Een gruisgroezelige stem; John Hiatt, van gedoemde rocker tot gelouterd huisvader

Slechts weinig musici slagen er in om, zoals popzanger John Hiatt, hun liedjes te voorzien van teksten die een even grote indruk maken als de muziek. Hiatt, die binnenkort een aantal concerten geeft in Nederland, vertelt korte verhaaltjes over kleine krabbelaars in de stad, over kapotte levens en nooit uitgekomen dromen. Hij doet dat met gevoel voor tragikomedie.

Perfectly Good Guitar van John Hiatt is uitgekomen bij A&M Records (cd 540 130-2). Deze maand geeft Hiatt concerten in Groningen (12), Utrecht (13 en 18), Maastricht (15), Eindhoven (16) en Enschede (17).

Iedere kunstvorm heeft zijn Grote Meesters, het selecte rijtje kunstenaars zonder wie de geschiedenis er heel anders uit had gezien. Het zijn de vernieuwende genieën die de kunst naar hun hand zetten en invloed uitoefenen op iedereen die na hen komt. Hun werk wordt bewonderd en geciteerd, ontleed en gedoceerd aan de universiteit. En of ze nu Strawinsky heten of Picasso, Hitchcock of Joyce - hun naam is zelfs bekend bij mensen die zich voor hun kunst niet interesseren.

In de schaduw van de Grote Meesters scharrelen de Kleinere Grootheden - de Chaussons en Soutines, de Scola's en Waughs die de kunst niet zozeer vernieuwen als verrijken. Kleinere Grootheden zijn begaafd zonder geniaal te zijn, geliefd bij een kleine groep zonder ooit verplichte kost te worden voor studenten of snobisten. In de marges van de kunstgeschiedenis werken ze aan een oeuvre dat misschien niet bijgeschreven zal worden in The Bluffer's Guide to Western Culture maar dat niemand die het kent zou willen missen.

De Amerikaanse zanger-gitarist John Hiatt (Indianapolis 1952) is zo'n Kleinere Grootheid. In de meer dan twintig jaar dat hij zijn brood verdient in de popmuziek heeft hij zijn stijl nooit drastisch gewijzigd, zoals Bowie of Prince. De artiesten die hij muzikaal beïnvloed heeft, zijn op de vingers van één hand te tellen. Zijn variant van de rock 'n' roll is minder experimenteel dan die van Tom Waits, en zijn songteksten zijn niet zo grensverleggend als die van Randy Newman. Maar de elf platen die hij sinds 1975 uitbracht, wemelen van de mooie ballads en de verrassende rocksongs, en hebben Hiatt terecht de naam bezorgd van een bezield singer-songwriter die zijn bewonderaars nooit teleurstelt.

Rijk en beroemd is Hiatt van zijn talent niet geworden. Tot zijn grote spijt, als we hem mogen geloven. “Uiteindelijk wil iedere songschrijver maar één ding,” zei hij in een recent interview met het muziekblad Oor. “Een plaat, of desnoods één song maken die zijn weg vindt naar miljoenen.” Het is hem nooit gelukt. In 1987, toen hij na een ontwenningskuur een come-back maakte met het toegankelijke en swingende Bring The Family, leek het even of hij zou doorbreken: het album werd redelijk verkocht, en het gezaghebbende tijdschrift Rolling Stone riep Hiatt zelfs uit tot solo-artiest van het jaar. Maar bij zijn volgende cd was hij al weer grotendeels vergeten - overstemd door zijn veel commerciëlere concurrent en geestverwant Bruce Springsteen.

Hiatt is eigenlijk via anderen het dichtst bij het grote succes geweest. Zo haalde het populaire covergroepje Three Dog Night in 1974 de top twintig met het door hem geschreven "Sure As I'm Sittin' Here' (Hiatt: “van de opbrengst kocht ik een Toyota en een heleboel drank”), had de blanke blueszangeres Bonnie Raitt een paar jaar geleden een grote hit met "Thing Called Love', en maakte Iggy Pop furore met "Something Wild', een ruige gitaarrocker - grunge avant-la-lettre - die nu door Hiatt zelf is gekozen als openingsnummer van zijn veelgeprezen nieuwe cd Perfectly Good Guitar.

