren: de medicijnen mochten worden ondergebracht in de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten. Het plan van Simons de AWBZ verder uit te bouwen tot basisverzekering ging kort daarna in rook op wegens de fiscale consequenties. Onduidelijk is nu hoe het verder moet met het stelsel, zelfs Simons' eigen partij is het spoor bijster. In die situatie verlaat de kapitein het schip.

Het plan-Simons was echter veel meer dan de basisverzekering. Simons zorgde er ook voor dat dat verzekeraars niet langer verplicht waren om contracten met zorgaanbieders (artsen, ziekenhuizen, etc.) af te sluiten, fondsen mochten buiten hun werkgebieden gaan opereren. De grootste Simons-kritikaster buiten Den Haag, Elsevier-columnist Van Rossum, gaf de staatssecretaris onlangs een compliment waarin vrijwel iedere arts, verzekeraar en politicus zich kan vinden: “Wat men ook van de denkbeelden en de acties van de veelgeplaagde staatssecretaris mag vinden, hij heeft de zorgsector danig wakker geschud.”

    • Ward op den Brouw