Gereformeerde en hervormde kerk bereid samen te werken

LEUSDEN, 1 okt. Van de meer dan 1.800 hervormde gemeenten die Nederland rijk is, is ruim de helft bereid tot enige of vergaande samenwerking met lokale gereformeerde kerken. Omgekeerd is de bereidheid tot samenwerking nog veel groter. Negentig procent van de circa duizend gereformeerde kerken wil met hervormde gemeenten samenwerken of doet dan al enige tijd.

Dit blijkt uit een rapport van het (eertijds katholieke) onderzoeksinstituut Kaski in Den Haag naar de bereidheid tot samenwerking tussen hervormden, gereformeerden en lutheranen. Het onderzoek werd gisteren gepubliceerd.

Samengewerkt wordt al bij zondagsdiensten en bij het kerkelijk jeugdwerk. Aanvankelijk werd er vooral in Noord-Brabant, in de IJsselmeerpolders, in de Zaanstreek en in Friesland samengewerkt door kerken. Nu is het animo volgens drs. M.M. Meerburg, gereformeerd lid van de begeleidingscommissie bij het onderzoek, vrijwel overal even groot. Ook zijn er geen significante verschillen geconstateerd tussen hervormde dan wel gereformeerde opvattingen binnen de Nederlandse "Biblebelt', het streng-christelijke gebied dat zich van de Zuidhollandse eilanden, via de Alblasserwaard en de Zuid-en Midden-Veluwe uitstrekt tot in de kop van Overijssel.

De uitkomsten van het onderzoek over kerkelijke samenwerking op lokaal niveau is van bijzondere betekenis omdat de gecombineerde (hervormd, gereformeerd, lutherse) synodevergadering volgende week de ontwerp-kerkorde behandelt. Op grond daarvan hopen de drie kerken in 1996 her- en verenigd te kunnen worden in de Verenigde Protestantse Kerk. Het 14de-eeuwse kloostergebouw, het “Duitsche Huis” in de binnenstad van Utrecht is al uitgezocht als toekomstig hoofdkwartier van de nieuwe kerk.

Op landelijk niveau is het fusie- of "Samen-op-Weg'-overleg de laatste tijd enigszins gestagneerd omdat het in de ontwerp-kerkorde, het ontwerp-statuut van de nieuwe kerk, om tal van godsdienstig principiële punten gaat die in de vorige eeuw tot diverse kerkscheuringen hebben geleid.

Dat er onder hervormden en gereformeerden (over lutherse gemeenten wordt in het rapport slechts zijdelings gesproken) ondanks alles nog veel oud zeer bestaat, blijkt uit het feit dat 34 procent van de hervormde gemeenten en elf procent van de lokale gereformeerde kerken die samenwerking afwijzen. Hervormden vinden gereformeerden soms te "lichtzinnig' zijn en zij twijfelen aan de "deugzaamheid' van de prediking van hun dominees. Anderzijds vrezen vooral oudere Gereformeerden dat de Hervormden een té grote stem in de fusiekerk zullen krijgen. Verder meent men dat bij de wederpartij niet onverkort aan de Heilige Schrift als het Woord van God wordt vastgehouden.

Een complicatie voor beide kerken vormt het optreden van de orthodoxe, rechtervleugel in de Hervormde Kerk. Deze vleugel, de "Gereformeerde bond tot verbreiding en verdediging der waarheid in de Nederlandse Hervormde Kerk', houdt vast aan alle reformatorische tradities (het "geloof der vaderen') uit de 16de, 17de, 18de en 19de eeuw en verwerpt bovendien het optreden van vrouwelijke predikanten. De Gereformeerde Bond uit grote bezwaren tegen het kerkelijke fusie-overleg. Uit het onderzoek blijkt dat 180 hervormde gemeenten (12 procent van de 1.505 gemeenten die aan het onderzoek meededen) niet aan "Samen op Weg' meedoen omdat ze tot de Gereformeerde Bond behoren. Dit speelt een rol in de provincies Utrecht en Zuid-Holland.

De voorzitter van de hervormde synode, ds. G.H. van de Graaf, waarschuwt de Gereformeerde Bond het verzet tegen de fusie niet op de spits te drijven. De bond moet er volgens Van de Graaf “voor oppassen dat hij zich niet onkerkelijk opstelt. Ze mogen hun mening uitdragen, graag zelfs, maar je merkt bij hen keer op keer de grote verleiding om voor het machtsdenken te zwichten. Dat terugkerend dreigen met afscheiding, dat kan niet”, aldus de synodevoorzitter in een vraaggesprek met een hervormd weekblad.

Ook hebben de hervormden volgens Van de Graaf meer moeite met de naam van de herenigde kerk dan de gereformeerden. 'We scheiden ons niet af', hoort de praeses vaak als een reactie op een andere naam dan Nederlandse Hervormde Kerk. Van de Graaf heeft er iets voor over als de term hervormd in de naam van de nieuwe kerk gehandhaafd blijft. "Hervormd-katholiek' heeft zijn voorkeur boven Verenigde Reformatorische Kerk of Verenigde Protestantse Kerk van Nederland.