Broodcomponist

John Hiatt is er aan gewend dat anderen goede sier maken met zijn liedjes. Toen hij in 1970 zijn geboortestaat Indiana verliet ("with no education higher than the streets of my hometown', zou hij later zingen), vestigde hij zich als broodcomponist in Nashville, het centrum van de country & western. Honderden liedjes heeft hij daar geschreven - voordat hij na vijf jaar de kans kreeg om een lp met eigen uitvoeringen op te nemen; sommige werden bescheiden hits, andere verdwenen ongebruikt in de kluizen van de muziekuitgever. Het salaris was laag, 25 dollar per week, maar de dagelijkse routine van het ambachtelijk componeren zou zijn verdere carrière bepalen. Zelfs toen hij aan het eind van de jaren zeventig in Los Angeles zwaar verslaafd raakte aan drugs en alcohol schreef hij nog nummers als "Slug Line' en "Washable Ink', klassieke rocksongs met een duidelijke kop en staart, een aanstekelijk ritme, een simpele melodie en een originele tekst.

Hiatt ziet zichzelf nog steeds graag als een ambachtsman in de rock 'n' roll. Als hij niet op tournee is, reist hij naar eigen zeggen als een brave forens iedere dag naar zijn componeerhuisje in Nashville. Daar, tussen de stapels muziekcassettes en zijn favoriete instrumenten (piano en gitaar), schrijft hij zijn muziek - een caleidoscoop van de stijlen die het Amerikaanse Zuiden te bieden heeft: rhythm & blues, country & western, soul, rockabilly en gospel. Hiatt is een meester in alle genres; zijn platen klinken nooit gelijkmatig. Neem zijn laatste, Perfectly Good Guitar, waarop een poëtische ballade als "Blue Telescope' gevolgd wordt door de powerpop van "Cross My Fingers', en een roerende Mississippi-blues wordt afgewisseld door snelle gitaarrock.

Er zijn meer blanke rockartiesten die een bewonderenswaardige greep hebben op de muzikale roots van Amerika. Slide-gitarist Ry Cooder bijvoorbeeld, met wie Hiatt samenspeelde op Bring The Family en in de gelegenheidsgroep Little Village. Maar slechts weinig musici slagen er in om, zoals Hiatt, hun liedjes te voorzien van teksten die een even grote indruk maken als de muziek. Hiatt is een groot bewonderaar van short-storyschrijvers als Raymond Carver en Richard Ford. Hun rauwe verhalen over gewone mensen in penibele situaties - in de literatuurgeschiedenis gekarakteriseerd als "dirty realism' - schetsen een wereld waarin Hiatt zich thuisvoelt. Ook hij vertelt korte verhaaltjes, over kleine krabbelaars in de stad en op het platteland, over mannen en vrouwen die elkaar bedriegen en in de steek laten, over kapotte levens en nooit uitgekomen dromen. Of, zoals hij het zelf eens formuleerde: “Ik interesseer me voor de rare dingen die zich afspelen achter de gesloten deuren in een doorsneestraatje, voor de bizarre and beautiful little lives.”

"Raging for the meek and the mild' luidt Hiatts motto in het openingsnummer van Perfectly Good Guitar; maar hoe hard hij ook te keer gaat, met zijn pompende gitaar en zijn gruisgroezelige stem - hij doet het altijd met een fijn gevoel voor tragikomedie. Zelfs de misdadigers in zijn liedjes hebben iets aandoenlijks - of het nu het arme echtpaar met kind is dat een geldautomaat berooft om de wasserette te betalen ("and drove away clean...') of de dronken huisvader in "The Wreck Of The Barbie Ferrari' die zijn frustraties over het familieleven met een dubbelloops geweer afreageert op de Barbie-verzameling van zijn kinderen.

Levenslied

De grootste ploeteraar uit Hiatts teksten is John Hiatt zelf. Veel van zijn liedjes zijn autobiografisch en gezongen in de eerste persoon enkelvoud. Zijn albums documenteren de ontwikkeling die hij heeft doorgemaakt: van gedoemde rocker tot gelouterd huisvader - voer voor televisiedominees en liefhebbers van het levenslied. Hiatts jonge jaren zijn de bekende schrijversgoudmijn: een vader die overlijdt als hij elf is, een oudere broer die zelfmoord pleegt, een verschrikkelijke schooltijd, een smerig bestaan als aan drank en cocaïne verslaafde tweederangsmuzikant, een vrouw die niet lang na de geboorte van hun eerste kind een eind aan haar leven maakt. Het zijn de "Thirty Years Of Tears' waarop hij op de cd Stolen Moments (1990) terugkijkt:

