Europese Commissie: zomertijd harmoniseren

BRUSSEL, 1 OKT. Als het aan de Europese Commissie ligt wordt de zomertijd in Europa geharmoniseerd en voor de meeste lidstaten met één maand verlengd. Het dagelijks bestuur van de EG stelt voor om de zomertijd eind oktober te laten ophouden, net zoals dat nu al in Ierland en het Verenigd Koninkrijk het geval is. Aan het begintijdstip van de zomertijd, eind maart, wil de Commissie niets veranderen.

Woordvoerders van de Commissie leggen er de nadruk op dat het hier niet gaat om een typisch staaltje "Brusselse bemoeizucht' met het dagelijks leven van de burger. Het waren juist de lidstaten zèlf die Brussel hebben gevraagd om het harmonisatievoorstel te ontwikkelen. De Commissie was er liever buiten gebleven, zo liet zij doorschemeren. Zeker nu het principe van "subsidiariteit' algemeen is aanvaard; dat houdt in dat beslissingen zo dicht mogelijk bij de burger moeten worden genomen en Brussel alleen optreedt als dat het meest doelmatig is. De Commissie zegt dat “een zeer grote meerderheid” van de lidstaten en de geconsulteerde maatschappelijke organisaties een harmonisatie op EG-niveau wensen.

Het gelijkschakelen van de zomertijd blijkt echter geen eenvoudige zaak. De Commissie stelt voor om het nieuwe systeem vanaf 1995 gefaseerd in te voeren, zodat in 1997 alle twaalf lidstaten gelijk lopen. Vooral de aanpassing van de reisschema's voor treinen en vliegtuigen vraagt tijd. De leidende gedachte achter de zomertijd is een betere benutting van het daglicht en energiebespraring doordat 's avonds het licht later aangaat. Daartoe wordt de klok in maart met één uur vooruit gezet en in oktober met één uur achteruit.