Dollar en Deense kroon omhoog

AMSTERDAM, 1 OKT. De dollar diende in de verslagperiode weer eens als veilige haven in tijden van spanning.

De Amerikaanse munt had hierbij niet, zoals tijdens de Golfcrisis, "concurrentie' van de D-mark. Duitsland zou namelijk bij een escalatie van het Russische conflict het meest worden getroffen, gezien de relatief grote Duitse kredietverlening aan dit land. De dollarkoers klom aanvankelijk mee met de oplopende spanning en daalde vervolgens weer toen de spanning afnam. Gisteren en vanochtend volgde ten opzichte van de gulden weer een fors koersherstel 1,84. Dit was een reactie op zowel het afwijzen door het Russische Parlement van een compromisvoorstel als meevallende Amerikaanse conjunctuurcijfers.

Terwijl de spanning in Rusland toenam, nam die in het EMS zichtbaar af. De afwijking van de spilkoers tussen de sterkste en de zwakste munt (gulden en Deense kroon) verminderde van circa 8 procent aan het eind van de vorige verslagperiode tot ruim 6 procent hedenochtend. Het was met name de kroon die ten opzichte van de rest aan kracht won. Dit is opvallend, daar de Deense centrale bank in de afgelopen twee weken twee maal het discontotarief verlaagde (tot 8,25 procent). De Belgische frank, die nog door een relatief hoge geldmarktrente wordt gesteund - gisteren verlaagde de centrale bank het beleningstarief met 0,1 procentpunt tot 9,65 procent - dreigt de rode lantaarn over te nemen. Dit lijkt de populaire visie te ondersteunen dat de munten van de zwakkere economieën (zoals Denemarken, België, Frankrijk, Spanje) niet door een renteverhoging, maar juist door een renteverlaging kunnen worden gesteund. Toch lijkt het riskant deze weg al te ver te bewandelen. Ten eerste is de D-mark enigszins onder druk gekomen door een tijdelijke factor, de spanning in Rusland. Ten tweede is deze weg in juni/juli ook al eens bewandeld door de Franse centrale bank. Na aanvankelijk succes draaide het sentiment toen ineens.

De lichte verzwakking van de Belgische munt was mede een gevolg van een rapport van de Belgische "SER' dat de concurrentiepositie van ondernemers verzwakt. Voor de markt een nieuwe aanwijzing dat de centrale bank wellicht niet vast zal houden aan haar streven naar een krachtige frank.

Dat de concurrentiepositie van landen echter niet allesbepalend is voor de wisselkoers, werd de afgelopen week nog weer eens door verschillende berichten geïllustreerd. Zo willen enkele Japanse staalbedrijven hun werknemers gedurende 2 à 3 dagen per maand naar huis sturen en kondigde Toyota een drastisch kostenreductieprogramma aan. Deze initiatieven zijn mede een gevolg van het uitblijven van grote exportorders. De Japanse autoexport is in het jaar tot augustus met 14,7 procent gedaald, de grootste daling in 14 jaar. Dit alles wijst nogmaals op de sterke overwaardering van de yen in termen van prijsconcurrentiepositie. De kracht van de Japanse munt is des te opvallender als gelet wordt op het rentedifferentiëel met bijvoorbeeld Duitsland (na de recente discontoverlaging 4 procentpunt) en met de de VS (1 procentpunt). De overwaardering van de yen is een gevolg van politieke pressie van de VS om iets aan het hoge Japanse lopende rekening overschot te doen. De recente maatregelen van de Japanse autoriteiten - een derde stimuleringspakket binnen een jaar en een discontoverlaging met 0,75 procent - hebben slechts tot een marginale koersdaling van de yen geleid.

Ook de D-mark is in prijsconcurrentie-termen duidelijk overgewaardeerd. Die slechte concurrentiepositie vormt één van de verklaringen voor de Duitse recessie en vormde deze week aanleiding voor de Duitse werkgevers in de elektronische- en metaalindustrie om de unieke stap te nemen de CAO-afspraken per ultimo dit jaar op te zeggen. Bij het bedrijf Bosch heeft dit inmiddels geleid tot een overeenkomst over een geringe loonsverlaging. De reden voor de huidige overwaardering van de D-mark is het vertrouwenwekkende beleid van de Bundesbank, en - hiermee samenhangend - de relatief hoge Duitse geldmarktrente.

Bron: Economisch Bureau ING Bank