Well I've cried me a river, I've cried

me a lake

I've cried till the past nearly

drowned me

Tears for sad consequences

Tears for mistakes

But never these tears that

surround me

Het keerpunt in John Hiatts leven en werk is zijn opname in een ontwenningskliniek in 1985. Hij kickt af, neemt de zorg voor zijn dochtertje op zich, vindt een nieuwe vrouw en sticht een gezin. En als om te bewijzen dat een kunstenaar niet hoeft te lijden, dat niet iedere goede popmuzikant hoeft te eindigen als rock 'n' roll suicide, maakt hij met Bring The Family in 1987 zijn beste plaat tot dan toe. Critici die durven suggereren dat je in de rock 'n' roll niet kunt zingen over vrouw en kinderen, snoert hij de mond: “Een songschrijver die niet over zijn familie kan schrijven is een mislukkeling. Natuurlijk, liedjes over het gezinsleven kunnen makkelijk banaal worden, maar je moet dit soort onderwerpen juist redden van het cliché. That's our job as songwriters - to inject it with the real.” Wat Hiatt bedoelt, wordt duidelijk op de cd's die hij sinds 1987 maakte. Op een aantal nummers bezingt hij de verlossende kracht van de liefde en het familiegeluk - maar niet zoals een heilsoldaat het zou doen, of de Zangeres Zonder Naam. Hiatt preekt niet en wordt nooit pathetisch; niet alleen zijn weinig lieflijke stem (in zijn eigen woorden: "een auto die op vier lekke banden de weg afraast') behoedt hem voor te veel sentiment, ook zijn zelfspot. Het eerste couplet van "Stolen Moments', een melancholische terugblik op een zwart verleden, is in dat opzicht typerend:

I used to drink a lot in those days

you see

Ya, that's the way the wind blows

These days the only bar I ever see

Has got lettuce and tomatoes

En zelfs "Thank You Girl', een ode aan zijn tweede vrouw, wordt door een paar goedgekozen woorden gered van de huilerigheid waar de gemiddelde country-artiest in zwelgt:

My fate was sealed before I met

you darling

I was halfway down a shallow grave

So little room for you to catch

me falling

Still you took the little love I saved

Lipstick Sunset

"Verlossing, daar gaat het om,” verklaarde Hiatt in een interview naar aanleiding van zijn laatste cd. “Ik schrijf songs om verlost te worden.” Gelukkig betekent dit niet dat zijn platen loodzwaar zijn. Tussen de vele liedjes over trouw, hoop en liefde is ook plaats voor "(Come On Baby) Drive South', een road song die zo opwekkend is dat je je geen moment zou bedenken als de Chevy van Hiatt toeterend je straat in reed; voor "Riding With The King', een vrolijke hymne over een zingende Amerikaanse messias met gitaar en glittercape die iedereen meeneemt naar zijn "mansion on the hill'; en voor het staccato rockende "Tennessee Plates', waarin een autodief zijn zinnen zet op een cadillac uit de verzameling van Elvis Presley, maar uiteindelijk terechtkomt in de staatsgevangenis van Tennessee - "stampin' out my time makin' Tennessee plates'.

Iedere songwriter heeft een pièce de résistance, een compositie waarin de essentie van zijn talent is samengebald. Het kan een heel album zijn, zoals Lovesexy van Prince; een liedcyclus, zoals Berlin van Lou Reed; of zelfs een gitaarloopje: Keith Richards' aandeel in "Satisfaction'. Bij John Hiatt, de liedjessmid bij uitstek, is het een song: het vier minuten durende "Lipstick Sunset' van de cd Bring The Family.

"Lipstick Sunset', een western-achtige ballade die gedragen wordt door Hiatts akoestische gitaar en af en toe overslaande bariton, begint als de monoloog van een moderne cowboy die op de vlucht slaat voor de grote liefde die hem verstikt. Hij beschrijft - verward? hypocriet? - hoe hij met pijn in zijn hart zijn geliefde op een avond laat zitten:

There's a lipstick sunset

Smeared across the August sky

There's a bitter sweet perfume

Hanging in the fields

Where the creek is running high

And I left my lover waiting

In the dawn somewhere to wonder

why

By the end of the day

All her sweet dreams would fade

To a lipstick sunset

Hoe meer passie de ik-figuur in zijn stem legt, hoe minder de luisteraar begrijpt waarom deze man deze vrouw in de steek laat. En dan, in het vierde couplet, richt hij zich verontschuldigend tot zijn geliefde. Zie je die lipstick-zonsondergang daar, zingt hij, "red and blushing just before the night'?

Maybe love's like that for me

Maybe I can only see

As you take away the light

De vlucht blijkt fantasie, de wensdroom van een halfbakken cowboy die het niet over zijn hart kan verkrijgen het burgerleven de rug toe te keren. De zanger ligt in de armen van zijn lief. Hoe hard hij zijn gitaar ook laat jammeren, en hoe vaak hij aan het eind van zijn lied ook herhaalt dat eens, ja echt, de dag zal komen dat hij de "lipstick sunset' tegemoet zal rijden - er is niemand die hem ooit nog zal geloven.